Stadsschouwburg

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Stadsschouwburg

21 februari 2008

Stadsschouwburg (1892-1894)

Leidseplein 26

Jan L. Springer

Rijksmonument

Stadsschouwburg op het LeidsepleinDe Amsterdamse stadsschouwburg van Jan L. Springer (1850-1915) met medewerking van J.B. Springer en A.L. van Gendt, is sinds 1982 rijksmonument. Het is een van de mooiste historische theaters van Nederland en in relatief ongeschonden staat bewaard gebleven. Het gebouw verrees op dezelfde plaats als de oude, in 1890 door brand verwoeste schouwburg. Dat  geheel houten gebouw dateerde uit 1771 en was in 1874 van een stenen ommanteling voorzien.

Het silhouet van de schouwburg wordt vanaf het Leidseplein gedomineerd door de tweedeling van het publieksgedeelte en het toneelgedeelte in verschillende baksteentinten die beide hun eigen dakvorm hebben. Het schouwburggedeelte is uitgevoerd in een gladde rode baksteen, afgewisseld met natuursteen voor accenten zoals negblokken, sluitstenen, consoles, archivolten en waterlijsten. De natuurstenen onderdelen benadrukken de verschillende onderdelen van het gebouw, de horizontale lijsten duiden de verdiepinghoogten aan.

veel accenten zijn toegepast in de gevel

De toneeltoren is met een gewone bruine baksteen gemetseld. De verschillende, vooruitspringende trappenhuizen met hun afzonderlijke ingangspartijen zijn aan het exterieur als afzonderlijke elementen geaccentueerd en bekroond met torentjes, voorzien van hun eigen geleding in Hollandse renaissance - of zogenoemde ‘Oud-Hollandsche’ - ornamentiek. Deze stijl, een mengeling van zestiende- en vroeg-zeventiende-eeuwse vormen uit met name de Noordelijke Nederlanden, verwerkt in baksteen, natuursteen en gietijzer, kende zijn grootste populariteit in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de negentiende eeuw. De zijgevels hebben hun eigen, zelfstandig gearticuleerde uitspringende volumes, waarachter zich de artiesteningang en de rekwisieteningang bevinden.

voorgevel met rechtertoren

De schouwburg is van het internationale type van het lijsttheater of hoftheater, dat in de negentiende eeuw in de belangrijkste schouwburgen van Europa (Italië, Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk) werd toegepast, waarbij de eigenlijke zaal wordt voorafgegaan en omringd door een rijk gedecoreerd publieksgedeelte met hiërarchische ordening. Het gebouw is echter zodanig opgezet dat op het beperkte oppervlak aan de verschillende vereisten van een modern theater werd voldaan. De inwendige indeling van 1892 is grotendeels bewaard. De spectaculaire, authentieke structuur met gescheiden entrees en opgangen naar de verschillende rangen, waarbij de meest betalende bezoekers meer comfort werd geboden, wordt tegenwoordig niet meer benut. De hoofdentree aan de voorzijde is tegenwoordig de enige publiekstoegang van de vier die nog in gebruik is.

Achter de schilderachtige gevels van Jan Springer zijn enkele voor de late negentiende eeuw revolutionaire bouwtechnieken verwerkt. In de nieuwe schouwburg werden dan ook de allerhoogste eisen aan brandwerendheid gesteld, wat voor technisch zeer innovatieve constructiemethoden zorgde. Dit alles moest worden gecamoufleerd om het publieksgedeelte met de zaal zijn bekende, weelderige en feeërieke uitstraling te geven.

De zaal is gelegen op de eerste verdieping, boven de ‘rotonde’ en rust op twee rijen granieten zuilen. Hoefijzervormig wordt de zaal overdekt door een aan stalen spanten opgehangen koepel met in het midden een rijk versierd luchtrooster en rondom een cirkelvormig tongewelf. Midden achter op de eerste galerij is plaats ingeruimd voor de Koninklijke loge, afgescheiden door lage hekjes en gemarkeerd door het Nederlandse wapenschild.  De grote zaal

De stadsschouwburg is een icoon geworden van de laat-negentiende-eeuwse burgerlijke cultuur in Nederland met zijn bijbehorende rituelen. Het was ooit het vlaggenschip en middelpunt van het Amsterdamse uitgaansleven. Daar komt nog bij dat het gebouw in de loop der tijd als monument van de geschiedenis van het Nederlandse theater of breder, van de Nederlandse uitgaanscultuur is gaan fungeren. In het publieksdeel is een nog altijd groeiende collectie geschilderde en gebeeldhouwde portretten van beroemde personen uit de theatergeschiedenis bijeengebracht - waarvan talrijke speciaal voor deze locatie vervaardigd - en toepasselijke muurschilderingen aangebracht, die het monument letterlijk tot een gedenkteken hebben gemaakt.

trappenhuis   detail wandschilderingen in het trappenhuis

Van recenter datum is de functie die de schouwburg bij speciale festiviteiten vervult. Bij het jaarlijkse boekenbal, huldigingen en feestelijke ontvangsten fungeert het steeds vaker als ‘stadspaleis’. De stadsschouwburg is daardoor behalve een historisch en authentiek, nog steeds levend monument van onze cultuur.
In 1998 kregen de entree - oorspronkelijk voor het publiek met een hek afgesloten en slechts via de open doorrit voor koetsen bereikbaar -, de kassahal en de passage een opknapbeurt. Het ‘Ajaxbordes’ werd afgebroken en opnieuw opgebouwd.

Achter het gebouw, aan de kant van de Lijnbaansgracht, verrijst de moderne uitbreiding van de schouwburg.  

ornament op het dak van de Stadsschouwburg