Sint Nicolaaskerk

Zoeken

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina : Home : Monumenten : Sint Nicolaaskerk
 

Sint Nicolaaskerk

4 november 2008

HEILIGE NICOLAAS BINNEN DE VESTE (SINT NICOLAASKERK)

(1884-1887)
Prins Hendrikkade 73
A. C. Bleys
Rijksmonument

voorgevel
 

De Sint Nicolaaskerk is de derde Amsterdamse kerk op rij die werd gewijd aan de middeleeuwse patroonheilige van de stad. Sint Nicolaas was schutsheilige van zeevaarders, en werd daarom ook vaak als patroonheilige van havensteden gekozen. De Oude Kerk was de eerste aan hem gewijde kerk in Amsterdam, vervolgens kwam de in 1663 door Jan Hartman gestichte huiskerk aan de Oudezijds Voorburgwal (bekend als Onze Lieve Heer op Solder), en tenslotte, in 1887, de kerk aan de Prins Hendrikkade. Als officiële rooms-katholieke hoofdkerk van Amsterdam moest laatstgenoemde een bijzondere allure uitstralen. Het resultaat was een opvallend neobarok gebouw met de twee torens en hoge koepel als onvermijdelijke blikvangers. De verwachtingen die het exterieur oproept, worden in het interieur bewaarheid. Mede dankzij royale financiële steun van een parochiaan, mejuffrouw Geertruida Schmitz, kreeg de kerk een rijke inrichting die de status van hoofdkerk onderstreepte.

Na een consoliderende restauratie in 1966-1973 die zich beperkte tot het exterieur, werd in 1997-2000 een grondige restauratie uitgevoerd die ook het interieur van de kerk haar oude luister heeft teruggegeven.

Bouwgeschiedenis
Eeuwenlang  had de rooms-katholieke kerk in Nederland een schaduwbestaan geleid totdat in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld. Als gevolg daarvan werden de huiskerken in Amsterdam in rap tempo vervangen door grote, nieuwe kerken. Het
 ontwerptekening doorsnede
 Ontwerptekening doorsnede
bouwvallige zolderkerkje Onze Lieve Heer op Solder aan de Oudezijds Voorburgwal fungeerde voorlopig nog als rooms-katholieke hoofdkerk van Amsterdam. Maar al direct werden plannen gemaakt voor de bouw van een nieuw, representatief kerkgebouw dat uitdrukking gaf aan het herwonnen zelfbewustzijn van het rooms-katholieke volksdeel. In 1863 begon het kerkbestuur met de aankoop van percelen aan de Prins Hendrikkade, op loopafstand van de bestaande huiskerk. Het duurde echter nog twintig jaar eer de bouwwerkzaamheden daadwerkelijk van start konden gaan. Een in 1882 door het kerkbestuur uitgeschreven besloten prijsvraag werd door A. C. Bleys (1842-1912) gewonnen. Op 17 maart 1885 vond de eerste steenlegging plaats, ruim een jaar later was het gebouw al grotendeels gereed. De plechtige inwijding volgde op 7 februari 1887 waarna op 30 maart van dat jaar het Heilig Sacrament in plechtige optocht van de zolderkerk naar de nieuwe kerk aan de Prins Hendrikkade werd overgebracht.
Neobarok

Ten gevolge van het rooms-katholieke réveil verrezen in Amsterdam in de tweede helft van de negentiende eeuw tal van kerkgebouwen. De meeste waren gebouwd in de neogotische stijl zoals de Sint Dominicuskerk van  P.J. H. Cuypers in de Spuistraat die tegelijkertijd met de Sint Nicolaas verrees. De Sint Nicolaaskerk werd echter, misschien in verband met haar status als hoofdkerk, gebouwd in een afwijkende stijl geïnspireerd op de Italiaanse barok. De barok was in de zeventiende en achttiende eeuw in de rooms-katholieke wereld bij uitstek de kerkelijke bouwstijl geweest die uitdrukking had gegeven aan de succesvol verlopen Contra-Reformatie. De keuze voor de barok was dan in het licht van het toenmalige rooms-katholieke réveil begrijpelijk. In het oog springende barokke elementen aan de buitenkant zijn onder andere de gebroken frontons, de helmen van de façadetorens en de hoog opgetrokken koepel. Het grote roosvenster daarentegen is wel weer een gotisch element.

Rijk interieur

Ook het interieur doet barok aan. De Nicolaaskerk is gebouwd als een driebeukige kruisbasiliek met machtige Corintische pijlers. De contrastrijke lichtwerking, een donker schip, een helder verlichte koepelruimte, is typisch interieurvoor de barok. De inrichting is naar Nederlandse maatstaven ongewoon rijk. Het door A.C. Bleys ontworpen barokke hoogaltaar (1889) is uitgevoerd in verschillende kostbare marmersoorten met beeldhouwwerk van P.E. van den Bossche (1849-1921). Op de uiteinden staan beelden van de patroonheilige van de kerk, de Heilige Nicolaas, en van de Heilige Gertrudis, de naamheilige van Geertruida Schmitz, die 30.000 gulden had gedoneerd voor de oprichting van het altaar. De bronzen reliëfs in de gebogen zijvleugels van het altaar verbeelden respectievelijk de Mirakelprocessie (bekend als de ‘Stille Omgang’) en de Verering van het Sacramentsaltaar van de Heilige Stede door Maximiliaan van Oostenrijk in 1489. Bij die gelegenheid gaf Maximiliaan Amsterdam symbolisch de keizerskroon ten geschenke die hier daarom ook prominent boven het tabernakel is geplaatst. Het betekenisvolle verband tussen die gebeurtenis en het huidige altaar kreeg nog extra cachet doordat de inwijding van het altaar samenviel met het 400ste gedenkjaar van de schenking van de keizerskroon aan de stad.
Net als het altaar was de preekstoel (1892) het resultaat van samenwerkingsverband tussen Bleys en Van den Bossche.

Schilderingen

De schilderingen in het interieur zijn het werk van Jan Dunselman (1863-1931) die er met onderbrekingen, dertig jaar aan heeft gewerkt. Dunselman schilderde in een stijl die geïnspireerd was op die van de vroege Italiaanse restauratieschilderkunst, met name van Giotto en Fra Angelico. Zijn eerste opdracht was het schilderen van de veertien kruiswegstaties in de zijbeuken (1891-1898) waarvoor wederom mejufrouw Schmitz het geld fourneerde.
In 1912 volgden, naar aanleiding van het 25-jarig bestaan van de kerk, de voorstellingen van de engelen in de nissen rond het hoogaltaar en de vier evangelisten in de onderzijden van de koepel. De schilderingen in het transept (1913-1915) tonen de Martelaren van Gorcum (rechts) en het Mirakel van Amsterdam (links). De schilderingen op de wanden van het middenschip (1918-1921) verbeelden zestien episoden uit het leven van de Heilige Nicolaas. In 1928 tenslotte kwam de schildering van de Heilige Christoffel aan de ingangszijde tot stand.

Het orgel van de firma W. Sauer werd in 1889 geïnstalleerd. De orgelbekroning vertoont overeenkomsten met de geveltorens van de kerk.

Koepel en restauratie

Tijdens de provisorische restauratie van 1966-1973 werden de vensters in de koepel om bouwtechnische redenen dichtgemetseld. De koepel bestond uit een buitenschil met vensteropeningen en een binnenschil van glas-in-lood. Na het dichtmetselen werden de glas-in-loodramen opgeslagen.

koepel

Tijdens de grote restauratie van 1997-2000 zijn de oorspronkelijke ramen teruggeplaatst waardoor de effectvolle lichtval op het altaar werd herwonnen. Tegelijk werden de schilderingen gereinigd en opnieuw gefixeerd. Tijdens de laatste restauratie zijn ook eigentijdse elementen aan de kerk toegevoegd. Dat werden de acht ramen in de lichtbeuk van de hand van de kunstenaar Jan Dibbets. De ramen werden gefinancierd door de Stichting Restauratie Sint Nicolaas en de Mondriaan Stichting.