
Het woonblok Het Schip is een spectaculair voorbeeld van twintigste-eeuwse volkshuisvesting. Door de felle kleuren en extravagante vormgeving vertoont het meer verwantschap met een expressionistisch kunstwerk dan met de traditionele volkswoningbouw.
Het door Spaarndammerplantsoen, Zaanstraat, Hembrugstraat en Oostzaanstraat omsloten wooncomplex werd in 1917 in opdracht van de woningbouwvereniging Eigen Haard ontworpen door Michel de Klerk (1884-1923). Behalve arbeiderswoningen bevatte het ook een school, een verenigingsgebouw van Eigen Haard en, aan de zijde van het Spaarndammerplantsoen, een postkantoor. Tegenwoordig maken het postkantoor en een woning aan de Hembrugstraat 248 deel uit van het Museum Het Schip.
Het Schip was het derde woningbouwblok dat De Klerk aan het Spaarndammerplantsoen ontwierp. Het eerste bouwblok was in 1913-1915 tot stand gekomen in opdracht van de aannemer Klaas Hille. Het tweede woonblok, aan de oostzijde van het plantsoen, bouwde hij in 1915-1918 voor
de woningbouwvereniging Eigen Haard. In 1917 tenslotte, ontwierp De Klerk eveneens voor Eigen Haard het derde blok, dat, behalve 102 arbeiderswoningen, ook een postkantoor, een school en een vergadergebouw van Eigen Haard bevatte. Vanwege het driehoekige bouwkavel en ook de vormgeving stond het wooncomplex al direct bekend als Het Schip. In de punt van het woonblok die naar het Spaarndammerplantsoen is gericht, vond het postkantoor een plaats. Hoewel de pleinwand zeer smal is, trekt ze direct de aandacht door de extravagante dakpartij met de naar alle kanten uitgaande dakpannen, door de erkers die zelfs aan de onderkant van ruiten zijn voorzien, en door de halve ellipsvormige ramen met daarin een driehoekig prismatisch middendeel. De pleingevel kreeg nog extra cachet doordat de achterliggende architectuur bij de gevelcompositie werd betrokken. De blinde eindgevels van de Zaanstraat en Oostzaanstraat met de met gebeeldhouwde leeuwenkoppen bekroonde hoge schoorstenen, vormen de coulissen voor het laag gehouden gedeelte aan het plantsoen. Tussen de coulissen door wordt de blik geleid naar de toren aan de Hembrugstraat, het markeringspunt en symbool voor het hele wooncomplex.
Een massieve ronde hoektoren vormt de overgang van het plantsoen naar de Oostzaanstraat.
De vormgeving van de gevel aan de Zaanstraat werd bepaald door de ligging langs de spoorbaan. De lange horizontale lijnen van de gevel waren bedoeld de blik vanuit een passerende trein te begeleiden. De markante portiekbekroningen en de golvende vormen van de zolderramen accentueren de horizontale beweging. Een torpedovormige hoekerker verbindt de gevels van de Zaanstraat en de Hembrugstraat. Halverwege de Hermbrugstraat wijkt de gevelwand terug en maakt de dynamische vormgeving opeens plaats voor de intieme rust als van een dorpsplein. De bebouwing is hier namelijk een stuk lager en voorzien van diep doorlopende, traditionele zadeldaken. De begane grondverdieping wordt echter ononderbroken voortgezet, zodat de eenheid niet verstoord wordt. In het midden van de pleingevel verrijst de beroemde toren die zowel binnen het wooncomplex als in bredere stedenbouwkundige context zo’n belangrijke rol speelt. De bijzondere vormgeving van het torentje met de parasolachtige bekroning vertoont overeenkomsten met uiteenlopende voorbeelden als een oosterse pagode en torens van Scandinavische houtarchitectuur.
De plaats van de toren is mede bepaald door de relatie met de Zaanhof aan de overzijde die een jaar eerder door architect H.J.M. Walenkamp (1871-1933) was ontworpen. Tegelijk speelt de toren, zoals gezegd, een rol in de gevelcompositie aan het Spaarndammerplantsoen. Tenslotte vormde ze, misschien ook symbolisch bedoeld, een tegenwicht voor de toren van de in 1968 gesloopte rooms-katholieke Maria Magdalenakerk op de hoek Zaanstraat/Spaarndammerstraat, ontworpen door P.J.H,. Cuypers.

Bij het ontwerp van de gevel aan de Oostzaanstraat moest De Klerk rekening houden met een reeds bestaand schoolgebouw. Om en over de school heen heeft hij een golvende bakstenen gevel geschoven die in vorm en kleur aansluit op de rest van de gevel van Het Schip. Aan de Oostzaanstraat bevindt zich, naast het postkantoor, een doorgang naar een aantal huizen met de voordeur aan het binnenterrein. Het was voor het eerst in Amsterdam dat een binnenterrein ook deels publieke ruimte werd. Op het binnenterrein staat het verenigingsgebouw van Eigen Haard, dat in zijn intimiteit en beslotenheid een treffende uitbeelding is van het begrip ‘eigen haard’.
Het beeldhouwwerk aan de gevels is uitgevoerd door stadsbeeldhouwer Hildo Krop (1884-1970). Aan het postkantoor zijn een posthoorn en een bliksemschicht te zien, symbolisch voor de posterijen en telegrafie. De hazewindhonden en de vogels duiden op de snelle communicatie die de posterijen mogelijk hadden gemaakt.

De gebeeldhouwde molentjes (Oostzaanstraat 43 en 87) zijn een verwijzing naar de nabijheid van de Zaanstreek. De grootste concentratie van sculptuur bevindt zich bij de schoolingang: een boogschutter met jonge reeën, een gebogen houtsnijwerk met hollend paard, een beeldje van een wandelaar met stok en drie hoofden van veulens.
Vergeleken bij de revolutionaire vormgeving van de gevels, doen de plattegronden van de woningen nogal traditioneel aan. De 40 woningen aan de Zaanstraat zijn ontwikkeld volgens een standaardtype bestaande uit een woonkamer en trappenhuis aan de voorkant, en achter twee slaapkamers en een keuken. De overige 62 woningen zijn over liefst achttien soorten plattegrond verdeeld, die bij nadere beschouwing echter kleine variaties op het basisschema blijken te zijn. Tijdens de restauratie, in 1979-1980 uitgevoerd onder leiding van de architect Van Straalen, zijn de plattegronden gewijzigd en is ook het aantal woningen fors teruggebracht. De museumwoning aan de Hembrugstraat 248, onder het torentje, geeft echter nog een getrouw beeld van een arbeiderswoning uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Het benedenhuis is teruggebracht in de originele staat zoals Michel de Klerk het ontworpen heeft, inclusief de kleuren en de betimmeringen zoals de lambrisering en de kasten. Op de eerste verdieping is een expositieruimte ingericht.
Het postkantoor dat tot aan 1999 als zodanig in functie is geweest, bevat het enige volledig bewaarde interieurontwerp van De Klerk. Opvallend is het gewelfde, rechthoekige plafond boven een onregelmatige trapeziumvormige plattegrond. De ruimte wordt gedomineerd door een rij loketten. In een hoek staat de telefooncel met glas in loodramen waarop zwaluwen op een telefoondraad zijn uitgebeeld. Ook de wandklok is door De Klerk ontworpen.
Tijdens de restauratie van 1979-1980 bleek dat enkele geveldelen vervangen moesten worden. Helaas konden niet precies dezelfde bakstenen worden verkregen, waardoor vooral bij de uitstulpingen in de zolderverdieping enigszins storende effecten zijn opgetreden. Wel zijn de houten raamkozijnen met de ingewikkelde roedeverdelingen en het bijzondere metselwerk behouden gebleven.
Na verhuizing van het postkantoor werd het complex wederom gerestaureerd, nu op initiatief van de Stedelijke Woningdienst, Eigen Haard en de Stichting de Golf. In 2001 werd in het kader van honderd jaar Woningwet een Informatie- en Documentatiecentrum in het voormalige postkantoor geopend. Tevens werd toen het kleurenschema in het interieur van het kantoor, met paarsblauw naast het lavendelblauw van de tegelwanden, in originele staat teruggebracht.
Dit was mede mogelijk doordat het postkantoor nooit ingrijpend is gewijzigd. De laatste kleurtoepassing bestond uit twee kleuren groen voor het houtwerk en gebroken wit voor het pleisterwerk. Door de desolate toestand van het pleisterwerk en het versleten schilderwerk werd de schoonheid van het interieur niet opgemerkt. De wens van de opdrachtgever was om het interieur in vorm en kleur terug te brengen naar de periode van oplevering in 1921. Uitvoerig kleuronderzoek en bestudering van De Klerk’s interieurschetsen leidden tot het huidige verbluffende en verfijnde resultaat.