Het Sieraad

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Het Sieraad

21 februari 2008

De Vierde Ambachtsschool (1921-1924)

"Het Sieraad"

A. J. Hulshoff & A. J. Westerman

Postjesweg 1

Rijksmonument

 

Zijaanzicht

De Vierde Ambachtschool  is een architectonisch hoogtepunt van de reeks scholen die in de jaren 1920 in de Postjesbuurt werden gerealiseerd. Het monumentale karakter van het gebouw komt optimaal tot zijn recht door de vrije ligging aan het water van de Kostverlorenvaart. De hoofdgevel fungeert als blikvanger vanaf de brug die de Kinkerstraat met de Postjesweg verbindt.

Het schoolgebouw kwam in 1921-1924 tot stand onder leiding van A.J. Hulshoff, hoofd van het Bureau van de Stadsarchitect, onderdeel van de Dienst Publieke Werken. Architect A.J. Westerman ontwierp de gevels waarvoor Hildo Krop het beeldhouwwerk verzorgde. In 1926 werd de ambachtsschool in gebruik genomen. Vanaf eind jaren ‘80 tot 2000 was in het gebouw de Vakschool voor Edelsmeden gevestigd. Op 20 januari 2003 kreeg het als eerste gebouw in stadsdeel De Baarsjes de status van rijksmonument. Na een ingrijpende restauratie en verbouwing is de voormalige ambachtsschool sinds februari 2007 de huisvesting geworden van ‘Sieraad’, centrum voor Kennis, Kunst en Werken.

Scholenbouw in de westelijke uitbreiding

De Vierde Ambachtsschool is een van de vijftien scholen die in de jaren 1920 in de nieuwe stadswijk in Amsterdam-West verrezen. Voor dit gebied dat nu omsloten wordt door de Kostverlorenvaart, Schinkelkade, Orteliuskade en de Erasmusgracht, had de gemeente Sloten reeds in 1916 stedenbouwkundige plannen ontwikkeld. De gemeente Amsterdam nam deze plannen na de annexatie van Sloten in 1921 grotendeels over. De uitvoering gebeurde onder toezicht van de Dienst Publieke Werken. Binnen het plan was voor de scholen een hoofdrol weggelegd zoals ook tot uitdrukking moest worden gebracht in monumentale architectuur in de stijl van de Amsterdamse School. Dit streven werd echter bemoeilijkt door de steeds strengere bezuinigingsmaatregelen van het Rijk om de oplopende kosten van het onderwijs in toom te houden. Om bezuinigingen op verantwoorde wijze door te voeren, werd de scholenbouw in hoge mate gestandaardiseerd. Afmetingen, verhoudingen en indeling lagen grotendeels vast. Enkele voorbeelden: als regel gold dat klaslokalen aan de zuidkant van een centraal gelegen gang werden gesitueerd, met aan de andere zijde bergruimten, toiletten, de kamers voor de directeur en het onderwijzend personeel. De ramen moesten op 1.25 meter boven de grond beginnen en de grootte van de ramen werd vastgesteld op minimaal een zesde van het vloeroppervlak van het leslokaal. Voor iedere leerling werd in een klaslokaal een ruimte van 3,6 kubieke meter berekend. Zo ook was de afstand tussen de banken en de muren, de breedte en de hoogte van de gangen wettelijk vastgesteld. Verder werden richtlijnen gegeven voor het toepassen van lichte en matte kleuren.

Terwijl de voorschriften zeer nauwkeurig de indeling van de plattegrond aangaven, werd de architect echter wel de nodige vrijheid gelaten ten aanzien van de vormgeving van de gevels. Het was dan ook in de gevelvormgeving dat veelal iets van de fantasievolle architectuur is terug te vinden waardoor de stijl van de Amsterdamse School zo beroemd is geworden.

Met een architectonisch fraaie vormgeving kon het schoolgebouw een steentje bijdragen aan wat toen de verheffing van het volk werd genoemd. Want, zo luidde de redenering, het is nuttig de jeugd op te voeden in een kunstvolle omgeving en zo ‘het in elk individu sluimerend schoonheidsgevoel te ontwikkelen’.

Tegelijk moest een fraaie gevel een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het stadsbeeld. De openbare gebouwen, waaronder de scholen, behoorden stedenbouwkundige eentonigheid te voorkomen en mee te werken aan de verfraaiing van het stadsbeeld.

 

Markant punt

Om een aantal redenen viel de Vierde Ambachtsschool enigszins buiten het vaste bouwstramien en kon het zich ontwikkelen tot het paradepaardje van de scholen in de westelijke uitbreiding. Het was de eerste school die in West tot stand kwam en vervulde dus ook een voorbeeldfunctie. Verder speelde de unieke locatie een rol, waardoor de school al op voorhand een herkenningsteken in de buurt zou worden. Aangezien het bouwterrein aan drie zijden door water omgeven werd, was het gebouw van alle kanten van verre zichtbaar en bepalend voor het stadsbeeld. Aan de vormgeving van de gevels werd daarom bijzondere aandacht besteed. Dat bleek ook uit het feit dat de gevels met rijk beeldhouwwerk werden versierd.

Als herkenningsteken had het schoolgebouw tevens symbolische waarde omdat het, komende vanuit de Kinkerbuurt, de entree vormde tot de nieuwe stadswijk. Als zodanig was het schoolgebouw een groot succes. Direct na ingebruikneming van de school in 1926 beschreef de architectuurcriticus Mieras het gebouw als een imponerende “toegangspoort op de grens van een stadsbuurt die in zijn afstotelijke lelijke nuchterheid, de aan haar verbonden naam van de dichterlijke filosoof Kinker weinig eer aandoet en het van nieuwe schoonheidszin getuigende zogenaamde Plan West”. 

De Vierde Ambachtsschool was ook afwijkend ten gevolge van de vorm van het terrein. Terwijl de Dienst Publieke Werken voor scholen doorgaans een rechthoekig terrein reserveerde, verrees de Vierde Ambachtsschool op het vijfhoekig terrein dat al in 1916 door de gemeente Sloten was uitgetekend. Hierdoor kreeg de school haar eigenaardige waaiervormige plattegrond. De gang is rondom een eveneens vijfhoekige binnenplaats gelegen, de klaslokalen zijn langs de buitengevels gegroepeerd.

Tenslotte moest voor de Vierde Ambachtsschool door de aard van het onderwijs enkele uitzonderingen worden gemaakt bij de inrichting van de lokalen. Zo is het formaat van de deuren, gangen en lokalen veel royaler dan wat als voorschrift gold voor een “normale” school. Zo ook werd de keuze voor degelijke, duurzame materialen voor muren en gangen gedicteerd door de aard van het onderwijs dat hier gegeven werd.

 

De gevels

Het gebouw biedt een afwisselende aanblik met de langgerekte en gebogen gevels, gesloten en open bouwmassa´s, en de variaties in bouwhoogten, materiaalgebruik en dakvormen. De gevels werden verfraaid met rijk beeldhouwwerk van de hand van Hildo Krop. De onderlinge eenheid wordt gegarandeerd door de consequent doorgevoerde horizontale geleding van de gevels en de horizontale natuurstenen banden.

Voorgevel

De voorgevel van de school is weliswaar relatief smal, maar maakt toch een imposante indruk door haar hoogte en de naar binnen zwenkende vorm. De hoofdingang geeft de centrale as van het gebouw aan. De deur werd voorzien van fraai smeedwerk en van langgerekte beelden van een man en een vrouw aan weerszijden. De dubbele rij  ramen boven de ingang geeft aan waar zich de bestuurs- en administratievertrekken bevonden. De middenas van de gevel wordt geaccentueerd door een klok op de dakrand met kantelen.

De zijgevels zijn om de hoek geknikt en sluiten zo de voorgevel aan weerszijden af. De ladderramen van de leslokalen en de terugkerende natuurstenen banden zorgen voor een strenge ritmische onderverdeling van de zijgevels. De geknikte achtergevel wordt ingeklemd door massieve hoekpartijen met torenachtige bekroningen. De bovenste verdieping is hier in een hoog oprijzend leien dak opgenomen.  

Foto beeld Hildo Krop op de gevel

De beelden en reliëfs van Hildo Krop verduidelijken door hun vorm en materiaalgebruik de structuur van het gebouw. De thema´s en motieven hebben betrekking op de functie van het gebouw. De in tufsteen gebeeldhouwde man en vrouw aan weerszijden van de hoofdingang symboliseren respectievelijk de industrialisering en de natuur. De man wordt omgeven door bouwapparatuur en een stoomlocomotief, bij de vrouw zijn bloemstengels, een hertje en vogeltjes  te zien. Beide sculpturen bevatten een deel van het devies van de socialistische wethouder P.L. Tak: Zonder moeite niets. Op consolefiguren is aangegeven welke vakken op de school onderwezen werden: smeden, bankwerken, timmeren en elektrotechniek, terwijl de waterspuwers zijn uitgevoerd in de vorm van een uil (een verwijzing naar onderwijs).  De hoog aangebrachte beelden aan de waterzijde hebben betrekking op scheepsbouw en metaalbewerking. Naast de voorstellingen met educatieve inslag zijn er ook luchtiger voorstellingen van eskimo´s, een ijsbeer en pinguïns. 

 

Literatuur:

J.P. M.; Notities bij de afbeeldingen van het gebouw der 4e ambachtsschool te Amsterdam, Bureau van den stadsarchitect van Amsterdam, in: Bouwkundig Weekblad, 47e jrg. (1926), pp. 274-281

Stokroos, Meindert; Van ambachtsschool tot sieraad, in Monumenten, jrg. 28, nr. 5 (mei 2007), pp.14-17

Tol, Johan van der, Zonder moeite niets, Over het sieraad van de Baarsjes, Ymere, Amsterdam 2007