Huis Bartolotti

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Huis Bartolotti

29 juli 2010

HUIS BARLOTTI (circa 1618-1621)
Herengracht 170-172
Hendrick de Keyser (vermoedelijk)
Rijksmonument

Herengracht 170 

 

Het huis Bartolotti werd in circa 1618-1621 gebouwd, vermoedelijk naar een ontwerp van Hendrick de Keyser. Aangezien het huis in een knik van de Herengracht is gelegen, de zogenaamde ‘kleine bocht’, speelt het een dominante rol in het stadsbeeld.  Ook architectonisch vertoont het pand enkele bijzonderheden die het uniek maken. Het interieur van nummer 170 bevat waardevolle schilderingen, stuc- en beeldhouwwerk uit de achttiende eeuw. Tegenwoordig is het huis (voor het grootste deel) in gebruik van het Theater Instituut Nederland waaraan ook het Theatermuseum is verbonden.

Geschiedenis

Het huis werd gebouwd in opdracht van Willem van den Heuvel, alias Guillielmo Bartolotti. Hij was in 1560 geboren in Hamburg waarheen zijn familie uit geloofsredenen was uitgeweken. Zijn tante huwde daar met een adellijke koopman uit Bologna, Giovanni Battista Bartolotti. Het echtpaar bleef kinderloos en liet Willem van den Heuvel hun enorme vermogen na. Voorwaarde was wel dat hij het handelshuis onder de naam Bartolotti zou voortzetten. In 1608 vestigde Willem van den Heuvel, nu Guillielmo Bartolotti, zich in Amsterdam als hoofd van het bankiers- en handelshuis. Met succes want zijn vermogen werd in 1631 op 400.000 gulden geraamd. cartouches aan de gevel
Hij was toen een van de rijkste mannen in Amsterdam. Op cartouches op de gevel van zijn huis gaf hij aan wat de grondslagen van die rijkdom waren. Op de linker cartouche staat ‘Ingenio et assiduo labore’ (door vernuft en noeste vlijt), en rechts staat  ‘Religione et probitate’ (door godsdienst en rechtschapenheid).

Het door hem gebouwde huis werd door drie opeenvolgende generaties Bartolotti bewoond. In 1689 werd het gesplitst en afzonderlijk verhuurd en een aantal jaar later, in 1717, werd het pand verkocht.

 tekening grachtenboek
 Afbeelding uit Het Grachtenboek

Het rechterhuis, nummer 170, onderging in 1735 en opnieuw in 1755-1756 een ingrijpende verbouwing. Het pand nummer 172 werd in 1924 verworven door de Vereniging Hendrick de Keyser. Vanaf 1932 werd het gebruikt als kantoor van de NV Bank voor West-Europeeschen Handel die in de oorlogsjaren in de tuin een schuilkelder liet bouwen.
Het andere pand werd in 1971 door de Vereniging Hendrick de Keyser aangekocht. Bij de restauratie onder leiding van D. Verheus herkreeg het pand zijn karakteristieke middentop en hoekschoorstenen. Bij een volgende restauratie uitgevoerd in 1995-1997 werd het interieur onder handen genomen.

Exterieur

Het huis Bartlotti is een zeldzaam voorbeeld van een dwarshuis uit de vroege zeventiende eeuw. Het bestaat uit twee bouwdelen waarvan de nokken evenwijdig aan de straat lopen. Boven het middengedeelte van het voorste bouwdeel verrijst een trapgevel met de kap haaks op de hoofdkap.

Bij het gevelontwerp is rekening gehouden met de knik die de Herengracht hier maakt. De buitenste traveeën staan enigszins schuin op het brede middengedeelte, als de zijvleugels van een drieluik. Hierdoor komen de in de kleine bocht van de Herengrachtzijvelden aan twee zijden in de zichtas van de Herengracht te liggen. Het middengedeelte ligt precies in de zichtas van een radiale straat, de Driekoningenstraat.
De gevel is zes vensterassen breed en bestaat uit twee bouwlagen op een basement waarin de kelder is opgenomen. De ingang bevond zich links van het midden. Bij de splitsing in 1689 kwam er een tweede ingang rechts hiervan. In 1970 werd de trapgevel hersteld die in het begin van de negentiende eeuw was veranderd. Als leidraad bij de restauratie dienden de afbeelding van het huis in het Grachtenboek van Caspar Philips uit circa 1768 en twee schilderijen van Jan van der Heijden. De gevel is opgetrokken in de stijl van het Hollands maniërisme, met een overdadig en eigenzinnig gebruik van klassieke bouwelementen. Het metselwerk wordt verlevendigd met talloze in zandsteen gebeeldhouwde details: banden, balusters, maskers, schelpen, vazen en andere sierelementen. De bakstenen zijn geslepen zodat zeer fijne voegen mogelijk waren.

De verdiepingen worden geleed door pilasters waarbij de hoekpilasters in de twee hoogste regionen zijn verdubbeld. Tegen de klassieke bouwregels in zijn de binnenste pilasters hiervan niet in het verlengde van een pilaster op de begane grond geplaatst, maar boven een venster. De vrijstaande zuilen in de gevelbekroning zijn vergelijkbaar met de zuilen die Hendrick de Keyser bij de toren van de Zuiderkerk had toegepast.

ingezoomd op de gevel
Interieur

In verband met de ligging aan de knik van de gracht, heeft het huis Bartolotti een enigszins waaiervormige plattegrond. Terwijl de voorgevel een breedte heeft van 16,25 meter, is de achtergevel 18,75 meter breed. Uniek voor een Amsterdamse grachtenhuis is dat aan de achterzijde twee vleugels werden uitgebouwd die door een galerij met elkaar werden verbonden. De vleugel rechts werd in 1755 afgebroken ten behoeve van de bouw van een nieuw achterhuis. Achter het pand lag een grote tuin met twee bloemperken, een moestuin en een achteruitgang naar de Keizersgracht. Hier stond tot in de negentiende eeuw pal naast Keizersgracht 177 een koetshuis.

Mede dankzij een boedelinventaris van 1664 is de oorspronkelijke indeling nog te reconstrueren. Daaruit blijkt dat niet de indeling van voor en achter bepalend was, zoals men zou verwachten bij een tweebeukige dwarsbouw, maar de traditionele links rechts verdeling in functies. De rechterzijde diende representatieve doeleinden, het linkergedeelte was voor dagelijks gebruik. Hier bevonden zich een zijkamer met hangkamertje voor de knecht, de keuken, trap en eetkamer.

De ontvangstkamer rechts achter het voorhuis had een marmeren vloer en muren behangen met tapijten. De zaal was dwars geplaatst met vensters in de achtergevel en een schouwpartij tegen de rechtermuur. Ook hier hingen tapijten aan de wanden. De indeling van de verdieping kwam vrijwel overeen met die van de begane grond.

De splitsing in 1689 had voor het linker huis nauwelijks gevolgen. Hier ontstond een huis met een traditionele plattegrond met voorhuis, zijkamer, achterkamer en achterbouw. Het rechterhuis echter kreeg een nieuwe ingang, een gang naar achteren en twee nieuwe trappenhuizen.

 voor restauratie
Voor de verbouwing
Verbouwingen

Het rechterhuis, nummer 170, werd in 1735 gemoderniseerd. Naar de mode van de tijd werden de oude zijkamer en zaal met elkaar verbonden door dubbele deuren. De gang werd met stucwerk in Lodewijk XIV-stijl verfraaid, waarschijnlijk door de Italiaan G. Laghi. Op het plafond zijn voorstellingen van de Voorzichtigheid en de Vier Seizoenen uitgebeeld. Boven de deuren kwamen in stuc uitgevoerde antieke bustes in medaillons.

De voorkamer werd verfraaid met een schoorsteenpartij met een marmeren reliëf van de hand van J.B. Xavery, met een voorstelling van ‘de apostel Paulus op Malta’. De spiegel of het schilderstuk dat de opbouw moet hebben gecompleteerd is verdwenen. Jacob de Wit schilderde de bovendeurstukken en zolderstukken.

Bij de verbouwing in 1755-1756 maakte de uitbouw achter het huis plaats voor een groot, geheel nieuw achterhuis van vier bouwlagen met keuken, eetkamer, zaal en twee slaapvertrekken. Tussen het oude huis en de nieuwbouw werd een lichthof uitgespaard. In de eetkamer werd een marmeren fontein geplaatst in een wand met snijwerk in Lodewijk XV-stijl. Ook de zaal werd in Lodewijk XV-stijl ingericht, met mahoniehouten betimmering, damasten wandbespanning, stucwerk en schilderingen. De gang werd door de bouw van het achterhuis tot een lengte van bijna 30 meter doorgetrokken. Ook het verlengde ganggedeelte werd van stucwerk voorzien.

De voorkamer kreeg in 1873 beschilderde behangsels van de hand van Isaäc de Moucheron (1667-1744) die van elders afkomstig waren. De schilderingen werden voor dit vertrek op maat gesneden en in mahoniehouten betimmering gevat. Uit die tijd dateert ook de plafondschildering.

Het linkse huis, nummer 172 heeft een interieur dat in huidige toestand hoofdzakelijk uit het laatste kwart van de negentiende eeuw dateert. Lambrisering en schouwpartij zijn in neorenaissancetrant uitgevoerd.