Herengracht 502

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Herengracht 502

9 augustus 2010

Burgemeesterswoning (1672)

Herengracht 502

Rijksmonument

voorgevel Herengracht 502Sinds 1927 is Herengracht 502, dat soms wordt aangeduid als het Huis met de Kolommen of het Deutzhuis, de ambtswoning van de burgemeester van Amsterdam. In 1926 bood de president-directeur van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, Cornelis Johannes Karel van Aalst, het huis aan als burgemeesterswoning aan Amsterdam. Tegenwoordig is de eerste verdieping, de hoofdverdieping, bestemd voor ontvangsten, is de tweede verdieping ingericht als vergaderruimte en worden de zolderverdiepingen gebruikt als privé-woning van de burgemeester.

Koopmanshuis

Het pand werd in 1671-1672 gebouwd voor Paulus Godin, koopman en bewindhebber van de West-Indische Compagnie. In het Grachtenboek van Caspar Philips uit 1768-1770 staat het pand afgebeeld met op de begane achtergevel Herengracht 502grond een ingangspartij met twee kolommen en een kleine stoep van slechts enkele treden. De omlijsting van het middelste venster op de bel-etage was, zoals blijkt uit het Grachtenboek, destijds verrijkt met ornamentiek. Voor de rest was de gevel zeer sober uitgevoerd en in die zin vergelijkbaar met het werk van Adriaan Dortsman. Op de begane grond waren naast de ingangspartij vier grote pakhuisdeuren te vinden. Kennelijk diende de begane grond voor de opslag van goederen.

Achttiende-eeuwse verbouwing

Omstreeks 1791 werd het pand ingrijpend verbouwd door de stadsarchitect Abraham van der Hart (1747-1820) voor Andries Adolph Deutz van Assendelft (1764-1833). De sobere gevel kreeg een nog Spartaanser uiterlijk. Van der Hart ontwierp een geblokt hardstenen basement met ramen en kelderlichten. Daarbij werden de pakhuisdeuren, die hun functie verloren hadden, verwijderd. De vernieuwde ingangspartij werd door twee zuilen geflankeerd, net als vóór de verbouwing. Ook de empire-vensters werden toen aangebracht.

De gepleisterde achtergevel is nauwelijks gedecoreerd; net als aan de voorzijde ligt hier de nadruk op de verhoudingen. Op het niveau van de begane grond ontwierp Van der Hart aan beide uiteinden een uitbouw. Vier vrijstaande Dorische zuilen dragen een gebogen balkon dat bereikbaar is vanaf de eerste verdieping en dat doorloopt over de uitbouwen. De gevel wordt -net als de voorgevel- afgesloten door een lijst.

detail achtergevel

Bij het pand hoorde oorspronkelijk een koetshuis: Keizersgracht 607. Er was sprake van één groot kavel dat van de Herengracht tot aan de Keizersgracht doorliep. Sinds 1907 is het koetshuis kadastraal gescheiden van het hoofdhuis. De nieuwe tuin en het prieel aan de achterzijde van het perceel werden omstreeks 1908 ontworpen, waarschijnlijk door H.J.M. Walenkamp.

indruk van de tuin

Interieur

Herengracht 502 heeft fraaie interieurs, die deels het resultaat zijn van de verbouwing van Van der Hart omstreeks 1791 en deels uit 1870-1873 stammen. Deze laatste verbouwing werd uitgevoerd in opdracht van H.M.J. van Loon en zijn echtgenote L.C.A. Borski en was zeer kostbaar. Bij beide verbouwingen bleef de zeventiende-eeuwse indeling van het huis goeddeels gehandhaafd.

Begane grond

De gang op de begane grond loopt van de voordeur door tot de tuin en ontsluit twee trappenhuizen, een voor de bewoners en hun gasten en een voor het personeel. De diensttrap komt uit bij de keuken, die is voorzien van een grote keukenschouw met witjes, waarschijnlijk uit de tijd van Van der Hart. De aangrenzende bijkeuken in de uitbouw bezit een pomp en hardstenen gootsteen, waarschijnlijk ook uit de late achttiende eeuw. Gezien de stijl van de balusters is het trappenhuis door Van der Hart vernieuwd. De balusters zijn gemaakt van mahoniehout en hebben laurierbladen en –bessen als decoratie. Het stucwerk is wellicht in de negentiende eeuw aangebracht.

keuken op de begane grond

De eerste verdieping

Op de hoofdverdieping bevinden zich vier grote kamers rond een gang. Dit zijn (van linksvoor naar rechtsachter en tegen de klok in) de burgemeesterskamer, de eetzaal, de balzaal en de damessalon. Alle kamers hebben nog de schoorsteenmantels in Lodewijk XVI-stijl die Van der Hart omstreeks 1791 aanbracht.

burgemeesterskamer

Het best bewaarde achttiende-eeuwse vertrek is de burgemeesterskamer aan de grachtzijde, door Van der Hart antichambre genoemd. Het pronkstuk in deze kamer zijn de stucreliëfs die in 1957 tevoorschijn kwamen achter behang dat aan het begin van de twintigste eeuw was aangebracht. De grote vlakken hebben als decoratie ranken (bloemen, arabesken) die aan de onderzijde uit een antieke vaas omhoogrijzen. Aan de bovenzijde omsluiten ze een puntig ovalen ‘onyx’ of medaillon. De medaillons vertonen goden en godinnen. Op de vazen zijn reliëfs aangebracht met gevleugelde putti die zijn voorzien van attributen, die betrekking hebben op de muziek, de tekenkunst, de oorlog, de astronomie en de wijnoogst. De kleinere panelen boven de deuren zijn liggende rechthoeken met een achthoekig medaillon waarin mythologische figuren en hoekrozetten zijn aangebracht.

Bij de verbouwing van de eetzaal rond 1870 werd gebruik gemaakt van oudere onderdelen die door Van der Hart waren aangebracht. De tapisserieën zijn vrijwel zeker door de Franse firma Bracquenié geweven die ook de tapisserieën van de zaal van Herengracht 605 (Museum Willet Holthuysen) leverde. De voorstellingen met fruit, bloemen, vissen, jachtattri­buten en -trofeeën hebben betrekking op de functie van het vertrek. Het ameublement is speciaal voor de eetzaal vervaardigd door de Parijse firma Mercier Frères. De bekleding van tapisserie van het vuurscherm en de zittingen en de rugleuningen van de 26 notenhouten (eetkamer)stoelen zijn ook geleverd door de firma Bracquenié.

eetzaal

De balzaal is het derde interieur in de burgemeesterswoning dat van internationaal belang is. Het is net als dat van de andere zalen rond 1870 in opdracht van Van Loon vernieuwd. Ook hier zijn de wandbetimmering en de meubels bewaard gebleven. In 1913 is de wandbespanning vernieuwd. Het (karmozijn)rode zijdedamast was in 1952 vervangen. Op basis van een bewaard gebleven fragment werd het in 2002 opnieuw geweven en weer in de balzaal aangebracht.

balzaal