In de oosthoek van het pleintje, dat is ontstaan na demping van de Nieuwezijds Kolk, staat het Korenmetershuisje. In dit gebouwtje vonden de vergaderingen plaats van de korenmeters en de korenzetters, die sinds 1654 waren verenigd in een gilde. Het is één van de weinige overgebleven gildehuizen van Amsterdam.
De graanhandel was vanaf het midden van de zestiende eeuw Amsterdams belangrijkste handel. Niet voor niets werd gesproken van de ’moedernegotie’. Het is vooral deze handel die van Amsterdam de stapelmarkt van Europa maakte. Vanuit verschillende landen werd graan geïmporteerd, met Polen en Rusland via de Baltische zeehavens als belangrijkste leveranciers. Het graan werd over zee aangevoerd, opgeslagen in de vele pakhuizen in Amsterdam en doorverkocht naar andere bestemmingen. De gebouwen van de graanhandelaren, graanmakelaars, korenzetters en korenmeters waren dicht bij elkaar gelegen in het gedeelte van de stad ten westen van het Damrak, tot aan de Nieuwezijds Voorburgwal. De transactie zelf vond plaats in de Korenbeurs; deze was vanaf 1617 gesitueerd naast de Oude Brug op het Damrak en bestond uit een open binnenplaats aan drie zijden omgeven door een overdekte houten galerij. Tegen de wanden van de galerijen waren kistjes geplaatst voor de bewaring van de graanmonsters. Voordat het graan werd verhandeld zorgden de korenmeters en korenzetters voor de verdeling van de partijen graan in door het gilde vastgestelde standaardmaten.
Tussen 1589 en 1654 waren de korenmeters en korenzetters verenigd in twee afzonderlijke gilden. Het onderkomen van de korenmeters was rond het midden van de zestiende eeuw gesitueerd in een houten huisje bij de Oude Brug. Al in 1558 nam de Vroedschap het besluit een nieuw Korenmetershuis te bouwen op de Nieuwezijds Kolk.
Het huidige gebouwtje is gebouwd in 1620 en staat met de voorgevel aan de Kolksteeg. Het gebouw is rechthoekig van vorm en heeft toegangen in de voor- en achtergevel. De gevels zijn ontworpen in de stijl van de Hollandse renaissance. Kenmerkend zijn de symmetrisch vormgegeven bakstenen gevels met natuurstenen banden en de ontlastingsbogen boven de vensters. De voorgevel heeft aan weerszijden van de ingangspartij drie vensters, de achtergevel is meer gesloten en telt in totaal drie vensters. Boven de hoofdingang zijn in reliëf de attributen van het gilde aangebracht: de maat, de ton en de strijker.
Het Korenmetershuisje heeft in de loop van de tijd verschillende wijzigingen ondergaan. Zo werden de oorspronkelijke kruiskozijnen met luiken en glas-in-loodramen in de 18de eeuw vervangen door schuiframen. Tijdens een restauratie in 1896 werd volgens de toen geldende restauratiedenkbeelden en -technieken gekozen het gebouw te reconstrueren naar de vermeende toestand van 1620. Architect H.G. Jansen (1859-1934) voorzag de dakkapellen van tentdaken en naaldspitsen en de schuiframen maakten plaats voor houten kruiskozijnen met luiken. Boven de middendorpel van de kruisvensters werden glas-in-loodramen aangebracht met afbeeldingen van de attributen van de twee gilden.
Een groot deel van het interieur is tijdens bovengenoemde verbouwing verloren gegaan. Zo plaatste de architect een nieuw trappenhuis en werden de wanden van de hal gedeeltelijk bekleed met tegels. Wel bleef de oorspronkelijke indeling intact. Het souterrain was aanvankelijk ingericht als werkplaats voor de korendragers; zij hadden een aparte ingang aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Op de bel-etage waren de directievertrekken en de vergaderruimten van de gilden ondergebracht, terwijl de zolder dienst deed als werkruimte voor de boekhouders. In deze laatste ruimte herinneren twee fraai beschilderde houten kastdeurtjes uit de 17de eeuw, waarop een korenmeter en een korenzetter met hun attributen zijn afgebeeld, nog aan deze tijd. Het gebouw werd na de opheffing in 1921 van de Corporatie der Korenwegers en korenmeters - de opvolger van het gilde - weer eigendom van de gemeente, en heeft sindsdien verschillende gebruikers gehad. Vanaf 1924 was er het Nederlands Persmuseum gevestigd en in 1950 nam het bureau van de Amsterdamse Haven het gebouw in gebruik. De laatste is er in 1967 in getrokken: de Bond Heemschut. Deze vereniging zet zich sinds 1911 in voor de bescherming van cultuurmonumenten in Nederland.
S. Bakker, ‘Het Korenmetershuisje aan de NZ Kolk’, Heemschut 68 (1991), 5, p. 26-29
Dick v.d. Horst en Martin Pruijs, ‘Tot cieraet deser stede’. 20 monumenten in de historische kern van Amsterdam, Amsterdam 1994 (Open Monumentendag), p. 81-83
R. van Gelder en R. Kistemaker, Amsterdam 1275-1795; De ontwikkeling van een handelsmetropool, Amsterdam 1983, p. 25-30
M. Heijder, Amsterdam. Korenschuur van Europa. Historische schets van de Amsterdamse graanhandel, Amsterdam 1979
H. Schoch en E. Mattie, Koopmansgeest, Amsterdam 2002 (Open Monumentendag), p. 93-95