Schiller

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Schiller

21 februari 2008

Schiller Hotel (1912-1913)

Rembrandtplein 26-36

M.J.E. Lippits en N.H.W. Scholten

Rijksmonument

 

Hotel Schiller aan het RembrandtpleinHet Schiller hotel behoort tot de serie grand hotels die in de zogenaamde “Tweede Gouden Eeuw” van Amsterdam (1875-1914) tot stand zijn gekomen. Bij de restauratie die het hotel in 1996 onderging, stond behoud van de oorspronkelijke stijlelementen centraal. In het hotel hangen nog ruim 350 schilderijen van de hand van de schilder en hotelier Frits Schiller, de zoon van de oprichter, George Schiller. Op een perceel naast het hotel werd in 1921-1922 de Schillerbar gevestigd. In 2001 werd het hotel op de rijksmonumentenlijst geplaatst.

De Schillers

Het hotel is opgericht door George Schiller (1854-1907), telg van een Beiers geslacht. In 1886 begon George Schiller een Duits bierhuis aan het Damrak nr. 93, De Kuil geheten (ter plekke van het huidige café-restaurant De Roode Leeuw), dat uitgroeide tot een begrip in Amsterdam. Het etablissement had ook een artistieke uitstraling, mede door George Schiller zelf, die een verdienstelijk zanger was. Een zelfde sfeer bracht George Schiller mee naar het café du Parc op nrs. 34-36 aan de zuidzijde van het Rembrandtplein dat hij in 1892 voor 600 gulden overnam. Zijn drie kinderen zetten na de dood George Schiller het bedrijf voort en namen in 1912 het initiatief om de horecafunctie uit te breiden door de bouw van een nieuw hotel. Hiertoe werden de panden Rembrandtplein nrs.28-32 aangekocht. Het nieuwe hotel café-restaurant Schiller, ontworpen door de architecten M.J.E. Lippits en N.H. W. Scholte, werd op 6 augustus 1913 geopend. In 1921 werd het pand op nr. 26 aangekocht, waarin bar Schiller werd gevestigd dat uitgroeide tot hét trefpunt van artistiek Amsterdam, wederom mede dankzij de inbreng van de (mede)eigenaar zelf. Een van de zonen van George Schiller, Frits (1886-1971), had een kunstopleiding genoten en was getrouwd met de actrice Corry Italiaander. Tot de vaste gasten van bar Schiller behoorden onder anderen de cabaretiers Fien de la Mar en Louis Davids, en beeldende kunstenaars John Rädecker, Hildo Krop, Leo Gestel en Ossip Zadkine. Ook een artiestenvereniging had hier haar domicilie; bekend is het verhaal van de komiek Buziau die op Sinterklaasavond als de ‘goedheiligman’ met paard en al door de draaideur naar binnen reed. De schilder G.H. Breitner, de toneelschrijver H. Heijermans en de acteur J.L.Pisuisse verbleven zelfs gedurende enkele jaren permanent in hotel Schiller.   

detail van de gevel van Hotel SchillerSpoedig na de Duitse inval in 1940 werd het gebouw door de Duitsers gevorderd. Alleen het café en vijf erboven gelegen kamers mochten de Schillers blijven gebruiken. Na de bevrijding bood het hotel onderdak aan Canadese militairen. In 1950 werd het uitgewoonde hotel opgeknapt en ten dele gemoderniseerd. In 1970 hield het familiebedrijf op te bestaan. Sindsdien maakt het hotel deel uit van verschillende elkaar opvolgende hotelketens. De oorspronkelijke gevel is grotendeels intact gebleven. Het interieur heeft, ondanks de aanpassingen die het gebouw in de loop der tijd heeft ondergaan, nog vele vooroorlogse elementen behouden.

 
 
Een grand hotel uit de vroege twintigste eeuw

Het hotel dat de familie Schiller in 1912-1913 liet bouwen toont duidelijke verwantschap met andere grand hotels uit de periode 1875-1914. Ook hier betreft het een naar Amsterdamse begrippen grootschalig en opvallend gebouw met luxueuze uitstraling.

De gevel van het hotel Schiller wordt gearticuleerd door in natuursteen uitgevoerde erkers tussen bakstenen muurvlakken. De ritmiek van de verticale geleding wordt versterkt door de dakkapellen in het verlengde van de erkers. De met halfronde frontons afgesloten hoekerkers zijn extra aangezet. Op een van de frontons is het bouwjaar 1912 vermeld. De pui bestond uit vier grote boogramen, in de hoekerkers waren de ingangen gesitueerd. Rechts was de hoofdingang, de linkeringang gaf toegang tot het restaurant op de eerste verdieping. Achter de huidige moderne uitbouw bevinden zich nog de bovenlichten van de oorspronkelijke boogramen. Op de gebrandschilderde voorstellingen zijn respectievelijk het wapen van Amsterdam, de Hollandse leeuw, een hopplant en een wijnstok te zien.

De eerste twee ramen maken nu deel uit van de lobby die in 1950 door architect J.J.B. Franswa werd ingebouwd ten koste van een deel van het restaurant.

Boven de pui was ruimte voor een balkon met een sierhek waarop dubbele lantaarns rustten, waarvan nog één exemplaar over is. De balkondeuren zijn in sierlijke, late Jugendstil uitgevoerd. Maskers fungeren als sluitstenen. Op de hoekerkers trekken twee opvallende gietijzeren vlaggenstokhouders de aandacht.

Getuige een advertentie uit 1915 telde het hotel 70 kamers, waarvan 20 met bad en toilet, en was het voorzien van toentertijd luxueuze voorzieningen als koud en warm stromend water op alle kamers, centrale verwarming en een elektrische lift. Het souterrain dat verlicht werd door raamstroken in de plint, diende als wijn- en bierkelder. Op de begane grond was een groot café-restaurant met biljartzaal, een leeszaal en twee kegelbanen. Op de eerste verdieping was nog een restaurant, met daarnaast de keuken. Op de overige verdiepingen waren de hotel- en badkamers, dienstvertrekken en, speciaal voor handelsreizigers, de zogenaamde uitpakkamers. Een kamer met ontbijt kostte ƒ2,25 tot ƒ3 per persoon. Op de kapverdieping waren bergplaatsen en linnenkamers ondergebracht.

Het interieur ademt, ondanks alle modernisering, nog een vooroorlogse sfeer met een mengeling van late Jugendstil, art deco en modernistische elementen. In het trappenhuis met de oorspronkelijke smeedijzeren leuning is een tegeltableau ingemetseld dat het hotelpersoneel had aangeboden ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Schiller aan het Rembrandtplein. Het restaurant heeft, net als vroeger, houten zittingen rondom de negen betonnen kolommen die het plafond dragen. Ook de balken waren van beton, dat door profielen en consoles aan het oog onttrokken werd. De lampen zijn voorzien van koperen art deco armaturen, en aan de wanden hangen portretten en stadsgezichten van de hand van Frits Schiller. De achterruimtes werden in beslag genomen door een leeszaal en een biljartzaal die licht ontvingen via een glazen koepeldak en waarvan de muren in 1923 door de schilder Max Nauta van spreuken werden voorzien.

Het interieur is een mengeling van late Jugendstil, art deco en modernistische elementen

interieur Schiller
aan de wanden hangen stadsgezichten en portretten