Nieuwmarkt 20-22

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Nieuwmarkt 20-22

21 februari 2008

NIEUWMARKT 20-22 (1605)
Rijksmonument


Nieuwmarkt

Uit de jaartalstenen op de gevel blijkt dat Nieuwmarkt 20-22 uit 1605 dateert. Het dubbelhuis is gebouwd op het terrein van het voormalige Minderbroederklooster dat na de Alteratie van 1578 was onteigend. Toen in 1603 de stenen stadsmuur langs de huidige Geldersekade en Kloveniersburgwal werd afgebroken, kon de stad op het voormalige kloosterterrein percelen voor bebouwing uitgeven. De bouwheer was Jan Hermansz. van Reen die medeoprichter en bewindhebber van de Verenigde Oost-Indische Compagnie was. Zijn woonhuis verrees op een dubbel erf aan het deel van de Kloveniersburgwal dat de Oost-Indische Kaai genoemd werd, vanwege de nabijheid van het Oost-Indisch Huis. Toen tussen 1605 en 1614 gedeeltes van de oude vestinggracht aan weerszijden van de Sint Antoniespoort overkluisd werden, kwam het huis aan een marktplein te staan, de Nieuwmarkt.

 uitsnede 1544 Nieuwmarkt
 Detail kaart Cornelis Anthonisz, 1544
Stenen huis zonder houtskelet

Het dubbelhuis van Van Reen was destijds een van de grotere huizen van Amsterdam. Het rechtergedeelte bestond uit een voorhuis en een verwarmbaar zijkamertje. Links was het kleinere zijhuis, met daarachter de binnenplaats. De twee vanaf de straat bereikbare opslagkelders waren waarschijnlijk overkluisd door een kruisgewelf. De keuken bevond zich onder de achterkamer van het rechterpand, naast de binnenplaats. De grote zaal op de verdieping nam de volle breedte in beslag en zag met vijf vensters over de Nieuwmarkt uit. Ook de pakzolder liep over beide panden door. Bovenop het verbindingsstuk tussen de beide kappen bevond zich, getuige de vogelvluchtkaart van Balthasar Florisz uit 1625, een uitzichtplat met balustrade. Dit platje is in rudimentaire vorm nog steeds aanwezig.

Nieuwmarkt 20-22 is een vroeg voorbeeld van een huis zonder houtskelet. De moerbalken en kinderbinten die de vloer dragen rustten op natuurstenen consoles die het gewicht op de muur overbrengen. Deze draagstenen waren oorspronkelijk versierd met leeuwenmaskers. De moerbalken op de begane grond liepen evenwijdig aan de voorgevel, maar die van de grote zaal op de verdieping waren een kwartslag gedraaid en steunden op consoles in de voorgevel. Ook de kappen kwamen haaks op de gevel te staan, waardoor gewone topgevels mogelijk waren.

 foto uit Zandkuijl 1993  foto uit de oude doos
 Historische foto's  

De oorspronkelijk geheel stenen gevel laat de gebruikelijke afwisseling zien van rode baksteen en witgeverfde natuurstenen horizontale banden en blokjes in de bogen. Wel uitzonderlijk waren de rijke toepassing van de natuurstenen elementen, de fraaie afwerking en de afwezigheid van een houten pui. De sluitstenen in de ontlastingsbogen boven de kruiskozijnen bevatten kopjes van mannen, kinderen en een vrouw, die oorspronkelijk verguld waren. De bovenste trap van de gevels werd gesierd door een pilastertje op een kraagsteen in de vorm van een leeuwenmasker.

Opvallend element in de voorgevel is het asymmetrisch geplaatste raam op de tweede verdieping. Oorspronkelijk was op die plaats een kleiner venster geplaatst, het huidige raam dateert van later datum. De ruimte onder de beide kappen loopt ononderbroken door achter beide topgevels.

Splitsing van het huis

Omstreeks 1700 werd het huurhuis in twee afzonderlijke woningen gesplitst, vermoedelijk omwille van een betere exploitatie. Tegelijk werd de stenen gevel van een grenenhouten winkelpui voorzien. In 1742 was in het linkergedeelte een kantwinkel gevestigd, in het andere pand een linnenwinkel. Tijdens de verbouwing werden de kelderruimtes veranderd in kelderwoningen. De stenen gewelven werden toen vervangen door enkelvoudige balklagen: in de linkerkelder zijn nog de aanzetten van de oude kruisgewelven te zien. De kelder van het rechterpand werd verhuurd aan een kleermaker. Circa 1900 werd het binnenplaatsje van het linkerpand dichtgezet. De verdieping boven beide winkelruimtes werd rond het midden van de negentiende eeuw als bovenhuis ingericht. De ingang werd in het midden van de gevel gesitueerd, rechts van de deelmuur, waarvandaan een steektrap naar boven leidde. Tussen de verdieping en de zolder is nog een deel van de oorspronkelijke spiltrap aanwezig.

Verbouwing en restauratie

In 1918 werd het dubbelpand aangekocht door Vereniging Hendrick de Keyser. Het rechterpand was toen in gebruik als café De Roemer. Deze kroeg was in de jaren 1920 wijd en zijd bekend vanwege het orchestrion, een geweldig elektronisch orgel waarvan de muziek over de Nieuwmarkt schalde. In 1932 werd de gehele begane grond in gebruik genomen door de winkel van De Gruyter. Er volgde een grote verbouwing onder leiding van de architect A.A. Kok. De kelderwoningen werden veranderd in opslagruimte. Op initiatief van De Gruyter werden de consoles die in de loop der tijd bijna allemaal waren weggehakt, aangevuld met exemplaren van elders. Kok nam ook de gevel onderhanden en ontwierp onder andere een nieuwe winkelpui die het midden hield ‘tussen een reconstructie en een modern ontwerp in de trant van de Amsterdamse School’, zoals geformuleerd werd in het boek Huizen in Nederland (R. Meiscke, 1993). Zijn plannen voor herinrichting van de bovenwoning konden pas in 1953 worden gerealiseerd onder leiding van zijn zoon IJsbrand Kok. De pui van nummer 22 kreeg toen een nieuwe toegang naar de verdieping die in twee woningen werd gesplitst. Het Rijksmuseum gaf zeven consoles en twee vroeg-zeventiende-eeuwse terracotta schouwstukken in bruikleen. In 1960 werden beide woningen weer verenigd.

Nieuwmarkt 20