Groenlandse pakhuizen

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Groenlandse pakhuizen

9 augustus 2010

De Groenlandse Pakhuizen
Keizersgracht 40-44 (1620)
Rijksmonumenten

Groenlandse Pakhuizen

De drie Groenlandse pakhuizen hebben trapgevels eindigend in een toppilastertje. Daarmee behoort dit rijtje tot de zeldzame pakhuizen in Amsterdam met andere gevels dan tuitgevels. Een ander voorbeeld hiervan is Singel 2. De pakhuizen hebben verticaal gekoppelde hijsluiken of zolderluiken. Ter weerszijden daarvan bevindt zich een venster met bolkozijn, dat wil zeggen een kozijn met een middenstijl waardoor twee openingen ontstaan. De hijsbalken zijn overkapt.

De pakhuizen zijn gebouwd door enkele participanten in de Noordse of Groenlandse Walvisch Compagnie, opgericht in 1614. In 1620 verwierven zij de grond en kort daarna begon de bouw. Hoewel in de Compagnie diverse Hollandse steden samenwerkten, voerde Amsterdam in deze organisatie van walvisvaarders de boventoon. Het eiland nabij Spitsbergen waar de semi-permanente vestiging Smeerenburg lag, heette dan ook Amsterdam. In 1642 werd de walvisvaart een vrije onderneming en kwam een einde aan het alleenrecht van de Noordse Compagnie. Na 1685 was de traanopslag nog slechts toegestaan op de Nieuwe Teertuinen op de Westelijke eilanden.

In het Grachtenboek van Caspar Philips (1768-1770) zijn vijf Groenlandse pakhuizen te zien die werden gebruikt als opslagruimte voor de producten van de walvisvangst. In de drie nog bestaande gebouwen, ook wel bekend als De Drie Gevels, werd met name traan opgeslagen. Dat gebeurde in gemetselde traanputten op de begane grond – die elk zo’n 10.000 liter traan konden bevatten – en in vaten op de zolders. Verder omvatte het complex twee, in de negentiende eeuw afgebrande pakhuizen met woonruimte, bekend als De Twee Gevels, en een groot pakhuis op het achtererf. De TweeGevels, die nummerden als Keizersgracht 36 en 38, waren in 1875 gesloopt voor de bouw van een school, die inmiddels ook alweer verdwenen is voor het grote appartementengebouw dat verder Keizergracht 28 tot en met 34 opslokte en dat doorloopt tot aan de Prinsengracht.

In 1922 werden de drie overgebleven Groenlandse pakhuizen gerestaureerd, in opdracht van de papiergroothandel Bührmann die de pakhuizen toen gebruikte. Bij de volgende restauratie, aan het einde van de jaren zeventig, werd het complex verbouwd tot een appartementengebouw met negentien woningen. Bij deze restauratie werden de in totaal zestig gemetselde traanputten teruggevonden, twintig per pakhuis, die waren volgestort met puin. De met traan verzadigde bouwmuren gaven tot lang na de verbouwing problemen bij het schilderwerk.