Meeuwenlaan 11

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Meeuwenlaan 11

29 juli 2010

Villa De Volewijck (1916)

Meeuwenlaan 11

G.J. Rutgers

Geïnventariseerd pand

 

Meeuwenlaan 11Het vrijstaande woonhuis aan de Meeuwenlaan 11, villa `De Volewijck', is in 1916 gebouwd door de architect Gerrit Jan Rutgers (1877-1962). Deze villa in Noord is een uitzondering in zijn oeuvre. Rutgers bouwde vooral in de zogenaamde 'Gordel 20-40'. Tot zijn belangrijkste werk behoren enkele woonhuizen in Amsterdam-Zuid en West, het Grand Hotel Centraal (nu Grand Hotel Carlton) uit 1925-1929 en de uitbreiding van het Hotel American (1928). De naam Volewijck verwijst naar de eeuwenoude natuurlijke landtong die vroeger ten westen van de Meeuwenlaan vanuit Noord het IJ instak. Halverwege de negentiende eeuw werd het water aan weerszijden van de Volewijck ingepolderd; ten westen spreekt men van de Buiksloterham en ten oosten van de Nieuwendammerham. Al snel na de inpoldering werden het oostelijke deel van de Volewijck en de Nieuwendammerham bestemd voor industrie langs de IJ-oevers en woningbouw meer landinwaarts. Met die ontwikkeling van het gebied ging de oude (inpolderings)structuur verloren en werd in het begin van de twintigste eeuw de Meeuwenlaan als belangrijkste verbindingsroute aangelegd. Een overgang tussen het oude en het nieuwe land is niet (meer) zichtbaar, maar feitelijk staat de villa aan de Meeuwenlaan in de voormalige Volewijck.

Het woonhuis is gebouwd voor ir. J.T. Duyvis van de Draka-fabriek (in draad- en kabel) die verderop aan de Meeuwenlaan was gevestigd. De villa is vier vensterassen breed en heeft een kelder, begane grond en een eerste-, en tweede verdieping onder het dak en een zolder. Het zadeldak heeft een opvallende, sierlijke knik en een brede overstek met gootklossen. De gevels van de villa zijn wit geschilderd; de linker gevel heeft twee, tot op de eerste verdieping doorlopende vensters.
De ingang geeft toegang tot een tochtportaal. Daarachter ligt een hal met trappenhuis waarvan de trap richting voorgevel naar boven voert en via een bordes terug naar achteren steekt. Alle woonvertrekken zijn via de hal bereikbaar. Direct rechts bevindt zich een zijkamer. Daarachter ligt de keuken met ertussen in een gangetje en wc. Links ligt aan de voorkant de huiskamer, een langgerekte ruimte met de lange kant aan de voorgevel. Erachter ligt een bijna vierkante eetkamer die via een dienkamer in verbinding staat met de keuken. De keuken geeft achterin via een portaaltje toegang tot de garage aan de rechter zijkant van het huis en een waslokaal aan de achterzijde van het huis dat half onder de grond ligt. Een deel van het huis is onderkelderd ten behoeve van voorraadruimte, de verwarmingsketel en een kolenhok. Op de eerste verdieping grenzen de vertrekken ook aan de hal: drie voor- en twee achterkamers. De badkamer bevindt zich tussen beide achterkamers.

Interieur

Het tochtportaal is bekleed met marmer op de vloer en aan de onderzijde van de wand. Naast de beide deuren bevinden zich glas-in-loodramen met gebrandschilderd glas uit het atelier van W. Bogtman te Haarlem. De zijkamer rechts heeft een ingebouwde kastenwand met vierkante ruitjes, een origineel parket en een geschilderd plafond dat nooit is overgeschilderd. Het plafond heeft een holle koof die is gemarkeerd door een brede, bruine rand met een decoratie in een patroon van rode en blauwe stippels. Het plafond heeft verder een met stippelpatroon gedecoreerde rand in mosterdgeel, groen en grijsblauw en een middenrozet in dezelfde tinten. Op de ongeschilderde houten trap ligt nog de oorspronkelijke traploper. De tinten mosterd en rood en de stippels komen overeen met die in het genoemde plafond. De loper is gemaakt bij handgeknoopte tapijtfabriek Kinheim in Beverwijk.
Zowel in de huiskamer als in de eetkamer zijn de vensterbanken in de doorlopende ramen belegd met een donkergrijs geaderd marmer. De cv-elementen eronder zijn uit de bouwtijd en de snoeren met donkere en lichte houten kralen die er als een gordijn voor hangen zijn dat vermoedelijk ook. Ze doen denken aan kralensnoeren zoals die werden verwerkt in meubelen en lampen in de stijl van de Amsterdamse School. Het parket in beide kamers is origineel. Zo ook de kastenwand met vierkante ruitjes in de eetkamer en het plafond aldaar dat net als in de zijkamer nooit is overgeschilderd en dus nog de oorspronkelijke kleurstelling heeft. In beide kamers hangen nog de gordijnen van de familie Duyvis. Ze zijn uitgevoerd in velours-frisé naar een patroon van Theo Nieuwenhuis uit circa 1914.
In de dienkamer en keuken bevinden zich nog enkele van de oude kasten. Het washok is nog steeds uitgerust met de gootsteen, de plank voor de emmers en wordt nog steeds met een potkachel verwarmd. Op de vloer van het portaaltje en de garage liggen vierkante, gewolkte tegeltjes in grijs en geel. De wanden bij en in de wc zijn betegeld met vierkante tegels waarin randjes van kleine, turkooisen mozaïeksteentjes zijn verwerkt. Op de vloer liggen grijze tegeltjes met een holle en een bolle zijkant. De wc wordt verlicht middels bovenlichten in wand en plafond. De ruimte kan worden geventileerd door een ingenieus mechanisme in het glazen plafond.
Op de eerste verdieping bevinden zich twee vergelijkbaar uitgevoerde wastafelnissen, één in de linker voorkamer (groenige vierkante tegels) en één in de rechter achterkamer (blauwe vierkante tegels). Ze hebben vaste kasten en bezitten originele verchroomde badkameraccessoires. De zijkamer aan de voorkant heeft mooie glas-in-loodramen, vergelijkbaar met die in het tochtportaal. Het raam is verdeeld is zes vakken waarvan de middelste geopend kunnen worden. In de achterkamer links bevindt zich een deel van een perenhouten kast met medaillons. De rechter voorkamer heeft een houten kastnis met een gesneden kuif als bekroning. De luiken voor de ramen van het huis kunnen nog steeds met het oude vergrendelsysteem worden gesloten.

De Volewijck is zowel qua indeling als qua detaillering nog origineel. In de vertrekken op de begane grond, in het trappenhuis en in de kamers op de eerste verdieping zijn vloeren, ramen, plafonds en andere vaste en ook losse (traploper, gordijnen) onderdelen uit de bouwtijd bewaard gebleven. Sommige interieuronderdelen zijn gesigneerd of terug te voeren naar de originele werkplaats en als zodanig zeer zeldzaam en waardevol. De stijl is verwant aan die van de Amsterdamse School. In de lange tijd dat Villa Volewijck leegstond is het onder andere gebruikt als filmdecor voor opnames van het Verboden Bachanaal, naar een boek van Simon Vestdijk.