Huidekoperstraat 2-18

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Huidekoperstraat 2-18

29 juli 2010

Woonblok Vereeniging ten behoeve der arbeidersklasse (1869-1870)

Huidekoperstraat 2-18, Weteringschans 265-267, Falckstraat 8

P.J. Hamer

Rijksmonument

huidekopersstraat hoek weteringschansHet woonblok aan de westzijde van de Huidekoperstraat tussen de Weteringschans en de Falckstraat werd in 1869 gebouwd door de architect P.J. Hamer in opdracht van de Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse. Het wooncomplex is een laat voorbeeld van de zogenaamde filantropische woningbouw, die tussen 1850 en 1870 haar bloeiperiode heeft gekend.

Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse

De Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse (VA) was de oudste woningbouwvereniging in Nederland. Ze werd in 1851 opgericht door enkele prominente Amsterdammers die de bedroevende woonomstandigheden van arbeiders en minvermogenden wilden verbeteren. Met de toenemende industrialisering kreeg Amsterdam te maken met een groot proletariaat waarop het bestaande woningbestand bij lange na niet berekend was. In de volksbuurten werden kelders en zolderverdiepingen gesplitst en binnenterreinen volgebouwd met krotten om aan de woonbehoefte tegemoet te komen. Ten gevolge van overbevolking in combinatie met slechte hygiënische omstandigheden braken er regelmatig epidemieën uit. Een andere reden om iets aan de woonomstandigheden te doen was van meer moralistische aard. Door het ontbreken van een fatsoenlijk thuis hadden de arbeiders de neiging op straat te gaan rondhangen of in de kroeg, en dreigden terecht te komen op wat toen “het verkeerde pad’’ heette. 

Na enige kleinschalige projecten aan de Oostenburgermidden- en de Passeerdersstraat, verrees in 1854-1856 in de Planciusstraat het eerste in opdracht van de VA gebouwde modelblok. In tegenstelling tot de bedompte kelderwoningen en achterkamertjes waren de nieuwe arbeiderswoningen droog, schoon en goed ventileerbaar De architect was Pieter Johannes Hamer (1812-1887) die tot 1870 in opdracht van de VA nog tal van arbeiderswoningen zou ontwerpen, waaronder het blok aan de Huidekoperstraat.

De VA had een locatie gevonden op het voormalige Drilveld, nabij het toenmalige Paleis voor Volksvlijt aan het Frederiksplein. Hier werd een nieuwe straat gerooid die werd vernoemd naar Pieter Huidekoper (1798-1852), een van de oprichters van de VA en van 1842 tot 1849 burgemeester van Amsterdam.

Een monumentaal woonblok voor arbeiders

Het woonblok aan de Huidekoperstraat bevatte 72 arbeiderswoningen. Op de hoeken van het blok kwamen winkels. Aan de Weteringschans en Falckstraat loopt het woonblok nog een viertal vensterassen door.

hoek falckstraatDe gevelwand aan de Huidekoperstraat is ongewoon monumentaal van opzet en deed in allure nauwelijks onder voor de fraaie huizen van de gegoede burgerij die aan het West- en Oosteinde tegenover het Paleis voor Volksvlijt verrezen. Het blok bestaat uit vier bouwlagen onder een rechte daklijst die op regelmatige afstanden door dakkapellen wordt onderbroken. De gevelwand is symmetrisch geordend aan weerszijden van een geaccentueerde middenpartij die zich onderscheidt door een gepleisterde bossering op de begane grond, iets verhoogde ingangen, witgepleisterde vensteromlijstingen en rondbogige dakkapellen. De overige gevelwanden worden ritmisch geleed door ingangstraveeën die afwisselend geflankeerd worden door gebosseerde en vlakke lisenen, de laatste voorzien van fantasiekapitelen. Het statige karakter van het woonblok wordt onderstreept door de afgeronde hoekpartijen met rijke bepleistering en grote ramen.

De interieurindeling is min of meer uniform. Alleen de hoekwoningen hebben een iets andere indeling. Aan de trappenhuizen waren telkens twee woningen per verdieping gelegen, bestaande uit een voorkamer en een iets bredere achterkamer met een uitbouw voor gootsteen en privaat. Tussen voor- en achterkamer bevonden zich de bedsteden. De secreten en gootstenen van de vier boven elkaar gelegen woningen loosden op een standpijp die uitkwam in gemetselde putten onder de trapportalen. Op de zolders werd voor elk gezin een hoek ingeruimd voor het wassen en drogen van kleren.

De woningen voorzagen aldus in alle elementaire behoeften, kook- en wasgelegenheid, een privaat, en voldoende licht en lucht. Zo hoopte de Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse bij te dragen aan een betere gezondheid en uithuizigheid van de arbeiders tegen te gaan. De woningen aan de Huidekoperstraat waren echter de laatste voorbeelden van de zogenaamde filantropische woningbouw. Na 1870 ging een nieuwe fase in ontwikkeling van de volkshuisvesting in, toen bouwondernemers in hoog tempo hele arbeiderswijken tegelijk uit de grond stampten. Deze kwalitatief, op enkele uitzonderingen na, mindere wijze van bouwen zou bekend worden onder de naam van revolutiebouw.