Amstel 216 is een naar Amsterdamse begrippen zeer monumentaal huis ontworpen in de strakke stijl door de bouwmeester Adriaen Dortsman. De beroemdste bewoner van het huis was Coenraad van Beuningen, diplomaat en meervoudig burgemeester van Amsterdam. Het verhaal gaat dat Van Beuningen die later aan krankzinnigheid leed, het huis met bloedvlekken heeft beklad waaraan het huis de naam ontleent.
Adriaen Dortsman, de bouwmeester van het huis, was van origine een wiskundige, landmeter en vestingbouwer uit Vlissingen. In 1665 vestigde hij zich in Amsterdam waar in verband met de grote stadsuitbreiding van 1662 veel bouwopdrachten waren te verwachten. De regent Jan Six trad op als mecenas van de nieuwkomer en bezorgde hem diverse opdrachten.
Amstel 216 bouwde Dortsman in 1671-1672 voor de rooms-katholieke koopman en zeepfabrikant Gijsbert Dommer. De bouwdatum staat in Romeinse cijfers boven de ingang vermeld. Dortsman zelf woonde een paar huizen verderop, op nummer 210.
Dortsman was in Nederland de meest radicale vertegenwoordiger van de ‘strakke stijl’ die na 1660 zijn intrede deed. De stijl was sterk geïnspireerd op Franse voorbeelden, die onder andere door een publicatie van Jacques Lemuet in Holland bekendheid verkregen. Deze door soberheid gekenmerkte bouwtrant rekende af met het rijke decoratieve gebruik van klassieke ornamenten zoals pilasters en frontons boven de vensters. De schoonheid van een gevel werd nu meer gezocht in harmonieuze maatverhoudingen. De middenas is dominant door de verticale verbinding van de ingangspartij met het balkon en de vensters daar boven. Bovendien werd de (ingetogen) ornamentiek, ter accentuering van de symmetrie, op de middenas geconcentreerd. De hoeken kregen lichtere accenten in de vorm van lisenen.
Amstel 216 is een klassiek voorbeeld van de strakke stijl in de woonhuisarchitectuur. Het pand is gebouwd als een dubbelhuis. De gevel is uitgevoerd in natuursteen en vormt een groot vierkant dat een regelmatige, symmetrische gevelindeling mogelijk maakte. Het lage schilddak ging, gezien vanaf de straat, achter de balustrade schuil (tegenwoordig heeft het huis een plat dak). Hoeklisenen en een afsluitende lijst met trigliefen en een balustrade omlijsten de gevelcompositie. Het muurvlak wordt door slechts drie vensterassen doorbroken, in plaats van vijf zoals gebruikelijk bij panden van dergelijke breedte. Bovendien waren de vensters smal. In combinatie met de zware muurdammen en de strakke horizontale voegen verlenen ze het pand een ongenaakbaar en gesloten karakter.
Er waren oorspronkelijk drie ingangen gelijkvloers. Glazen zijdeuren (nu veranderd in vensters) gaven toegang tot de dienstvertrekken. De centrale hoofdingang wordt geflankeerd door Dorische kolommen die het balkon dragen. De afsluitende balustrade wijkt in het midden halfrond terug om plaats te bieden aan een wapenschild waarvan bovenzijde bladvormig omkrult. De balusters van de balustrade hebben de voor Dortsman karakteristieke flesvorm.
Achter de strenge gevel ging een weelderig interieur schuil. Ook in de plattegrond ligt de nadruk op de middenas, in dit geval een ruime en monumentale gang die vanaf de hoofdingang naar achteren toe doorloopt. De gang is voorzien van stucwerk in de stijl van Lodewijk XVI. Enkele stijlkamers aan weerszijden van de gang hebben een inrichting in de Lodewijk XVI- en Empire stijl. De grote tuin is overigens ontstaan doordat de bouwheer delen van de tuinen van de percelen aan de om de hoek gelegen Herengracht bij zijn huis aan de Amstel voegde.
In 1686 werd Coenraad van Beuningen eigenaar van het huis. Van Beuningen werd tot zes maal toe tot burgemeester van Amsterdam gekozen en trad regelmatig op als gezant van de Republiek. In die hoedanigheid reisde hij naar Engeland, Frankrijk, Denemarken en Zweden. In zijn latere leven kampte Van Beuningen met ernstige psychische problemen die zich geleidelijk omzetten in krankzinnigheid. Mogelijk hebben zijn slechte huwelijk, zijn verloren vermogen door speculaties in VOC-aandelen en zijn conflictueuze verhouding met stadhouder Willem III hieraan bijgedragen. Hij sleet zijn laatste jaren in zijn pand aan de Amstel waar hij leefde aan kettingen, vastgebonden door zijn personeel. Het verhaal wil dat hij, nog eenmaal losgebroken uit zijn ketenen, de gevel met zijn eigen bloed heeft beklad met inscripties, Hebreeuwse letters en kabbalistische tekens. De graffiti is nog steeds, zij het met moeite, te zien.