Roelof Hartplein e.o.
B. van den Nieuwen Amstel
Rijksmonument
Het Nieuwe Huis aan het Roelof Hartplein is in 1927-1928 gebouwd als appartementenflatgebouw voor alleenstaande mannen én vrouwen, en in zijn soort het eerste in Nederland. In een tijd dat het accent voornamelijk op de bouw van gezinswoningen lag, ging aan Het Nieuwe Huis slechts een handvol eerdere tehuizen voor ongehuwde mannen óf vrouwen vooraf. Voorbeelden daarvan zijn het Amsterdamse Tehuis voor Arbeiders (ATVA) aan de Marnixstraat (1919, J.E. van der Pek) en een tehuis voor alleenstaande, ongehuwde mannen in Den Haag. Huize Lydia (1927, J. Boterenbrood) dat tegenover Het Nieuwe Huis staat was een vergelijkbaar woongebouw, bestemd voor rooms-katholieke meisjes. Maar het gemengde karakter van Het Nieuwe Huis was in 1928 een absoluut novum.
Initiatiefneemster was mejuffrouw A.E.M.C. Kruijs, de oprichtster van de ‘Coöperatieve Woonvereniging Het Nieuwe Huis’. De bouw werd uitbesteed aan de woningbouwvereniging ‘Samenwerking’, die ook verantwoordelijk was voor de overige bouwblokken in dit deel van Plan Zuid. Terwijl ‘Samenwerking’ optrad als de verhuurder, bleef de exploitatie in handen van Het Nieuwe Huis zelf.
|
| Ontwerptekening Van Epen, niet uitgevoerd |
Als woongebouw was Het Nieuwe Huis experimenteel. Het flatgebouw telde 188 appartementen van verschillende typen en verder een leeszaal, een restaurant, winkels met kantoor- en magazijnruimten, een postkantoor, een rijwielstalling en dakterrassen. Daarnaast werden aan de bewoners verschillende diensten aangeboden. Zo was het mogelijk hulp in te roepen voor huishoudelijk werk en werden boodschappen aan de deur van de appartementen afgeleverd. In de beginjaren was een huishoudelijke staf van 35 man personeel aanwezig, wat mede verklaart waarom er een inhuizige directie was. Een aparte zaal van het restaurant was openbaar en dus geopend voor bezoekers van buiten Het Nieuwe Huis. Het restaurant werd echter vanaf zolder bediend, waardoor het eten vaak koud op tafel verscheen. Om dit euvel te verhelpen verhuisde de keuken bij een verbouwing in 1937 naar beneden en werd de zolderverdieping verbouwd tot appartementen. Dit alles in aanmerking genomen, mag het geen verwondering wekken dat de huren van de appartementen niet bepaald laag waren.
De functie van Het Nieuwe Huis is nog altijd ongewijzigd. Zo zijn de bibliotheek en het postkantoor nog steeds in gebruik.
Het appartementencomplex ligt in Plan Zuid (1917), en maakt onderdeel uit van een complex van zeven bouwblokken die door woningbouwcoöperatie ‘Samenwerking’ zijn gebouwd. Waar de Roelof Hartstraat een knik maakt richting de Van Baerlestraat, wijkt de bebouwing uiteen, waardoor een plein is ontstaan. De gevelwanden aan het plein, grotendeels ontstaan als invulling van Plan Zuid, zijn representatief vormgegeven. Het plein wordt gedomineerd door Huize Lydia, het complex van de voormalige Hogere Burgerschool (1894-1908) en door Het Nieuwe Huis, dat met zijn hoofdgevel
prominent in de zichtas van de Van Baerlestraat ligt. De grote ruimte van het plein verdraagt de grotere maat van Het Nieuwe Huis met zijn zeven bouwlagen uitstekend. Hoewel de hoofdgevel een expressieve en dynamische vormgeving heeft, geeft de symmetrie van de hoofdgevel rust aan het plein.
De samenhang tussen architectuur en stedenbouw is optimaal uitgebuit. Iedere gevelbuiging is doordacht. De toren van Het Nieuwe Huis overbrugt niet alleen het schaalniveau tussen het gebouw en zijn omgeving, maar is ook het oriëntatiepunt binnen het gehele complex van ‘Samenwerking’, waarvan Het Nieuwe Huis de chronologische en visuele afsluiting vormt. De nadruk van het gebouw ligt daarbij op de hoofdvorm, niet op de detaillering. Gesproken wordt dan ook van de verstrakte Amsterdamse School.
‘Samenwerking’ had een naam hoog te houden op het gebied van architectonische vormgeving. Al in 1921 was architect J. C. van Epen (1880-1960) aangezocht, die ook de achterliggende blokken van ‘Samenwerking’ ontwierp. Maar na onenigheid met de Commissie Zuid, die al eerder Van Epens hoekoplossing op kruising van de Roelof Hartstraat met de Hobbemakade afkeurde, hield hij de eer aan zichzelf en zag af van de opdracht. Daarop werd B. van den Nieuwen Amstel (1883-1957) ingeschakeld. Hoewel Van den Nieuwen Amstel minder bekend is dan Van Epen, behoort hij zeker niet tot het tweede garnituur. Behalve het naastgelegen blok van ‘Samenwerking’ ontwierp hij in Plan Zuid en Plan West diverse, voornamelijk grotere gebouwen. Over de hele linie is in zijn oeuvre de sterke samenhang tussen architectuur en stedenbouw als rode draad aanwijsbaar.
|
| Trappenhuis met glas in lood |
De oorspronkelijke plattegrond van Het Nieuwe Huis is vrijwel nog geheel intact, met uitzondering van de leeszaal op de verdieping.
Het gebouw had diverse moderne snufjes, zoals telefooncellen en -ruimtes die op diverse plaatsen in het huis aanwezig zijn. Een andere moderniteit waren de goederenliftjes, waarvan de deurtjes in de gangen als relict zijn overgebleven. In de woningen behoorden de vaste kasten, schilderijlijsten, tussendeuren - hier overigens met standaard profielen - en tussenvensters tot de oorspronkelijke inrichting. Veel hiervan is niet meer aanwezig, zoals de glasdeuren die zijn vervangen of geheel verdwenen. De oorspronkelijke kleurstelling van het gemeenschappelijke interieur is niet bekend.