Korthals Altes

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Korthals Altes

29 juli 2010

Graansilo Korthals Altes (1896-1898)

Silodam 100-256

J.F. Klinkhamer en A.L. van Gendt

Rijksmonumenten

huidige situatie van de graansilo Korthals AltesDe graansilo Korthals Altes heeft lange tijd het beeld van de Amsterdamse haven beheerst. Het massieve gebouw was van verre zichtbaar op de punt van de Westerdoksdijk aan het IJ, “als de wachtpost aan het Noordzeekanaal van het handeldrijvend Amsterdam”, zoals het Bouwkundig Tijdschrift in 1898 naar aanleiding van de ingebruikneming van de silo schreef. En het vervolgde:“het uiterlijk spreekt van soliditeit en welvaart, het innerlijk van practischen zin en goede koopmansgeest; een geheel, den heer Korthals Altes waardig”.

Tegenwoordig is de silo, na een omstreden renovatie, herbestemd tot appartementengebouw. 

Voorgeschiedenis

Amsterdam was van oudsher een stapelmarkt van graan. Reeds aan het einde van de vijftiende eeuw was de stad erin geslaagd de graanhandel naar zich toe te trekken.

In de negentiende eeuw moest de Amsterdamse haven echter tot actie overgaan om de graanhandel niet aan Rotterdam kwijt te raken. Bovendien maakte de graanproductie door de gemechaniseerde landbouw in Amerika een enorme sprong die schaalvergroting van de op- en overslagcapaciteit noodzakelijk maakte. 

De Stelling van Amsterdam

Toch waren het niet in de eerste plaats overwegingen van economische, maar van militair-strategische aard die de doorslag gaven om een geweldige graansilo in de Amsterdamse haven te bouwen. Sinds de Vestingwet van 1874 had de visie op de nationale defensie een wezenlijke verandering ondergaan. De wet had tot gevolg dat oude vestingwerken buiten werking werden gesteld en een nieuw samenhangend verdedigingsstelsel werd ontwikkeld, bestaande uit een concentrische reeks verdedigingslinies. De laatste wijkplaats, het ‘nationaal reduit’, werd gevormd door de Stelling van Amsterdam, bestaande uit een ingenieus stelsel van forten, dijken, dammen, sluizen en gemalen dat het gebied rond de Stelling in twee dagen onder water kon zetten.

Het gebied binnen de Stelling van Amsterdam

In 1888 verspreidde architect  J.F. Klinkhamer, naar aanleiding van een voordracht voor de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst, een opmerkelijk pamflet waarin hij wees op de eenzijdige militair-strategisch visie van waaruit de Stelling van Amsterdam werd ontwikkeld. Maar had men er ook aan gedacht hoe leger en bevolking een maandenlange belegering zouden doorstaan? Daarom pleitte hij voor de bouw van een forse graansilo die de graanvoorziening veilig zou stellen. Op het pamflet liet hij ook een schetsontwerp van een toekomstige graansilo zien, dat al in vele opzichten vooruitliep op het ontwerp dat Klinkhamer tien jaar later daadwerkelijk zou realiseren.

Zijn pleidooi vond gehoor bij de broodgigant en directeur van de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Graansilo’s en Pakhuizen, tevens gemeenteraadslid J. Ph. Korthals Altes (1827-1904) die bereid was een groot deel van de investeringen op zich te nemen. In 1896 gaf de gemeenteraad haar goedkeuring aan het bouwbesluit van de silo.

De locatie van de graansilo, op de punt van de Westerdoksdijk, was opmerkelijk omdat de meeste bouwactiviteit zich sinds de opening van het Noordzeekanaal in 1876 in het oostelijk havengebied afspeelde. Korthals Altes was daarentegen voorstander van ontwikkeling van het westelijk havengebied, zoals men een halve eeuw later dat inderdaad is gaan doen. De locatie had verschillende voordelen: de Westerdoksdijk vormde een goede aanlegsteiger voor de schepen vanuit het Noordzeekanaal, het stadscentrum en het Centraal Station waren vlakbij. Bovendien had men bij de bouw van de Stelling van Amsterdam rekening gehouden met oorlogsdreiging vanuit het oosten, zodat de silo in het westelijk havengebied buiten de vuurlinie zou liggen.  

De bouwopdracht ging naar Klinkhamer die immers zelf een actief aandeel had gehad in de  ontwikkeling van de plannen. Bovendien bezat hij de nodige ervaring op gebied van dergelijke bouwopgaven. Klinkhamer had reeds een silo voor de Delftsche Distilleerderij (1890) gebouwd, en in Amsterdam, aan de Zoutkeetsgracht, de Stoom-, Meel- en Broodfabriek Holland (1895). In beide gevallen werden de installaties geleverd door de Duitse firma G. Luther. Ook bij de graansilo Korthals Altes zou dat het geval zijn. Voor zuiver constructieve problemen die de bouw van de silo met zich meebracht, werd de hulp van architect A.L. Van Gendt ingeroepen. 

De graansilo

De graansilo had een lengte van ongeveer 105 meter, bij een breedte van 20 meter en een hoogte van circa 27 meter. Aan de oostzijde was de graansilo direct aan het water gelegen, aan de westzijde was hij bereikbaar via een kade met spoorrails.

de graansilo in 1993

Het gebouw bestond uit twee lange, blinde vleugels aan weerszijden van een geprononceerde middenpartij met toren. Dit middengedeelte, ook mulderij- of reinigingsgebouw genoemd, bevatte de stoommachines, de reinigingsapparatuur, en bovenin, het kantoor van de silobaas. Aan de noordzijde stond het stoomketelhuis met een vrijstaande schoorsteen. De vleugels bevatten ieder zestig stortschachten of karen, die met ijzeren trekstangen aan elkaar verankerd waren en waarvan de rozetankers de spaarvelden in de vleugels markeerden. De spaarvelden werden van elkaar gescheiden door lisenen. Aan het mulderijgebouw hingen transportbanden waarmee het graan uit de zeeschepen werd gelost en via elevatoren naar de zolders getransporteerd. Daar werd het graan eveneens via transportbanden in de betreffende karen gestort. Met schuiven konden de trechtervormig uitlopende karen worden geopend, waarna de benodigde hoeveelheid graan via een lopende band in de kelder per treinwagon of binnenvaartschip verder kon worden gedistribueerd. Voor de reiniging van graan waren de bodems van enkele schachten als ijzeren zeefplaten uitgevoerd waardoor lucht geperst werd om het graan te drogen.

Op de parterre was ruimte voor opslag van kleinere partijen en voor graan in balen of zakken. Kleinere schepen werden gelost via een scheepselevator in de ronde toren aan de zuidoosthoek van het gebouw. In totaal kon 17 miljoen kilo graan in de silo worden opgeslagen.

Een burcht aan het water

Hoewel de graansilo een zuiver utilitair gebouw was, speelden bij de vormgeving motieven van esthetische aard zeker ook een rol. Klinkhamer, die in 1899 als hoogleraar in burgerlijke bouwkunde utiliteitsbouw aan de Polytechnische School te Delft was aangesteld, gaf in zijn inaugurele rede uitleg over zijn ontwerpideeën. De ontwerper van bedrijfsgebouwen, de “kathedralen van de moderne tijd’’, moest behalve met de functie-eisen, ook de “schone vorm’’ niet vergeten. Bouwopgaven als die van de graansilo Korthals Altes waren echter nog zo nieuw, dat er nog geen vormgevingsprincipes voor waren ontwikkeld, aldus Klinkhamer. Hij raadde zijn studenten daarom aan de gotische bouwkunst te bestuderen om vaardigheden en beginselen te leren die zij op actuele bouwopgaven zouden kunnen toepassen: “Zelfs als wij staan voor de groote werken van publiek nut, waarin steeds nieuwe eischen door de techniek worden gesteld, dan kan de plooibare beredeneerdheid der middeleeuwsche kunst ons voor geheel nieuwe eischen de juiste vormen leeren vinden”. 

de graansilo in 1993Voor de graansilo Korthals Altes vond Klinkhamer zijn inspiratie vooral in middeleeuwse stadspoorten en burchten, zoals tot uitdrukking komt in de geleding van de gesloten wanden met lisenen en boogfriezen, de hoektorentjes van het middengedeelte, en de ronde toren met kantelen die als een rondeel van een middeleeuwse stadsmuur uit het water oprijst. De benamingen van de graansilo als burcht, of wachtpost aan het IJ, werden verder ingegeven door de eenzame ligging op een strekdam, omringd door water. De militaire associaties die het gebouw oproept waren toepasselijk omdat de graansilo immers ook bedoeld was om de bevolking in oorlogstijd van graan te voorzien. Het ontwerp van Klinkhamer werd in het Bouwkundig Tijdschrift geprezen omdat het “door zijn robuuste vormen den indruk van kracht geeft als een middeleeuwsche burcht, maar aangenaam aandoet door een goede verdeeling der muurmassa’s, en wat de inrichting betreft, aan de meest moderne eischen voldoet”.

Renovatie

In 1952 werd aan de zuidzijde van de bestaande, een geheel nieuwe 45 meter lange en 37 meter hoge betonnen silo gebouwd. In 1981 bouwde Amsterdam aan de Vlothaven een hypermoderne graanopslagcomplex dat een centraal distributiepunt werd voor andere Europese havens. In 1987 was de graansilo Korthals Altes overbodig geworden en dreigden plannen tot sloop. Twee jaar later werd het gebouw echter gekraakt en werden er woonruimten, feestzalen, galeries, een bakkerij, een restaurant en studio’s gevestigd. Drie jaar later werd een aanvraag tot rijksmonument van de Vereniging tot Behoud van de Graansilo gehonoreerd, vanwege “de achitectuurhistorische waarde, de industrieel-archeologische waarde, en de markante historisch functionele situering aan het IJ”.

De graansilo is door A. van Stigt veranderd in een appartementengebouw. De herbestemming heeft grote gevolgen gehad voor de architectuur. Weliswaar zijn het oorspronkelijke volume en het silhouet onaangetast gebleven, maar de nieuwe woningen vereisten vele verticale reeksen open raampartijen in het blinde bakstenen omhulsel waardoor het kenmerkende massieve burchtachtige, gesloten karakter van de oorspronkelijke graansilo grotendeels verloren is gegaan.

gevels vanaf de Oude Houthaven