Keizersgracht 524

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Keizersgracht 524

29 juli 2010

Huis Geloof (1754)

Keizersgracht 524

Rijksmonument

Keizersgracht 524In 1670 bouwde timmerbaas Gerrit Jacobsz. voor zijdeverver Pieter van Zuylen aan de Keizersgracht een drietal identieke huizen, Geloof , Hoop en Liefde genaamd. De huizen waren ieder drie traveeën breed en hadden een gemeenschappelijke voorgevel. Achterin de tuinen stonden tuinhuizen tegen de achtergevels van panden aan de Kerkstraat. In de loop der tijd is de eenheid tussen de panden verbroken en zijn het op zichzelf staande panden geworden.

In 1743 werd de koopman en kunstverzamelaar Nicolaas Doekscheer eigenaar van het pand Het Geloof, op nummer 524. Hij liet het interieur verfraaien met stucwerk en voorzag het pand naar de smaak van de tijd in 1754 van een nieuwe lijstgevel met zolderlichten tussen de consoles van de kroonlijst en een afsluitende balustrade. Bovenop de balustrade kwam een inmiddels verdwenen beeld dat het Geloof personifieerde. De huidige attiek dateert van een verbouwing rond 1800.

In 1756 wist Doekscheer het buurhuis, nummer 526, met een bijbehorend achterliggend huis aan de Kerkstraat te verwerven en bovendien het huis achter zijn eigen huis. De twee huisjes liet hij afbreken om plaats te maken voor een fors koetshuis (Kerkstraat 61) dat ruggelings tegen het tuinhuis van zijn woonhuis aan de Keizersgracht werd gebouwd. Aan de zijde van de Kerkstraat is goed te zien hoe het koetshuis met een imposante en rijke top is afgesloten. Beneden bevonden zich stal en koetshuis, boven (koetsiers)woning(en) en daarboven de hooizolders. In 1758 werd de bouw voltooid. Aan de tuinzijde werd het koetshuis voorzien van een pronkgevel in een uitbundige rococo-stijl.  

Doekscheer was een fervent schilderijenverzamelaar van vooral zeventiende-eeuwse schilderijen. Een enkele keer trad hij ook zelf als opdrachtgever op. In 1772 liet hij de Haarlemse schilder Hendrik Keun (1738-1787) twee schilderijen maken, een van zijn woonhuis het Geloof, en een van zijn tuin met tuin- en koetshuis. Het eerste schilderij werd in 1796 op een veiling verkocht en is sindsdien spoorloos verdwenen. Het andere doek is in 1951 in het Rijksmuseum terechtgekomen. Het schilderij laat tuin- en koetshuis zien op een zonnige dag terwijl Doekscheer zelf, zijn vrouw en personeel in de tuin vertoeven.

het koetshuis met beelden van Hercules en Ceres De achtergevel van het koetshuis vormt een waardig decor voor de voorstelling. In de gedecoreerde nissen staan beelden van Hercules en Ceres en op de kroonlijst van het lage tuinhuis de figuren van Geloof en Hoop en, in het midden een medaillon van de Liefde. In latere tijd is het beeldhouwwerk van het tuinhuis verdwenen. In 1958 werd het koetshuis gerestaureerd. Bleef een nieuwe balustrade op het dak van het koetshuis toen nog achterwege, bij een volgende restauratie in 1976 maakte beeldhouwer Hans ’t Mannetje op basis van het schilderij van Keun een kopie die op de oorspronkelijke plaats op het dak van het voormalige koetshuis  werd geplaatst. Ook de twee sierschoorstenen van het koetshuis werden teruggebracht.

Literatuur

Grachtenboek (1991), 192-193

Eeghen, I.H. van, ‘De bouw van het huis ‘Het Geloof’, Kringloop, 1971-1, 2-7

Eeghen, I.H. van, ‘De restauratie van Kerkstraat 61’, Maandblad Amstelodamum, 58 (1971), 40-45

Eeghen, I.H. van, ‘De verzamelaar Nicolaas doekscheer’, Bulletin van het Rijksmuseum, 1971-4, 173-182

Horst, D. van der en M. Pruijs, Van Gouden Eeuw naar Fin de Siècle. Een tocht van Rembrandtplein naar Vondelpark, Amsterdam (OMD 1992), 36-38