Drie Hendricken

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Drie Hendricken

21 februari 2008

"De Drie Hendricken"
Bloemgracht 87-91 (1642)
Rijksmonumenten

Bloemgracht

De Drie Hendricken zijn eenvoudige zeventiende-eeuwse burgerhuizen, opgetrokken in traditionele stijl met trapgevels van baksteen afgewisseld met zandstenen elementen. Ze werden  in 1642 gebouwd, nummer 87 door de waagdrager Hendrick Roelofsz, de twee andere panden door Jan Telingh. In de gevels staan respectievelijk de Steeman (de stedeling), de Landman en de Zeeman. De huizen zijn min of meer identiek en hebben gemeenschappelijke bouwmuren. In het fries boven de onderpuien zijn gevelstenen, jaartalstenen en voluutvormige hoekstenen aangebracht. Eenvoudige horizontale banden dienen als waterlijsten. De kruiskozijnen op de verdieping zijn gevat in nissen met korfbogen. Het drielicht van de zolderverdieping wordt bekroond door een rechte hanenkam met drie zandstenen blokken. Daarboven rust een kleine toppilaster op een kraagsteentje.

De plattegrond bestond uit een voorhuis met zijkamer en insteek, daarachter was een iets lager gelegen binnenhaard (met keuken) en opkamer. Een uitbouw op het achtererf diende als bijkeuken. Een spiltrap achter het voorhuis leidde naar de verdieping. De huizen hadden enkelvoudige balklagen op onbewerkte sleutelstukken van grenenhout.

Restauraties

In de negentiende eeuw werden de huizen gesplitst in beneden- en bovenwoningen. De puien werden aangepast en kregen een tweede ingang. Er werden nieuwe steektrappen aangebracht die naar de verdieping leidden.

voor restauratie

In 1927 en 1929 werden de huizen aangekocht door de Vereniging Hendrick de Keyser. Vooral nummer 91 bevond zich toen in zeer slechte staat en moest door de bewoners verlaten worden. In 1943-1947 volgde een restauratie van de panden onder leiding van architect Jan de Meijer (1878-1950). Uitgangspunt was het volledig herstel van de oorspronkelijke toestand. Bij de presentatie van  zijn restauratieplan liet de architect zien hoe de "verburgerlijkte vensters en puien zich in hun oorspronkelijk sterke architectonische werking zouden kunnen verheugen. Want al zijn het (de gevels) nabloeiers van een gezond tijdperk in het bouwen, toch is, met weinig middelen hun nog aanwezige grootsche eenvoud ten leven te wekken. Met diepe kennis van het ambacht hersteld, kunnen zij als vermanende vingers zijn, die ons de richting tot goede vakbeoefening wijzen." 

De restauratie leidde tot de bijna volledige reconstructie van de zeventiende-eeuwse huizen. Aan de gevel keerden de eikenhouten kruiskozijnen  en glas-in-loodvensters terug. De pui herkreeg de oude vorm die aan de hand van pengaten voor de stijlen in de puibalken gereconstrueerd kon worden. Later aangebrachte steekvloeren werden verwijderd, en in het voorhuis werd een nieuwe eiken spiltrap aangebracht.  Bij nummer 91 werd ook een binnenpui tussen voorhuis en binnenhaard gemaakt, met geprofileerde stijlen en glas-in-lood- ramen. Dit werk werd uitgevoerd door vaklieden die op deze wijze aan de Duitse Arbeitseinsatz  ontkwamen. De bovenverdieping kreeg na de oorlog een moderne indeling met badkamer en twee slaapkamers.