Mozes en Aäronkerk

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Mozes en Aäronkerk

29 juli 2010

Mozes en Aäronkerk (1837-1841)

Waterlooplein 207

T.F. Suys

Rijksmonument

Mozes en Aäronkerk Geschiedenis

De kerk van Sint Antonius van Padua, beter bekend als de Mozes en Aäronkerk, kwam in 1837-1841 in de plaats van een oudere huiskerk. Paters franciscanen hadden in 1649 in het huis ‘Moyses’ aan de Breestraat (nu Jodenbreestraat) een statie (missiepost) gesticht, gewijd aan de franciscaanse heilige Sint Antonius. In 1682 konden ook twee aangrenzende huizen, waaronder het huis ‘Aron’, aangekocht worden, en vervolgens nog een drietal achterliggende pakhuizen aan de Houtgracht (ter plekke van het huidige Waterlooplein). Zo ontstond een blok van zes panden waarbinnen in 1691 een ruime huiskerk werd ingericht. Aan de buitenzijde was daarvan overigens, in verband met de bepaling dat rooms-katholieke kerken geen aandacht mochten trekken, niets te zien. In de negentiende eeuw veranderde deze situatie. In 1837 ging een ambitieus bouwproject voor een nieuwe kerk van start. Voor het ontwerp werd een gerenommeerd architect aangetrokken, de Vlaming T. F Suys (1783-1861), hofarchitect van koning Willem I. Na de Belgische afscheiding vervulde hij een zelfde functie aan het Belgische hof. Ook voor het beeldhouwwerk viel de keuze op Vlaamse kunstenaars, J. B. de Cuyper en P.E. van den Bossche.

Nieuwe context, nieuwe bestemming

Door veranderingen in de omgeving heeft de kerk aan uitstraling sterk ingeboet. De kerk was prachtig gelegen aan het uiteinde van de Leprozengracht, op de hoek met de Houtgracht, waardoor de voorgevel zich in het water weerspiegelde. Maar in 1882 werden beide grachten gedempt om plaats te maken voor het Waterlooplein. Hierheen verplaatste zich de markt die voorheen in de Jodenbreestraat werd gehouden. De kerk werd nog meer uit haar oorspronkelijke context gerukt toen in 1968 het belendende huizenblok, inclusief de pastorie, rechts van de kerk werd afgebroken ten behoeve van de aanleg van het Mr. Visserplein. Hierdoor is de kerk nu met een kale zijgevel naar het nieuwe plein gekeerd. 

De parochie werd in 1969 opgeheven. Na een omvangrijke restauratie in 1990 heeft het gebouw een maatschappelijk culturele bestemming gekregen. In het Mozeshuis links van de kerk, in 1969 ontworpen door de architect P.H. van Rhijn, is het Centrum voor volwasseneneducatie gevestigd.

De schone schijn

Typerend voor de bouwkunst van de eerste helft van de negentiende eeuw is dat ontwerp en uitvoering strikt van elkaar gescheiden waren. Suys maakte zijn ontwerpen in Brussel vanwaar hij ze naar Amsterdam opstuurde. De uitvoering liet hij aan anderen over.

De architect T.F. Suys had zijn opleiding gevolgd in Parijs en Rome. Die internationale oriëntatie is terug te vinden in zijn ontwerp voor de Mozes en Aäronkerk, zoals blijkt uit de vormgeving van de torens, de ingangspartij in de vorm van een klassiek tempelfront, en de zuilen en muurpilasters in het interieur. In eerste aanleg ging Suys uit van een ingangspartij met een diepe zuilenhal. Maar omdat hij geen toestemming kreeg de rooilijn van de straat te overschrijden, werd de zuilenhal ingekrompen tot de huidige omvang waarbij hij ten opzichte van het bouwlichaam nauwelijks naar voren springt.

De kerk is opgebouwd uit verschillende, over het algemeen lichte materialen. Maar aan de buitenzijde is daarvan niets te zien. De voorgevel lijkt geheel uit natuursteen te bestaan. In werkelijkheid zijn dat alleen de zuilen, pilasters, de plint en het bordes. De bakstenen gevel was wit gepleisterd, de houten opbouw van de flankerende torens wit geschilderd. Bij de schilderbeurt van 2006 zijn meer gevarieerde lichte tinten aangebracht. De basementen en kapitelen van de pilasters aan weerszijden van de bogen in de torens, zijn van gietijzer. En in het interieur wordt het middenschip overdekt door gestuukte houten kruisgewelven. Aan  ‘materiaaleerlijkheid’ die later in de Nederlandse architectuur zo´n grote rol zou spelen, werd dus weinig waarde gehecht. In de toenmalige architectuur ging het allereerst om een rijk, monumentaal effect.

Mozes

Aaron
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De kerk van buiten en van binnen

De middenpartij van de voorgevel heeft de vorm van een tempelfront bestaande uit vier Ionische zuilen van Bentheimer zandsteen. Het beeldhouwwerk is van J. B. de Cuyper. In het gevelveld van het bekronende fronton zijn ornamenten en symbolen van de franciscaanse orde uitgebeeld. Boven de ingang en op het fronton staan respectievelijk beelden van de heilige Franciscus en van Christus als wereldredder. Een aantal andere beelden, die van Paulus en Petrus aan weerszijden van Christus en van de vier evangelisten, is in de Tweede Wereldoorlog verdwenen.  

De achtergevel, aan de Jodenbreestraat, is eenvoudiger behandeld. In de door dubbele Dorische pilasters geflankeerde nis staat een beeld van Melchisedek, wederom van de hand van De Cuyper.  De twee gevelstenen van respectievelijk Mozes en Aäron zijn nog afkomstig van de voormalige huiskerk die hier heeft gestaan.

interieur van de Mozes en Aäronkerk

Het interieur wordt door grote Corinthische zuilen in drie even hoge beuken verdeeld. De brede horizontale band langs de muur was bedoeld ter ondersteuning van de nooit uitgevoerde galerijen die boven de zijbeuken hadden moeten komen. Het  hoogaltaar is afkomstig uit de voormalige huiskerk, inclusief de achttiende-eeuwse beelden van de heilige Antonius en Franciscus, en het altaarstuk ``De Verrijzenis van Christus’’ van Jacob de Wit (1695-1754). Afhankelijk van de liturgische indeling van het kerkelijk jaar, was het altaarstuk verwisselbaar voor een schildering van de ‘Maria Aankondiging’ of van ‘Christus aan het Kruis’, eveneens van Jacob de Wit. In 1994 zijn de schilderijen van het hoogaltaar gerestaureerd en van passende lijsten voorzien. De schilderingen van De Wit flankeren sindsdien het orgel. De zijaltaren heeft Suys in een met het hoogaltaar overeenkomstige stijl ontworpen. De beelden zijn van De Cuyper die ook verantwoordelijk was voor de eikenhouten preekstoel met scènes uit het leven van de heilige Franciscus. De reliëfs op de muren met de veertien kruiswegstaties zijn van de hand van P.E. van den Bossche. Het orgel, in 1869-1871 gemaakt door de gebroeders C.B. en P.J. Adema uit Leeuwarden, werd in 1887 uitgebreid. In 1994 is het gerestaureerd en opnieuw in gebruik genomen.

Het gerestaureerde orgel

Literatuur

Heel, P.B.van en P.B. Knipping; Van Schuilkerk tot Zuilkerk. Het orgel van de Mozes en Aäronkerk, Amsterdam 1941

Dunk, Th. von der; Een kathedraal voor Amsterdam. De voorgeschiedenis van de Mozes en Aäronkerk aan het  Waterlooplein, Zutphen 2003

Horst, D. van der en M. Pruijs; In en om de Lastage. Historisch knooppunt van ambacht, handel en scheepvaart, Amsterdam, OMD 1993, 97-101

Raas, J., De kroon op het werk/Het orgel van de Mozes en Aäronkerk, Amsterdam 1994