De gevel van het winkelpand Utrechtsestraat 30 is in 1894 gebouwd in de eclectische stijl die in die periode haar nabloei beleefde. Typerend voor het late eclecticisme is de overladen decoratie waarbij uit de meest uiteenlopende historische bronnen werd geput.
De gevel is een ontwerp van Gerrit van Arkel (1858-1918), architect van tal van kantoor- en winkelpanden in Amsterdam. Hij is vooral bekend geworden door zijn ontwerpen voor de diamantslijperij van de firma Asscher in de Tolstraat (voltooid in 1908) en de Diamantbeurs aan het Weesperplein (1910-1911).
Het winkelpand in de Utrechtsestraat was eigendom van H. Brückman die zijn naam met grote letters boven de pui liet aanbrengen. De gevel is opgebouwd uit een houten winkelpui en een bakstenen gevel getooid met natuurstenen elementen. De grote etalageruit met afgeronde glazen hoeken wordt geflankeerd door portieken met tegelwanden. Het portiek rechts is het best bewaard gebleven. Op de houten pui rusten twee vazen, maar de decoratie concentreert zich vooral op de uiteinden van de pui. Hier is het huisnummer 30 op speelse wijze verwerkt in cartouches die met strikjes zijn verbonden met halfronde fantasiezuilen. Daarboven zijn het Amsterdamse stadswapen en het Rijkswapen aangebracht en een motief in de vorm van een spakenwiel.
In het bovenste gevelgedeelte heeft de architect zich uitgeleefd op het gebied van de ornamentiek met banden, consoles en fantasiepilasters, alle uitgevoerd in natuursteen. Volgens het principe van “variatie binnen de eenheid’’ tellen de beide bovenverdiepingen ieder drie even grote draairamen, maar de gekoppelde bovenlichten van de vensters zijn op de eerste verdieping halfrond en die van de tweede verdieping rechthoekig van vorm. Het traditionele primaat van de eerste verdieping wordt bevestigd door een rijkere natuurstenen bekleding en door portretmedaillons van een man en vrouw op de muurdammen. De natuurstenen borstwering boven de eerste verdieping heeft de vorm van een blinde gotische dwerggalerij, de borstwering boven de tweede verdieping wordt verlevendigd door natuurstenen medaillons. In de buitenste medaillons zijn fraai bewerkte ijzeren hijsbalken bevestigd.
De drukke compositie vindt een passende afsluiting in een gevarieerd ensemble van halfronde gevelafsluitingen boven de zijvensters met in het midden een monumentale dakkapel in de vorm van een door een fronton bekroonde trapgevel. Op de dakkapel is een jaartalsteen 1894 aangebracht en een wederom sierlijke ijzeren hijsbalk. Het evenwijdig aan de straat lopende dak wordt grotendeels gemaskeerd door de top en de halve trapgevels aan de zijkanten.