Het Jacob Obrechtplein wordt gedomineerd door een imposante synagoge, thans Raw Aaron Schuster-Sjoel geheten. De synagoge werd in 1928 gebouwd en in 1996 als rijksmonument aangewezen. Na een grondige restauratie werd de synagoge op 14 december 1997 opnieuw gewijd.
De synagoge werd gebouwd in opdracht van de Nederlandsch Israëlietische Hoofdsynagoge (NIHS) die in 1925 een terrein had gekocht op de hoek van de Heinzestraat-Jacob Obrechtplein. Hier stond een houten hulpsynagoge, die werd afgebroken toen de NIHS aan de architect H. Elte opdracht verleende voor het ontwerp van een definitieve synagoge. De voorkeur ging uit naar een hoekterrein omdat, blijkens een schrijven aan B & W, een aan twee zijden vrijstaand gebouw naar de mening van de NIHS, meer in overeenstemming zou zijn met de gemeentelijke schoonheidseisen.
Op 18 mei 1928 werd de synagoge gewijd. De architect Harry Elte (1880-1944), wiens naam in de muur links van de ingang is gebeiteld, gold als een expert op gebied van synagogenbouw. Buiten Amsterdam had hij reeds vier nieuwe synagogen ontworpen en ook enkele synagogen gerestaureerd.
De synagoge aan het Jacob Obrechtplein vormde een gebouwencomplex waartoe behalve de hoofdsynagoge ook een mikwe (rituele badplaats), een verenigingslokaal en twee bovenwoningen voor respectievelijk de chazan (voorzanger) en de sjammes (koster) behoorden. De voorhof naast de entree is ontstaan doordat hier een inmiddels verdwenen boom stond die bij het ontwerp was ingepast.
Het exterieur laat een samenspel zien van kubusvormige volumen die doorsneden worden door uitkragende daklijsten en luifels en diepliggende smalle verticale lichtsleuven.
Het ontwerp van Elte is geïnspireerd op de architectuur van de spraakmakende stadsarchitect van Hilversum, W. Dudok en van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright, een van de grondleggers van de twintigste-eeuwse architectuur. Net als zijn grote voorbeelden behandelde Elte de architectuur als een sculptuur door de manier waarop de verschillende onderdelen gecomponeerd zijn tot gesloten bouwblokken, waarin vensteropeningen en vlakke horizontale dakoverstekken voor een steeds veranderend ritme zorgen. Een markante toren steekt als een uitroepteken boven de omringende bebouwing uit. Typerend is de ook bij Dudok regelmatig voorkomende hoekoplossing waarbij een iets terugliggend bouwblok tussen de hoeken wordt geschoven.
In tegenstelling tot de gesloten, monumentale buitengevels, ademt het interieur de warme rijke sfeer van de art deco die zich onderscheidt door kleurigheid en luxueus materiaalgebruik. Via een overdekte ingangsgalerij betreedt men een vestibule met marmeren lambrisering waartegen een fontein van lichtblauw geglazuurd aardewerk is geplaatst. Traditiegetrouw werden hier voor aanvang van de dienst de handen gewassen. De synagoge is overdwars gebouwd met de bima en de heilige arke op de korte as.
Licht valt binnen door zes vensterstroken aan beide korte zijden die samen de twaalf stammen van Israël symboliseerden. Het gebrandschilderde glas was afkomstig van het bekende atelier Bogtman in Haarlem. De heilige arke vond een plaats in een geweldige waaiervormige nis met zwart marmer beklede achterwand. In de overwelving van de nis zijn drie smalle vensterstroken met gebrandschilderd glas aangebracht waardoor een warm veelkleurig licht over de arke speelde. De fraaie voorhangsels werden ontworpen door Leo Pinkhof.
Eikenhouten banken waren opgesteld rondom de bima (voorleespodium) van coromandelhout tegenover de heilige arke. De synagoge bood zitplaats aan circa 340 mannen en ongeveer 250 vrouwen. Op de lange wand tegenover de arke bevond zich de vrouwengalerij. In 1937 kwam er een tweede vrouwengalerij bij door vergroting van een oorspronkelijk voor het mannenkoor bestemde kleine galerij.
De vrouwengalerij rust op vierkante pijlers die met glasmozaïekjes zijn betegeld, evenals de kolommen aan weerszijden van de heilige arke. Ook de koperen hanglampen en de metalen staande lampen bij de arke en bima vormen fraaie ornamentele accenten in het interieur.
Na de oorlog werd de synagoge gerestaureerd door de vroegere medewerker van Elte, C. van der Wilk. Sinds 1969 gingen in het interieur vele ornamenten schuil achter verf of stucwerk. Nadat het gebouw in 1996 als rijksmonument was aangewezen, volgde een uitgebreide restauratie onder leiding van het ingenieursbureau IPR Normag uit Haarlem. De gevels, daken en de gebrandschilderde ramen werden toen hersteld en de ornamenten weer ontdaan van de stuc- en verflagen.
Op 14 december 1997 werd de synagoge opnieuw gewijd en vernoemd naar de vroegere opperrabbijn Aaron Schuster (1907-1994).