Drive-in woningen
Anthonie van Dijckstraat 4-12 (1936)
M. Stam & L. Beese
Rijksmonumenten
De uit 1936 daterende vijf herenhuizen aan de Anthonie van Dijckstraat zijn het prototype van de drive-in woning in Nederland. Tezamen met de aangrenzende Montessorischool vormen de woningen een ensemble in de stijl van het Nieuwe Bouwen dat nadrukkelijk afsteekt tegen een omgeving die gedomineerd wordt door architectuur in de stijl van de Amsterdamse School. Het ontwerp werd geleverd door Mart Stam en zijn latere vrouw Lotte Beese onder supervisie van Willem van Tijen. Het is het enige voorbeeld van een vooroorlogs project in Nederland van Stam, die als een van de sleutelfiguren van het Nieuwe Bouwen internationale bekendheid verwierf.
De huizen werden gebouwd op initiatief van de architect Van Tijen, die ook regelmatig als projectontwikkelaar optrad. Voor de bouw richtte hij de N.V. Bouw-en Exploitatiemaatschappij Wimbe II op, waarvan Mart Stam, toen net teruggekeerd uit de Sovjet Unie, directeur werd. Het benodigde kapitaal werd geleend van de eveneens door Van Tijen opgerichte N.V. Bouwmaatschappij De Pol te Zutphen. Na de verkoop van de huizen kon in juli 1937 het geld worden teruggestort.
De huizen waren het resultaat van een samenwerkingsverband van Stam, Beese en Van Tijen. Mart Stam was een leidinggevende architect van het Nieuwe Bouwen met radicale ideeën. Hij was lid van de Rotterdamse vereniging “Opbouw”, de tegenhanger van de Amsterdamse groep “De 8”. Vanaf 1932 publiceren de architecten van het Nieuwe Bouwen hun ideeën in het tijdschrift “De 8 en Opbouw”.
De bouw van de moderne drive-in woningen in Plan Zuid in Amsterdam was tekenend voor de toenemende invloed van het Nieuwe Bouwen in de jaren dertig. Plan Zuid werd aanvankelijk ingevuld door architecten van de Amsterdamse School. Mede op voorspraak van de architect J. Gratama, lid van de Schoonheidscommissie en de architect J.F. Staal werd geleidelijk ook meer ruimte ingelast voor het Nieuwe Bouwen. Keerpunten in het beleid ten aanzien van het bouwen in Plan Zuid zijn vooral te vinden in de directe omgeving van de Anthonie van Dijckstraat, de Openluchtschool in de Cliostraat, ontworpen door Duiker in 1930, het Apollocomplex aan het Muzenplein uit 1934, door A. Boeken, de Montessorischool op de hoek van de Albrecht Dürerstraat en de Anthonie van Dijckstraat uit 1935, ontworpen door W. van Tijen en de vijf herenhuizen Anthonie van Dijckstraat 2- 14. In 1939 volgde nog de bouw van de voormalige Rijksverzekeringsbank aan de Apollolaan 15 door D. Roosenburg.
Bij het ontwerp van de vijf drive-in woningen hebben de architecten veel ideeën van het Nieuwe Bouwen verwerkt: een grote transparantie, modern materiaalgebruik en moderne voorzieningen en een functionele
inrichting. Het streven om tegemoet te komen aan de eigentijdse eisen vond het duidelijkst uitdrukking in het idee van drive-in woningen, met een parkeergarage als integraal onderdeel van het ontwerp. De inpandige garages op de begane grond waren bereikbaar via verticale schuifdeuren die langs het plafond weggeschoven konden worden. De huizen waren voorzien van nog meer moderne snufjes: centrale verwarming, een vuilnisstortkoker, elektrische voordeuropeners op de verdiepingen, een deurtelefoon, oprolbare zonneschermen en opklapbare wastafels.
De huizen tellen vier bouwlagen, aan de tuinzijde één verdieping minder vanwege het schuin aflopende dak. De gevels hebben een open karakter, met grote ramen en balkons. Het open karakter van de drive-in huizen komt goed tot zijn recht omdat de Anthonie van Dijckstraat ter plekke werd verbreed tot een pleintje met een plantsoen in het midden. De derde verdieping wijkt iets terug en vormt zo een op het zuiden gericht terras met afscheidingen van glas.
Kenmerkend voor deze architectuur zijn ook de combinaties van materialen: de brede penanten aan weerszijden zijn uitgevoerd in geglazuurde witte baksteen, kozijnen en vloerbalken in hout en staal, terwijl de betonnen balkons voorzien zijn van stalen balkonhekjes. Het oorspronkelijke kleurenschema was genuanceerder dan tegenwoordig, met verschillende kleuren blauw, geel, en wellicht groentinten toegepast op het staal en houtwerk.
De begane grond biedt plaats aan de garage, een tochtportaal, de CV-ketel, een wc en een tuinkamer. Op de eerste verdieping bevinden zich de keuken en een grote L-vormige woonkamer met balkon op het zuiden waarvan de deuren geheel weggedraaid konden worden. Vanaf de eetkamer leidt een stalen trap naar de tuin. Op de tweede verdieping zijn vier slaapkamers met daar tussenin de badkamer. Verder zijn hier een kleine kastenkamer en wc ondergebracht. De derde verdieping bood plaats aan twee slaapkamers grenzend aan een breed dakterras, en verder een grote kastenkamer en een zolder onder de schuine kap.