Poppenhuis

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Poppenhuis

21 februari 2008

Poppenhuis (1642)

Kloveniersburgwal 95

Ph. Vingboons

Rijksmonument

gevelcompositie

Het zogenaamde Poppenhuis aan de oostzijde van de Kloveniersburgwal, werd in 1642 in opdracht van Joan Poppen door Philips Vingboons gebouwd. De gevel verraadt sterke invloed van Italiaanse theorieboeken over de architectuur. Daaraan is onder andere het gebruik ontleend van de kolossale orde, pilasters die over meerdere verdiepingen doorlopen.

Geschiedenis

Het Poppenhuis kwam in de plaats van het huis ‘De Gulden Steur’ dat de grootvader van Joan Poppen, Jan Poppen, in 1601 had laten bouwen. Jan Poppen was een welvarend koopman, en  mede-oprichter van de VOC. De vader van Joan Poppen, Jacob Poppen, was onder andere schepen en tot drie maal toe burgemeester van Amsterdam geweest. Hij was een van de rijkste burgers van de stad en liet bij zijn overlijden een enorm vermogen na. Joan Poppen zelf was van belangrijke politieke functies buitengesloten omdat hij zich tot het rooms-katholicisme had bekeerd. Ook de familie van zijn moeders kant, de Wuytiers, was katholiek. In hoge katholieke kringen was Philips Vingboons (1607-1678) een veel gevraagde architect. Zo had hij ook voor de familie Cromhout  huizen aan de Herengracht gebouwd.

Het Poppenhuis is een van de hoofdwerken van Vingboons en de strakke, classicistische gevel moet indertijd temidden van de trapgevels veel aandacht hebben getrokken. Het huis was niet, zoals toen gebruikelijk, een gecombineerde koopmanswoning en pakhuis, maar diende vooral het wonen en de representatie. Hijsbalken en -luiken ontbraken en alleen één kelder was als pakkelder in gebruik. De zolder diende alleen voor huishoudelijk gebruik, als kleerzolder, voor de opslag van brandstof en oude meubelen en dergelijke.

In 1903 werd het pand verworven door de rooms-katholieke liefdadigheidsvereniging, de Vereniging van de Heilige Vincentius à Paolo. Het interieur werd toen verbouwd tot schoollokalen, vergaderzalen en kantoren. Tegenwoordig wordt het Vincentiushuis, zoals het bekend staat, voor sociaal werk gebruikt.

Beschrijving en proportieschema

De gevel is geheel uit Bentheimer zandsteen opgetrokken. Het accent van de gevelcompositie ligt op de drie middelste vensterassen die iets naar voren springen en door een driehoekig fronton worden bekroond. Het familiewapen van Poppen in het fronton werd in de achttiende eeuw door de toenmalige eigenaren vervangen. De kap loopt evenwijdig aan de straat. De Corintische pilasters van de kolossale orde rijzen op vanaf het basement waarin de kelderverdieping is opgenomen. Ze lopen langs twee bouwlagen ononderbroken door tot aan het hoofdgestel. De borstweringen tussen de ramen zijn verfraaid met klassieke festoenen.

facade

In de maatvoering, plaatsing en detaillering van de pilasters volgde Vingboons de voorschriften van het Italiaanse architectuurtraktaat van Giacomo da Vignola. In 1617 was hiervan een Nederlandse vertaling verschenen. In de traktaten of ordeboeken werden universeel geachte schoonheidsidealen en verhoudingen neergelegd die ontleend waren aan de klassieke Griekse tempelbouw. Zo is de hoogte van de pilasters van het Poppenhuis bijna tien maal de breedte ervan, terwijl de afstand tussen de Corintische zuilen, volgens voorschrift, 2 1/3 maal de zuilbreedte bedraagt. Volledig naleven van de voorgeschreven maatverhoudeingen werd bemoeilijkt door de beschikbare bouwruimte (de perceelmaten).   

Het huis had twee kelderingangen en een hoofdingang in het midden, te bereiken via een hoge dubbele stoep. In 1904 kwamen hoofdingang en stoep te vervallen. Aan de iets lichtere kleur van de natuursteen is nog te zien waar de deur zich bevond. De ingang rechts gaf toegang tot de pakkelder, de linker kelderingang diende voor daags gebruik. Hierachter bevonden zich een vestibule en wijnkelder, een representatief trappenhuis en de keukens. Het terrein achter het huis was breder zodat aan de tuingevel een uitbouw gemaakt kon worden voor een diensttrap. Via deze trap kon de eetkamer direct vanuit de keukens bereikt worden.

De hoofdverdieping heeft niet die symmetrische indeling die de gevel suggereert. Het voorhuis waarop de hoofdingang opende, was iets links uit het midden verschoven. Hierdoor bleef aan de linkerkant slechts ruimte over voor een smal vertrek, vermoedelijk het comptoir van Poppen. Daarachter bevonden zich het trappenhuis en de achterkamers. Het rechterdeel met de brede zijkamer en de grote zaal aan de tuinzaal diende de representatie. Tezamen namen ze bijna de helft van de verdieping in beslag. De slaapvertrekken op de bovenverdieping waren bereikbaar via de bordestrap of via een kleine diensttrap achter het voorhuis.

Literatuur
  • Spies, P. e.a., Het Grachtenboek II, Amsterdam/Den Haag 1992, pp. 176-178
  • Ottenheym, K., Philips Vingboons (1607-1678), architect, Zutphen 1989
  • Pruijs, M., "Philips Vingboons en de Regel van de Vijf Ordens der Architecture’’, Amsterdamse Monumenten 1988-3, pp. 34-48
  • Herder, T. den, "Het huis De Gulden Steur’’, Ons Amsterdam 2 (1950), pp.9-11, 163