Herengracht 527

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Herengracht 527

9 augustus 2010

De Vergulde Turkse Keyser (ca. 1770)

Herengracht 527

Rijksmonument

Herengracht 527Het dubbelhuis Herengracht 527 werd, tezamen met nog enkele panden aan de Herengracht  in 1667 gebouwd voor de weduwe Anna Robijns. Zij zelf woonde aan het Rokin waar ze een zijdelakenwinkel  bezat. Van het pand Herengracht 527, de ‘Vergulde Turkse Keyser’ geheten, zijn de plattegrond, de kap en het fronton deels in oorspronkelijke staat bewaard gebleven. 

Tsaar Peter de Grote als logé

In 1716 werd Jacob Jacobsz Hinlopen de eigenaar van het huis, inclusief  stal en koetshuis aan de Reguliersdwarsstraat, als ook van Herengracht 529. Hinlopen zelf woonde in Utrecht en verhuurde Herengracht 527 aan de Russische koopman en zaakgelastigde Joseph Soloffihoff. Hem viel de twijfelachtige eer ten deel om gastvrijheid te verlenen aan tsaar Peter de Grote met zijn gevolg die in 1717 een tweede bezoek aan Holland bracht. Soloffihoff werd verordonneert om zijn huis ten behoeve van de tsaar geheel te ontruimen. Bij zijn vertrek liet de tsaar het huis in wanorde achter. De eigenaar, Hinlopen, richtte in 1724 een verzoek tot de Staten van Holland - het pand was inmiddels tot onvervreembaar familiegoed verklaard - om het perceel te mogen verkopen. Daarin verklaarde hij dat zijn pand door het vorstelijk bezoek dermate beschadigd en ‘ontramponeert’ was dat hij uit eigen zak duizenden guldens aan herstelwerkzaamheden had moeten betalen. Met Soloffihof is het, ondanks zijn gedwongen gastvrijheid, slecht afgelopen. Hij werd uit Rusland van corruptie beschuldigd en gevankelijk naar zijn vaderland teruggestuurd. Hoe het hem daar vergaan is, valt slechts te gissen.

Het verzoek van Hinlopen  tot verkoop werd gehonoreerd waarna de koopman en bankier Jan Bernd Bicker zich in 1725 de nieuwe eigenaar kon noemen, waar hij bleef wonen tot zijn dood op 1 november 1750. Enkele dagen later werd hij tijdens een deftige avondplechtigheid in doodse stilte begraven, want het beluiden van overledenen was in Amsterdam alleen bij de rooms-katholieken in gebruik gebleven. Zo niet in ’s Graveland waar Bicker de buitenplaats Schapenburg bezat. Daar werden gedurende zes weken drie uur lang per dag de klokken voor Bicker geluid. Zijn weduwe die het huis aan de Herengracht tot haar dood in 1792 bleef bewonen, betaalde voor de 126 uur luiden 12 stuivers per uur.

Lodewijk XVI-stijl

Ergens in de tweede helft van de achttiende eeuw  werd Herengracht 527 verbouwd in Lodewijk XVI-stijl. Merkwaardig is dat het huis niet in de verpondingregisters van 1760 tot 1772 voorkomt, terwijl het wel in verbouwde toestand reeds voorkomt in het Grachtenboek van Caspar Philips uit 1771. Als de verbouwing vóór 1760 zou hebben plaats gevonden, zou Herengracht 527 een van de eerste huizen in Nederland zijn die in Lodewijk XVI-stijl is opgetrokken. Omdat de nieuwe stijl pas na 1770 algemene ingang zou vinden, is het waarschijnlijker dat het pand rond die tijd is verbouwd, maar zonder verhoogd te worden. Hierdoor is er geen wijziging in de verponding opgetreden.

De Lodewijk XVI-stijl markeerde het einde van de voorgaande Lodewijkstijlen die werden gekenmerkt door zwierige kuiven en rijk geornamenteerde middenassen. Herengracht 527 vertoont daarentegen een strakke gelaagde zandstenen gevel. Ze is horizontaal in twee vrijwel gelijke gevelvlakken opgedeeld; waarbinnen respectievelijk souterrain en eerste verdieping, en de twee bovenverdiepingen een eenheid vormen. De bovenverdiepingen in het middenrisaliet worden onderling verbonden door gecanneleerde Ionische pilasters en vormen tezamen een aan het grachtenhuis aangepast tempelfront. Typerend voor de Lodewijk XVI-stijl zijn ook de geprofileerde vensteromlijstingen, de  ranke golfpatronen en de fijn bewerkte eierlijst in de borstwering tussen de bovenverdiepingen, en de door strikken bijeengehouden guirlandes in het fries. Het fronton bevat een adelaar met wijd uitgespreide vleugels.

fronton met adelaar

In het interieur heeft de Lodewijk XVI-stijl een stempel gedrukt in de vorm van de fraaie wandbekleding en het beschilderde plafond in de grote zaal op de begane grond.

Het huis van de koning

In 1808 werd het huis met de stal voor 100.000 gulden gekocht door koning Lodewijk Napoleon waarna Philippus Julius van Zuylen van Nyevelt hier zijn intrek nam. Van Zuylen van Nyevelt was na de inlijving van het koninkrijk Holland bij Frankrijk, maarschalk van Holland, rijksgraaf en senator van Frankrijk. De gevel werd eigentijds gemaakt door het aanbrengen van een frontale stoep en stoeppalen en van de empire roedenverdeling met grotere ruiten.  Misschien heeft het huis,  in 1811 ten tweede male een staatshoofd onderdak geboden, dit keer aan keizer Napoleon tijdens diens bezoek aan Amsterdam. In 1821 dagvaardde de gewezen koning Lodewijk Napoleon tevergeefs het Bestuur der Domeinen te Amsterdam om zich in zijn eigendomsrecht te handhaven. In 1829 kwam het huis in bezit van Johannes Luden, directeur van de Nederlandsche Bank. Het huis werd aanvankelijk verhuurd aan David Jacob van Lennep die hier vanaf 1822 woonde. Van Lennep was hoogleraar klassieke talen en geschiedenis aan het Athenaeum, en vader van de beroemde literator Jacob van Lennep. Een zoon van Luden verkocht het pand in 1874 ‘per ongeluk’ aan de bankier G. Wehry. Een nazaat van Luden liet in het Maandblad Amstelodamum van 1963 weten dat in de familie in het kader van vroegere handels- en koopmansgewoonten, het verhaal de ronde deed dat Wehry, een zakenrelatie van Luden hem eens terloops vroeg of hij het huis wilde verkopen. Luden antwoordde daarover niet te piekeren, waaraan hij even later achteloos toevoegde ‘nu ja, als iemand mij nu een ton bood’. Waarop de ander dit direct deed en Luden eraan vast zat. Hij had een prijs genoemd en die was aanvaard.

In 1936 werd het pand gekocht door De incassobank NV op nr. 519-525. Deze verkocht het pand in 1973 aan de Stichting 1940-1945. Momenteel is het pand weer als bankkantoor in gebruik.