Oude Werf

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Oude Werf

21 februari 2008

D'OUDE WERF (omstreeks 1600)
Prins Hendrikkade 176,
Rijksmonument

d'Oude Werf

D’Oude Werf was een van de eerste scheepstimmerwerven van de in 1602 opgerichte Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Vanaf omstreeks 1608 werd hier de eigen vloot gebouwd en gerepareerd. Het complex ligt op het eiland Rapenburg dat, samen met de eilanden Uilenburg en Valkenburg, bij de stadsuitbreiding van 1593 werd aangelegd. Het omvatte behalve de pakhuizen onder andere nog een lijnbaan, een teerhuis en een oliekokerij.
Het poortje rechts van de pakhuizen, overigens van later datum, zo rond het midden van de zeventiende eeuw, leidde naar de werf van de VOC. Het fronton bevat het embleem van de VOC en de letter A als aanduiding voor de Kamer Amsterdam van de Compagnie. De bewindhebbers van de Compagnie zetelden in het Oost-Indisch Huis op de hoek van de Oude Hoogstraat en de Kloveniersburgwal.

Foto 1936
Foto 1936

In de loop van de zeventiende eeuw werd het complex te klein, zodat in 1662 een groot bedrijfscomplex gebouwd werd op Oostenburg. De gebouwen op Rapenburg bleven echter wel bij de VOC in gebruik. Zij worden sindsdien D’Oude Werf genoemd. De pakhuizen werden gebruikt voor de opslag van katoenen stoffen en Kaapse wijn, en stonden dan ook bekend als de wijnpakhuizen van de VOC.

D’Oude Werf bestaat tegenwoordig uit twee dubbele pakhuizen met brede trapeziumgevels, mogelijk waren oorspronkelijk trapgevels voor de huizen geplaatst. Zij hebben elk twee gekoppelde luikenrijen met daarboven detail gevel Oude Werf.hijsbalken met overkappingen, zogenaamde windkasten. Links en rechts van de hijsluiken zijn tweelichten of bolkozijnen aangebracht.
De vensters op de eerste verdieping zijn afgedekt door ontlastingsbogen met zandstenen hoek- en sluitstenen. Elk gebouw bestaat uit twee bouwvolumes, van elkaar gescheiden door standvinken ter vervanging van een bouwmuur.
Het West-Indisch Pakhuis op de hoek van de Prins Hendrikkade en het ’s-Gravenhekje, is van hetzelfde type.

Gebruik

D’Oude Werf bleef na de opheffing van de VOC in 1799 in gebruik als pakhuis, eerst door de overheid (het Ministerie van Koloniën), later (na 1828) door particulieren.
In de jaren tachtig van de twintigste eeuw verkeerden de pakhuizen in slechte staat. Begin jaren negentig werden zij gerestaureerd en verbouwd tot woningen en winkel annex bedrijfsruimten.

Literatuur
  • R. Kist e.a., Van VOC tot Werkspoor, Utrecht 1986
  • J.C. Overvoorde, ‘Gebouwen der Oost-Indische Compagnie in Amsterdam’, Oudheidkundig Jaarboek VIII (1928), 39-41
  • Magda Révész-Alexander, Die Alten Lagerhäuser Amsterdams. Eine Kunstgeschichtliche Studie, Den Haag 1954
  • F. Wieringa e.a., De VOC in Amsterdam, Amsterdam 1982
  • Dick v.d. Horst (red.), ‘Aan ’t schipryk Y…’. Oude en jonge monumenten rond de historische oevers van het IJ, Amsterdam 1995 (Open Monumentendag), p. 85-88