P.L. Takbuurt

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

P.L. Takbuurt

21 februari 2008

Woonblok De Dageraad (1920-1923)

P.L. Takstraat/Burg. Tellegenstraat/Th. Schwarzeplein/H. Ronnerplein

M. de Klerk & P. Kramer

Rijksmonument

Burg. Tellegenstraat

De Pieter Lodewijk Takbuurt is een beroemd voorbeeld van volkshuisvesting. Het wooncomplex kwam na de Eerste Wereldoorlog tot stand in opdracht van woningbouwvereniging De Dageraad naar een ontwerp van twee leidende architecten van de Amsterdamse School, Michel de Klerk (1884-1923) en Piet Kramer (1881-1962). De arbeiderswoningen hebben een allure die tot dat moment alleen aan prestigieuze gebouwen voorbehouden was. Van meet af aan werd het daarom beschouwd als een monument voor de emancipatie van de arbeidersbeweging zoals wordt bevestigd door ter plekke aangebrachte inscripties, gedenktekens en beeldhouwwerk. In 1974 werd de hele P.L. Takbuurt op grond van de uitzonderlijke architectuurkwaliteit tot Rijksmonument verklaard.

De woningbouwverenigingen en de Amsterdamse school

In 1901 was de Woningwet tot stand gekomen die aan woningen bepaalde minimumeisen stelde. De Woningwet bepaalde verder dat bouwopdrachtgevers zonder winstoogmerk, voor rijkssubsidie in aanmerking konden komen. Hierdoor kwam een einde aan de speculatiebouw die de negentiende-eeuwse stadsuitbreidingen zoals de Pijp, had beheerst. De woningbouw kwam nu grotendeels in handen van woningbouwverenigingen en coöperaties die zich inzetten voor de verbetering van de volkshuisvesting.

P. L. Takstraat

In 1918 kregen zes woningbouwverenigingen van de gemeente beschikking over een bouwterrein ten noorden van het Amstelkanaal, een gebied dat nu omsloten wordt door de Tweede van der Helststraat, Lutmastraat en Van Woustraat.  Het middengedeelte hiervan werd aan de woningbouwvereniging De Dageraad toegewezen. De Dageraad was van oorsprong een coöperatie die, gesteund door de sociaal-democratische partij en de vakbeweging, een aantal kruidenierswinkels en bakkerijen, een melkinrichting, een kleermakerij en een algemeen verkoophuis exploiteerde. In 1916 werd ook een woningbouwvereniging opgericht die, in overleg met de gemeente, de taak op zich nam om op het toegewezen terrein 294 volkswoningen neer te zetten. Het woningbouwblok van De Dageraad moest het visitekaartje worden van de sociaal-democratische volkshuisvesting. Daarom werden in 1918 twee leidinggevende architecten van de Amsterdamse school aangetrokken, Michel de Klerk en Piet Kramer, om het geheel te realiseren. Piet Kramer was op dat moment esthetisch adviseur van de afdeling Bruggen van de dienst Publieke Werken. Michel de Klerk was beroemd geworden door zijn ontwerpen voor arbeiderswoningen aan het Spaarndammerplantsoen en gold als de geniale architect die het groeiende zelfbewustzijn van de arbeidersbeweging vorm kon geven. 

P.L. Takstraat/Tellegenmonument

Het stedenbouwkundige ensemble van De Dageraad heeft de vorm van een Y waarvan de P.L. Takstraat de centrale as vormt. Aan weerszijden hiervan bevinden zich twee schoolgebouwen en twee pleinen, het Henriëtte Ronnerplein en Thérèse Schwartzeplein. De P.L. Takstraat wordt afgesloten door het Burgemeester Tellegenmonument waarachter de Coöperatiehof is gelegen, half omsloten door de Burgemeester Tellegenstraat.

Twee identieke schoolgebouwen aan weerszijden van de P.L. Takstraat vormen vanaf de Jozef Israëlskade de imposante toegang tot het wooncomplex van De Dageraad. Ze werden in 1923-1924 gebouwd door A.J. Westerman, een architect in dienst van Publieke Werken. Het rijke beeldhouwwerk van de hand van Hildo Krop (1884-1970) maakt integraal deel uit van de architectuur. Gezien vanaf de Waalstraat, in het verlengde  van de P.L. Takstraat, fungeren de schoolgebouwen als coulissen voor de woningen van De Dageraad en het Tellegenmonument. Aan de zijde van de P.L. Takstraat nemen de bouwvolumes sprongsgewijs in hoogte af tot het niveau van de door Michel de Klerk ontworpen woningen.

De  P.L. Takstraat  is naar toenmalige begrippen ongewoon ruim van opzet en wordt geflankeerd door gevelwanden vol dynamiek en afwisseling. Op de kop van de woonblokken grijpen de dakpannen over de gehele tweede verdieping heen. Vervolgens verrijzen daar bovenop nog een opbouw en een toren bekleed met verticaal gelegde dakpannen. Vanaf hier wordt het oog verder geleid langs ononderbroken golvende bouwmassa´s. Hoewel de  straatwand in zijn geheel vorm is gegeven, blijven de woonblokken individueel herkenbaar door verspringingen in de rooilijn en door de daklijn, die per woonblok telkens omhoog krult.

In tegenstelling tot de gevels zijn de plattegronden van de woningen vrij conventioneel. Ze bestaan uit een woonkamer en een slaapkamer voor, met de keuken en een tweede slaapkamer achter. Alleen de plaatsing van het trappenhuis achterin was enigszins ongebruikelijk.

Burg. Tellegenstraat

De geweldige torenachtige hoekpartijen met spectaculaire rondingen aan de kant van de Burgemeester Tellegenstraat zijn door Piet Kramer ontworpen. Hier bevonden zich de enige winkels in de buurt. De in reliëf aangebrachte inscripties zijn gewijd aan respectievelijk de sociaal-democratische wethouder Pieter Lodewijk Tak en de woningbouwvereniging De Dageraad. Op het platte dak boven de inscriptie van P.L. Tak bevindt zich een roofvogel uitgevoerd in baksteen, boven de inscriptie van De Dageraad een mannenfiguur. Beide beelden zijn van de hand van John Rädecker (1885-1956).

De P.L. Takstraat mondde oorspronkelijk uit op een groot plein, het Coöperatieplein, dat echter in 1927 plaats maakte voor de Coöperatiehof. Tegenover de grote hoekgebouwen van de P.L. Takstraat/ Burgemeester Tellegenstraat werd een halfrond pleintje uitgespaard, het Burgemeester Tellegenplein met het gelijknamige monument, ontworpen door Piet Kramer. Het monument staat ruggelings tegen de voormalige bibliotheek aan de Coöperatiehof waarvan het torentje als herkenningsteken de traditionele rol van een kerktoren overnam. Op de afsluitende wand bracht de beeldhouwer Chris van der Hoef  een medaillonportret aan van  J.C.W. Tellegen, de eerste directeur van Bouw- en Woningtoezicht in Amsterdam die in 1915 tot burgemeester werd benoemd. De overige reliëfs, met symbolische voorstellingen van Moed, Overleg, Trouw en Beleid zijn van de hand van Driekus Jansen van Galen. Boven aan weerszijden bevinden zich nog twee gevelstenen met een voorstelling van een vrouw met kind.

Henriëtte Ronnerplein, Thérèse Schwartzeplein

De woonblokken aan de Burgemeester Tellegenstraat, ontworpen door Piet Kramer, zijn spiegelbeeldig aan die van de P.L. Takstraat. De voortrollende daken en de donkere sokkels leiden het oog richting Talmastraat en Willem Passtoorsstraat, en vandaar naar respectievelijk het Henriëtte Ronnerplein en Thérèse Schwartzeplein. Halverwege maakt de Burgemeester Tellegenstraat een knik, wat weer aanleiding was om een architectonisch accent aan te brengen, in dit geval een scherp naar voren komende toren met erkerramen waarvan de kozijnen de vorm van een boeg van een Indische prauw hebben gekregen.

Th'rèse Schwartzeplein

De tweelingpleinen aan weerszijden van de P.L. Takstraat, het Henriëtte Ronnerplein en Thérèse Schwartzeplein, zijn weer ontworpen door Michel de Klerk. Het vloeiende dynamische lijnenspel in de P.L. Takstraat en Burgemeester Tellegenstraat maakt hier plaats  voor een meer statisch beeld. De Klerk ging ervan uit dat een straatwand vanuit een bewegend perspectief wordt waargenomen, maar een pleinwand niet, want een plein is primair een plek om te vertoeven. De pleinwand bestaat uit vier huizenblokken, ieder onder een eigen kap. De verbindende elementen tussen de huizenblokken beperken zich tot de halfronde balkons ter hoogte van de eerste verdieping en de in verticaal verband gemetselde donkere bakstenen van de sokkels die in de hoeken van de pleinwand tot aan de dakrand oprijzen.

De gevels van de huizenblokken hebben de vorm van een trapezium. Boven de twee verdiepingen is een gesloten zolderetage en een licht hellend dak dat aan de zijkanten diep doorloopt. Vanuit een terugliggend muurvlak tussen de huizen rijzen hoge schoorstenen op. Aan weerszijden van de vier huizenblokken bevinden zich in de hoeken ‘halve huizen’ met een balkon op de eerste verdieping en een origineel vormgegeven uitbouw.

De huizenblokken zijn uiterlijk feitelijk nauwelijks te onderscheiden van luxueuze villa´s. Achter de gevel van zo’n ‘villa’ gaan echter zes woonappartementen schuil.  Aan de buitenzijde is dat niet te zien want ieder huizenblok heeft maar één buitendeur en de ramen staan niet in gelijke rijen recht boven elkaar, zoals in percelen met vrijwel identieke appartementen te verwachten zou zijn geweest. Ieder appartement bestond uit een woonkamer en een slaapkamer voor en een keuken en twee slaapkamers achter. Op het binnenterrein achter de huizen bevindt zich een gemeenschappelijke tuin, want privé-tuintjes voor alleen de bewoners op de begane grond, pasten niet in het beleid van een sociaal-democratische woningbouwvereniging

 

Literatuur
  • Bock, M. S. Johannisse, V. Stissi, Michel de Klerk, bouwmeester en tekenaar van de Amsterdamse school, 1882-1923, NAI Rotterdam, 1997
  • Casciato, M., De Amsterdamse School, Rotterdam 1991
  • Tent. cat. Amsterdamse School. Nederlandse architectuur 1910-1930, Stedelijk Museum 1975
  • Roy van Zuydewijn, H.J.F. de, Amsterdamse bouwkunst 1815-1940, Amsterdam 1969
  • Vriend, J.J., Amsterdamse School, Amsterdam 1970
  • Vijftig jaar Dageraad, 1916-1966, gedenkboek, Amsterdam 1966