Het gemeentelijk monument Gasthuismolensteeg 20 staat in 'park J' van de stadsuitbreiding uit 1585-1586 (en later). Het kleine perceel is volledig bebouwd en staat ingeklemd tussen dat van de buurhuizen aan de Gasthuismolensteeg (nummer 18, in 2001 gesloopt) en Herengracht 243. De oorspronkelijke eigenaar, de latere burgemeester Cornelis Benningh Jan Duvensz ontving onder andere dit stuk grond ter compensatie van zijn percelen waarover de Herengracht werd vergraven. Benningh verkocht het erf in 1594 aan de witwerker Lenert Willems. Willems zette een trapgevel met banden- en blokkenversiering, een houten pui met luifel en ingang aan de gracht.
Dit eind-zestiende-eeuwse hoekhuis, afgebeeld in Het Grachtenboek (1768-1770), was in 1900 zeer bouwvallig. Op dat moment waren de geveltrappen al versoberd tot een tuitgevel en de ramen
en pui voorzien van een latere indeling. Het fries ter hoogte van de puibalk bevatte nog leeuwenmaskers op de hoeken, een gevelsteen aan de Herengrachtzijde en een renaissance-cartouche met het jaartal 1615 aan de Gasthuismolensteeg. Uiteindelijk kwam het winkelwoonhuis in handen van Joh. Maria van Kelckhoven die in mei 1900 vergunning kreeg voor het 'plan tot verbouwing' van G.A. (Gerrit) van Arkel (1858-1918). In de hoge winkelruimte werd het sigarenmagazijn De Transvaalsche Boer gevestigd, het beeldje van de Zuid-Afrikaanse boer van de hand van Johann Zeitz op de uitstekende puibalk herinnert aan de Boerenoorlog (1899-1902). De gevelsteen INDE WYCK TOT MAESTRICHT van het oorspronkelijke hoekhuis kreeg een plaats naast de hoogste erker aan de Herengracht. Deze vogelvlucht op Wijk bij Maastricht is ontleend aan de gravures van Braun en Hogerberg uit 1575. In 1919 werd het hoekhuis verkocht aan de schoenmaker J.P. Verheven die zijn zaak uitoefende in het belendende Gasthuismolensteeg 18. De nieuwe eigenaar maakte waarschijnlijk een doorgang in de tussenmuur en liet in 1926 de pui van het hoekpand veranderen. Daardoor kwam aan de Herengracht een tweede ingang. (Oorspronkelijk was het pand alleen toegankelijk via de ingang op de hoek van Herengracht en Gasthuismolensteeg.)
G.A. (Gerrit) van Arkel (1858-1918) behoort tot de generatie architecten die Amsterdam na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 en de daarop volgende opbloei van het economische leven een nieuw gezicht heeft gegeven. Van Arkel was bestuurslid van Amstelodamum, en lid van de Gemeenteraad voor de Vrijzinnig Democraten van 1899 tot 1906. Zo heeft hij ook een bijdrage geleverd aan de modernisering van de Bouwverordening in 1905. Van Arkels vroege werk is vaak een rijk gedecoreerde mengeling van neo-stijlen als neogotiek en neorenaissance. Ook als hij omstreeks 1894 meer in de rationele zin van Berlage gaat ontwerpen houdt de architect een gevoelig oog voor het schilderachtige. Zijn werk is zeer representatief voor de periode 1890-1910.
Van Arkel ontwierp veel winkelwoonhuizen en kantoorpanden die op een hoek staan. Daarbij schuwt hij het krachtig accent in de historische stad niet, hetgeen hem niet door alle collega-leden van Amstelodamum in dank werd afgenomen. Het winkelwoonhuis op de hoek van de Gasthuismolensteeg en de Herengracht, in Vier eeuwen Herengracht omschreven als 'het wildste van alle in die jaren op grachthoeken verrezen "torenhuizen"', maakt aannemelijk dat de architect ook rekening hield met de plaatselijke situatie. Zo blijft de gevel in de smallere en korte steeg vrij vlak en wordt de zijmuur daar beëindigd door een 'trapgevel'. Aan de grachtgevel zorgt de variatie in geveluitbouwen - driezijdige erker op overstek, balkon en ondiepe erker - voor een rijk geschakeerd gevelbeeld, maar ook voor een afwisselend ruimtelijk effect in de toch wel kleine kamers op de verschillende verdiepingen.
De originele teakhouten pui was onbehandeld, de gevel werd opgeluisterd door natuurstenen blokjes en 'gele, groene en witte banden' van verglaasde steen. Oorspronkelijk sprak de gevel sterker door deze kleurcontrasten van het materiaal. Dit contrast was duidelijk verzwakt door de later aangebrachte cremewitte, grauwig verkleurde verflaag. Het winkelwoonhuis valt op door zijn grote hoogte, de gevarieerd uitgewerkte gevel aan de grachtzijde en het beeld aan de zijgevel. Ook het verdwenen tentdakje op de torenachtige bekroning aan de gracht en de gevels in vormgeving van de Nieuwe Kunst droegen bij aan het sprekende karakter van het hoekpand.
De restauratie van het markante hoekpand aan de Herengracht en de Gasthuismolensteeg vond plaats in 2000/2002 onder leiding van architect H. Spreeuwenberg. De architect werd vijf jaar geleden door een aannemer in de arm genomen, maar hij kon pas aan zijn werk beginnen nadat het gekraakte pand was ontruimd. De opmerkelijke kleuren van de gevel en het houtwerk zijn de uitkomst van verfsporenonderzoek van F. Franken. Op basis van dit door Bureau Monumenten & Archeologie geïnitieerde kleuronderzoek, is gekozen voor interpretatie van de kleurafwerking zoals die in het verleden is geweest. Met name de oorspronkelijke heldergroene en okergele Van Arkel-kleuren vallen op. De restauratie werd in maart 2002 afgerond met de onthulling van het beeldje van de Transvaalsche Boer.