Het Paleis van Justitie staat op de plaats van het voormalige Aalmoezeniersweeshuis uit 1666. Stadsarchitect Jan de Greef integreerde in 1825 een deel van dit oude gebouw in zijn nieuwe ontwerp voor het Paleis.
Het in 1613 opgerichte college van aalmoezeniers of ‘armenvaders’ droeg de zorg voor de talloze weeskinderen en vondelingen van niet-poorters in de stad. Zij hadden geen recht op een plaats in het Burgerweeshuis of in een van de kerkelijke weeshuizen. In het weeshuis kwamen die kinderen die dus nergens anders terecht konden.
De stad stelde de aalmoezeniers in 1663 twee zeer brede percelen ter beschikking voor de bouw van een nieuw onderkomen. Op 1 januari 1666 konden de eerste weeskinderen hier hun intrek nemen. Vermoedelijk heeft stadsarchitect Daniel Stalpaert het ontwerp geleverd voor het grote blokvormige gebouw rondom twee binnenplaatsen. De enorme gevel werd geleed door dubbele met frontons bekroonde risalieten, waardoor het weeshuis deed denken aan twee brede naast elkaar gelegen grachtenhuizen.
|
| Aalmoezeniersweeshuis, gravure J. Punt, 1758 |
Hoewel het Aalmoezeniersweeshuis tot de grootste gebouwen van de stad behoorde, was al spoedig uitbreiding noodzakelijk. Het gebouw was berekend op 800 kinderen, rond 1680 waren er echter al 1300 kinderen ondergebracht. Meerdere kinderen moesten één kribbe delen. In de loop der tijd konden enkele belendende panden worden aangekocht. De laatste uitbreiding vond plaats in 1801. Toen werden in het pakhuis De Prins op nummer 438 dat gebruikt werd voor voedselopslag voor het weeshuis, slaapzalen voor 300 kinderen ingericht.
De slechte leefomstandigheden in het overvolle weeshuis leidden uiteindelijk tot drastische maatregelen. In 1822 werden bij Koninklijk Besluit de weeskinderen van ouder dan zes jaar naar de koloniën in Veenhuizen en Ommerschans gestuurd die door de Maatschappij van Weldadigheid opgericht waren.
Het gebouw aan de Prinsengracht werd in 1825-1829 door stadsarchitect Jan de Greef (1784-1835) verbouwd tot Paleis van Justitie. De afronding van de werkzaamheden, vooral de inrichting van de diverse lokalen, zou nog zeven jaar in beslag nemen. Pas op 4 oktober 1836 werd het gebouw in gebruik genomen.
De Greef was een van de leidende architecten in de vroege negentiende eeuw. Hij was met een studiebeurs van koning Lodewijk Napoleon naar Parijs en Rome gestuurd om er zich verder te bekwamen in classicistische architectuur. Later voerde hij veel opdrachten uit voor koning Willem I en bouwde of verbouwde hij diverse koninklijke paleizen. In 1818 werd De Greef benoemd tot professor aan de Koninklijke Artillerie- en Genieschool te Delft. Twee jaar later volgde hij Abraham van der Hart op als stadsarchitect van Amsterdam.
Bij de verbouwing tot justitiepaleis liet De Greef de verdiepinghoogte en het grootste deel van de vensters van het voormalige weeshuis ongemoeid. Maar hij gaf de gevel een nieuwe en hechte structuur. Het basement en het forse hoofdgestel met balustrade geven de gevel een kloeke horizontale afsluiting. De zeer lange gevel aan de Prinsengracht wordt gearticuleerd door de hoekpaviljoens en de middenpartij met kolossale Corintische pilasters die vanaf het basement oprijzen. De rondbogen in het middengedeelte verwijzen naar de vierschaar van het voormalige stadhuis op de Dam. In dit middendeel bevonden zich de hal, het trappenhuis en, op de hoofdverdieping, de grote zittingszaal.
Boven de vensters van de eerste verdieping staan de (vrij vertaalde) dichtregels van D.J. van Lennep geschreven:
'Onder uw bewind, Doorluchtige Willem! Is dit Gesticht herbouwd, en aan Wet en Geregtigheid toegewijd.'
Om de gevel goed tot haar recht te laten komen, had De Greef vóór het gebouw een plein en een brug willen aanleggen. Die plannen zijn niet gerealiseerd. Slechts de kade is ter plekke iets verbreed.
In de eerste decennia van zijn bestaan was het gebouw groot genoeg om ook aan andere diensten onderdak te verlenen. Op de tweede verdieping aan de zijde van de Prinsengracht bevond zich van 1838 tot 1863 de stadsbibliotheek. Het linker gedeelte van het gebouw was in de periode 1833-1875 in gebruik als noodhospitaal. Maar naarmate meer gerechtelijke instanties naar de Prinsengracht werden overgebracht, begon ook hier het ruimtegebrek nijpend te worden. In 1864 kon de stadsbibliotheek naar het pand aan de Herengracht 40 worden verplaatst en in 1875 werd het noodhospitaal opgeheven. De kantongerechten werden in 1891 gehuisvest in het gebouw aan het Kleine-Gartmanplantsoen, ontworpen door W.C. Metzelaar (1848-1908), bouwkundige van het ministerie van justitie. Vervolgens nam Metzelaar het Paleis van Justitie onder handen. Hij ontwierp een nieuw trap- en gangenstelsel, de achtergevel aan de Lange Leidsedwarsstraat werd van vier tot twee verdiepingen teruggebracht. In de linkervleugel bracht hij een nieuwe zittingzaal aan. Het interieur werd verfraaid met terrazzowerk, houten en betegelde lambriseringen en cassettenplafonds.
|
| Foto 1955 |
In de twintigste eeuw diende zich weer het oude probleem van ruimtegebrek aan. De waterkelders die Metzelaar had aangelegd, werden in 1931 verbouwd tot archiefruimte, de binnenplaatsen werden volgebouwd. Ook werden wederom panden aangekocht totdat het Paleis van Justitie in 1950 zijn huidige omvang had bereikt en zich tot aan de Leidsegracht uitstrekte.
In 1990 verhuisde het overgrote deel van de gerechtelijke instanties naar een nieuw gebouwencomplex aan Parnassusweg. Alleen het gerechtshof van Amsterdam bleef, na verzet van enkele rechters en steunbetuigingen in media, op de oude locatie. Toch zal de huidige situatie niet lang meer voortduren; architecten Claus en Kaan zijn gekozen als ontwerper voor de nieuwbouw van het Paleis van Justitie op de kop van het Westerdokseiland. De oplevering is gepland in 2010.