Het pand Herengracht 500 heeft een van de best bewaarde interieurs uit het einde van de negentiende eeuw binnen de grachtengordel. Trappenhuis, gang en salons op de hoofdverdieping vormen een samenhangend geheel dat ontworpen is door de architect Isaac Gosschalk, in samenwerking met een aantal bekende decoratieschilders. Opdrachtgever was de bankier George baron Rosenthal, de stichter van de Bibliotheca Rosenthaliana.
Het pand werd in 1667 in de de laatste, sobere fase van het Hollands Classicisme - de zogenaamde Strakke Stijl - gebouwd voor de regent Joan Reynst, heer van Drakenstein en de Vuursche. Rond het midden van de achttiende eeuw volgde een verbouwing in opdracht van Gerrit Hooft die in de periode 1752-1767 zeven maal tot burgemeester werd benoemd. De huidige gevel en de interieurindeling dateren uit deze tijd.
Op de dakbalustrade is nog het (nu blanke) gekroonde alliantiewapen van Gerrit Hooft en zijn vrouw Hester Hinloopen te zien.
Een nieuwe episode brak aan toen het huis in 1865 in bezit kwam van George baron Rosenthal (1828-1909), een uit Duitsland afkomstige joodse bankier. Samen met zijn vrouw Sophia May was hij actief betrokken bij het maatschappelijk leven van zijn tijd en steunde hij tal van initiatieven op gebied van liefdadigheid, kunst en cultuur. In zijn huis aan de Herengracht stichtte Rosenthal een openbaar toegankelijke bibliotheek met een grote collectie Judaïca en Hebraïca van zijn vader die rabbijn te Hannover was geweest. De ruim 5200 joodse boekwerken van de Bibliotheca Rosenthaliana zijn nu in het bezit van de Universiteit van Amsterdam.
In 1889 gaf Rosenthal aan de architect Isaac Gosschalk (1838-1907) opdracht voor herinrichting van het trappenhuis en de bel-etage. Gosschalk koos daarbij voor een neo uitvoering van de Lodewijk XV- en Lodewijk XVI-stijlen die, naar zijn mening, het meest overeenkwamen met de standing van een deftig grachtenhuis van een bankier. Voor de rijke schilderkundige decoratie werd de hulp ingeroepen van Nic. van der Waay en E.S. Witkamp, beiden leerlingen van de schilder August Allebé. Van der Waay werd in 1891 benoemd tot hoogleraar schilderkunst aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten en maakte onder andere de schilderingen aan de Gouden Koets die de stad Amsterdam aan het Koninklijk Huis schonk. Witkamp was vanaf 1894 conservator van het Museum Fodor. De schilderingen in het trappenhuis werden echter uitgevoerd door A. Fitger, een decoratieschilder uit Bremen met wie Rosenthal via zijn Duitse connecties in contact was gekomen. In 1974 is de binnendecoratie gerestaureerd door het restauratie- atelier Uilenburg.
Herengracht 500 vormt met de belendende panden, waaronder de ambtswoning van de burgemeester op nummer 502, een gave, hoofdzakelijk achttiende-eeuwse gevelwand. De empiredeur en de roedenverdeling dateren uit de eerste helft van de negentiende eeuw, het smeedijzeren stoephek is een reconstructie uit 1975. Ook de indeling van het interieur is nog grotendeels achttiende-eeuws. De voorkamers zijn gelegen aan weerszijden van de gang die verfraaid is met marmer en stucwerk in Lodewijk XIV-stijl (acanthusbladeren, palmetten, rankwerk). Het trappenhuis bevindt zich achter de linker voorkamer. In combinatie met de gang en de salons op de hoofdverdieping vormt het een uniek ensemble uit het negentiende-eeuwse fin de siècle. De trap heeft marmeren treden en een gemarmerde lambrisering. De zijwanden en het gewelf zijn bedekt met wapenschilden, putti met symbolische attributen en allegorische schilderingen (Eendracht, Kracht) gesigneerd door A. Fitger (1902). De beide deurstukken bovenaan de trap laten allegorische voorstellingen zien van de Schilderkunst en Muziek (links) en van de Wijsheid (rechts) . De brede gang van de bel-etage is weer voorzien van rijk stucwerk met bloemmotieven boven een witmarmeren lambrisering. De consoletafels en spiegels zijn uitgevoerd in een neo Lodewijk XVI-stijl.
De drie representatieve salons op de bel-etage laten een staalkaart zien van neo-Lodewijkstijlen. De linker voorkamer is uitgevoerd in de zwierige Lodewijk XV-stijl, inclusief de zwaar geprofileerde omlijstingen en de dubbele schijndeuren die ter wille van de symmetrie zijn aangebracht. De deurstukken zijn in bruine grisailletechniek uitgevoerd. Het plafondstuk van de hand van Witkamp en Van der Waaij beeldt Amor en Psyche uit. De initialen R en M op het plafond en de plafondschildering verwijzen naar George Rosenthal en zijn vrouw Sophia May.
De voor- en achterkamer aan de rechterzijde zijn in respectievelijk de Lodewijk XIV-en Lodewijk XVI-stijl uitgevoerd in een rijke afwisseling van stucwerk, houtsnijwerk en sjabloon schilderingen. Iedere kamer heeft een duidelijk eigen kleurstelling. In de rechter voorkamer zijn boven de deurpartij en in de plafondschildering weer de initialen van de opdrachtgevers aangebracht. De schoorsteenpartij met de witmarmeren mantel vormt onderdeel van de oorspronkelijke wandafwerking. Een dubbele deur geeft directe toegang tot de achterkamer die in de strakkere Lodewijk XVI-stijl is ingericht. Opvallende elementen hier zijn de panelen met wandbespanning boven een lage lambrisering, de schoorsteenpartij en het plafond met florale sjabloon motieven op de goudkleurige lijsten.