De Koninklijke Hollandsche Lloyd was een van de grote Amsterdamse rederijen in de eerste decennia van de twintigste eeuw. De rederij bezat aan de Oostelijke Handelskade een groot terrein met loodsen, kantoorgebouwen, personeelswoningen, een koffiehuis en, als blikvanger, het Lloyd hotel. Ondanks de grote veranderingen die de Oostelijke Handelskade de laatste jaren heeft ondergaan, is de herinnering aan de Koninlijke Hollandsche Lloyd nog nadrukkelijk aanwezig. Van het Lloyd complex resteren nog een kantoorgebouw (op nr. 12-14), het landverhuizershotel (Lloyd hotel, op nr. 34-34A), het ontsmettingsgebouw (nr. 34B), een blok personeelswoningen (nrs. 36-42) en het personeelskoffiehuis Lloyd (nr.44). Al deze gebouwen zijn ontworpen door de architect E. Breman.
De Koninklijke Hollandsche Lloyd (KHL) was in 1908 voortgekomen uit de in 1899 opgerichte Zuid-Amerika Lijn. Aanvankelijk legde de Zuid-Amerika Lijn zich toe op veevervoer uit Zuid-Amerika. Een mond- en klauwzeerepidemie die het transport van vee lamlegde, bracht de rederij ertoe zich ook op personentransport toe te leggen. Een aantal vrachtschepen werd tot passagiersschepen verbouwd en de naam van de rederij veranderd in Koninklijke Hollandsche Lloyd.
In de Eerste Wereldoorlog leed de rederij zware schade en ging een aantal schepen verloren, waaronder het gloednieuwe schip Tubantia dat in 1916 werd getorpedeerd. Toch begon de KHL al tijdens de oorlogsjaren de infrastructuur op grootschalige wijze te vernieuwen. In 1915 kocht de rederij, die aanvankelijk havenemplacementen in de Rietlanden had, twee hectare grond aan de Oostelijke Handelskade. Aan de kade verrezen twee imposante loodsen, Brazilië en Argentinië geheten, kantoorgebouwen, personeelswoningen, een koffiehuis en tenslotte een landverhuizershotel, het Lloyd hotel (1921) voor de opvang van emigranten die uit Oost-Europa op weg waren naar Zuid-Amerika.
De KHL participeerde niet met de andere grote rederijen in de bouw van een gezamenlijk kantoorgebouw, het Scheepvaarthuis dat in 1916 aan de Prins Hendrikkade verrees. De rederij wou zich van de concurrentie onderscheiden met een eigen, statig hoofdkantoor, het Lloydgebouw, dat tussen 1917 en 1921 verrees aan de Prins Hendrikkade, hoek Martelaarsgracht, tegenover het Centraal Station. Ook dit gebouw werd door Breman ontworpen. Maar reeds anderhalf jaar na in gebruikneming werd het pand in verband met financiële moeilijkheden afgestoten en verhuisde de KHL naar het kantoorgebouw aan de Oostelijke Handelskade 12-14.
In de crisesjaren ’30 van de vorige eeuw legde de KHL, die bekend stond om nogal dure bedrijfsvoering, het loodje. In 1935 staakte de rederij de passagiersdiensten. Alleen in afgeslankte vorm en onder de vleugels van de vroegere concurrent KNSM, kon de rederij nog een beperkt aantal vrachtschepen in de vaart houden.
De gebouwen van de KHL werden ontworpen door de architect Evert Breman (1859-1926), die zich in 1881 in Amsterdam vestigde. Sinds 1883 noemde hij zich “bouwkundige”. Breman was de hoofdarchitect van de Wereldtentoonstelling van het Hotel- en Reiswezen die in 1895 op het Museumplein werd gehouden, en bouwde ook onder andere de villa’s Hobbemastraat 14-16 en Honthorststraat 5-7 en vier, inmiddels niet meer bestaande theaters in Amsterdam. Breman voorzag de KHL van een “huisstijl” die degelijkheid en representativiteit uitstraalde. Hij bereikte dit effect door een historische vormentaal te hanteren waarin voorzichtig vernieuwingen werden doorgevoerd ontleend aan de Amsterdamse School. Het architectonische paradepaardje van de Lloyd, het landverhuizershotel kende naar het classicistische principe zowel uit- als inwendig een symmetrische structuur, terwijl de klokgevels met golvende contouren (ojiefgevels) naar de architectuur van grachtenpanden verwees. In de motieven en variaties in het metselwerk zocht Breman daarentegen weer aansluiting met de Amsterdamse School die in die jaren haar hoogtepunt kende.
Het Lloyd hotel stond bekend als het beste landverhuizershotel van Europa. Het kon 900 gasten herbergen, voor het merendeel boeren en joden uit Oost-Europa die vanwege de economische crises en het antisemitisme hun heil elders wilden zoeken. De KHL had in Oost-Europa speciale agenten in dienst die de treinreis naar Amsterdam regelden. Via het Centraal Station gingen de emigranten door naar het treinemplacement achter het Lloyd hotel. Alvorens hun intrek in het hotel te nemen, werden ze in het ontsmettingsgebouw naast het hotel op hoofdluis gecontroleerd en medisch onderzocht en kregen ze schone badjassen en gummi schoenen. Hun kleren werden in een kelder van het gebouw in speciale ovens gedesinfecteerd, dit alles ter voorkoming dat tijdens de zeereis op de schepen een epidemie zou uitbreken.
Het hotel had een H-vormige plattegrond, met twee vleugels haaks op de kade. Op de begane grond liep over de volle breedte van het gebouw een lange gang met grijsgroen betegelde muren, in het midden onderbroken door een ontvangsthal (waar een grote landkaart van Zuid-Amerika hing) met negen glas-in-lood ramen met voorstellingen van schepen en stadsgezichten van Amsterdam. Verder bevonden zich er een geldwissel- en ticketkantoor, een conversatiezaal, buffet, keuken en een grote eetzaal waarvan het plafond door zes zuilen werd ondersteund. Voor het bereiden van koosjer voedsel was er een apart zaaltje. Op de eerste verdieping bevonden zich kamers voor families met kleine kinderen, recht boven de eetzaal was de slaapkamer voor alleen reizende vrouwen en op de tweede verdieping de mannenslaapzaal. Naast de slaapzalen waren toiletten en douches met warm stromend water. Verder waren er ziekenzalen voor mannen en vrouwen.
Nadat de Koninklijke Hollandsche Lloyd in 1935 het passagiersvervoer had stopgezet, ging het hotel over in handen van de gemeente. In 1939 werd het gebruikt voor vluchtelingenopvang van Duitse joden. Tijdens de Februaristaking in 1941 werd het gebouw door de Duitsers als gevangenis ingericht, en voorzien van isoleercellen en tralies voor de ramen. Ook na de oorlog bleef het gebouw in gebruik als Huis van Bewaring, van 1965 tot 1987 als jeugdgevangenis. Vervolgens diende het voormalige Lloyd hotel als ontmoetings- annex kunstenaarscentrum waar tientallen kunstenaars hun atelier hadden. In 2004 herkreeg het gebouw zijn hotelfunctie, nu in combinatie met horeca en de ‘Culturele ambassade’, die zich richt op cultureel en creatief ingestelde bezoekers. Het architectenbureau MVRDV heeft in samenwerking met diverse ontwerpers een bijzonder hotel geschapen met 116 hotelkamers variërend van één tot vijf sterren. Overal in het gebouw wisselen authentieke delen en nieuwe ingrepen elkaar af maar uitwendig bleef het gebouw nagenoeg ongewijzigd. Ook de entree is nu nog net zo als zij was bij de opening in 1921. Elders in het gebouw zijn de lambriseringen, muurtegels, de granitovloer en de gebrandschilderde ramen gehandhaafd.
De oorspronkelijke eetzaal heeft weer de functie van restaurant. Door het openbreken van de bovenverdiepingen is een adembenemende vide ontstaan waar vier hotelkamers als dozen in de ruimte hangen. Op drie kamers zijn platforms aangebracht waar de culturele ambassade kantoor houdt. De trap die vanaf het restaurant naar de verdiepingen leidt, is geïnspireerd op de hoge scheepstrap waarlangs de landverhuizers vroeger de stoomschepen van de Koninklijke Hollandsche Lloyd betraden.
Sommige kamers zijn extravagant ingericht, zoals een kamer met een acht persoonsbed, of een vertrek met een open douche middenin de kamer of een zolderkamer met een bad pontificaal onder het zolderraam. De kamers op de entresols met hun groene houten lambrisering alsook enkele badkamers op de gang zijn nog deels in authentieke staat. Bureau Lakenvelder en Joep van Lieshout ontwierpen de badkamers.
Meubels en lampen laten een afwisseling zien van ontwerpen uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw (Schuyt, De Bazel, Rietveld) en van eigentijdse kunstenaars (Ineke Hans, Marcel Wanders, Ruchartd Hutten, Claudi Jongstra, Hella Jongerius).
Ook het koffiehuis (1917) van de Lloyd is met behoud van authentieke delen aan de moderne tijd aangepast. Het voorste gedeelte was indertijd gereserveerd voor het hogere personeel, terwijl bootwerkers en dagloners in de achterzaal terecht konden. Na de Tweede Wereldoorlog heeft het koffiehuis verschillende bestemmingen gehad. Na een verbouwing in 2003 door CASA architecten heeft het voorste deel weer zijn oorspronkelijke functie als koffiehuis herkregen. De achterzaal doet dienst als buurtcentrum, vergaderzaal of repetitieruimte.
Lubbers, A., Lloydhotel, Amsterdam 2004
Münching, L.L. von, De Koninkljke Hollandsche Lloyd, Alkmaar 1990
Roetemeijer, H.J.M., ``Het Lloyd Hotel en de Zuid-Amerika Lijn’’, Ons Amsterdam 21 (1969), pp. 40-47
Heijdra, T., Kadraaiers en Zeekastelen: Geschiedenis van het Oostelijk Havengebied, Amsterdam 1993