Diamantbeurs

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Diamantbeurs

21 februari 2008

Diamantbeurs (1910-1911)
Weesperplein 4
G. van Arkel
Rijksmonument

weesperplein, voormalig Diamantbeurs, nu DMB

De Diamantbeurs werd in 1910-1911 gebouwd naar ontwerp van architect G. van Arkel in opdracht van de Vereeniging Beurs voor den Diamanthandel. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was dit het levendige centrum van de diamanthandel en tevens een middelpunt van het Amsterdams joodse leven, dat van oudsher nauw verbonden was met deze branche. In 1989 verhuisde de Diamantbeurs naar een nieuwe locatie in Amsterdam Zuid-Oost. In 2001 werd de voormalige diamantbeurs op het Weesperplein als rijksmonument aangewezen.

Voorgeschiedenis

Amsterdam was eeuwenlang een centrum van de diamantnijverheid. Het merendeel van de diamantbewerkers en -handelaren was joods. In het laatste kwart van de negentiende eeuw kende de diamantindustrie een enorme schaalvergroting, ten dele als gevolg van de industrialisering, ten dele als gevolg van de grote diamantvondsten in Zuid-Afrika. 

Aanvankelijk speelde de diamanthandel zich af in rokerige cafés aan en nabij het Rembrandtplein. In 1890 werd de ‘Vereeniging Beurs voor den Diamanthandel’ opgericht met als voornaamste doel de caféhandel te verplaatsen naar een gezamenlijk handelslokaal waar op een ordelijke manier handel kon worden bedreven. Aanvankelijk behielp men zich met een gehuurd lokaal in het gebouw Casino aan het Waterlooplein. Maar met het stijgend aantal leden groeide ook de behoefte aan een eigen onderkomen, geheel toegespitst op de eisen van de diamanthandel. Een geschikte locatie werd gevonden aan het Weesperplein, op de hoek met de Nieuwe Achtergracht, een toen nog landelijk plein met hoge kastanjebomen. De eerste steen van de nieuwe Diamantbeurs werd op 12 december 1910 door burgemeester Roëll gelegd, op 17 september 1911 vond de feestelijke inwijding plaats. Het Weesperplein was nu het centrum van de diamanthandel. Aan de overzijde verrees een tweede, kleinere diamantbeurs en aan de Nieuwe Achtergracht bevonden zich diverse diamantslijperijen. 

Centrum van de diamanthandel en het joodse leven

Het ontwerp van de Diamantbeurs werd geleverd door Gerrit van Arkel (1858-1918), architect met een groot en gevarieerd oeuvre met vooral tal van kantoor- en winkelpanden. Van zijn ontwerpen voor enkele diamantslijperijen geldt de diamantslijperij van de firma Asscher aan de Tolstraat 127-129 (voltooid 1908) als hoogtepunt. Ook de Diamantbeurs behoort tot zijn hoofdwerken.

trappenhuis

De beurs vormde een omvangrijk complex waarvan de beurszaal op de bel-etage de kern vormde. Hier kwamen alle dagen van de week, met uitzondering van zaterdag (sabbat), de handelaren bijeen. Deze imposante zaal, met een hoogte van zeven meter, ontving overvloedig daglicht door grote, de meeste op het noorden georiënteerde ramen, een belangrijk gegeven voor de diamanthandel. In het souterrain bevonden zich een safe-inrichting, een kapperszaak en een bijkantoor van de Incassobank. Verder beschikte het gebouw over een post- en telegraafkantoor, een telefoonzaal met acht telefooncellen, een vertrek voor het wegen van diamanten, een vergaderzaal, een restaurant met biljartzaal, een bestuurskamer met fraaie, door de Incassobank geschonken betimmering en meubilering, een lokaal voor de vergaderingen van de commissie van ballotage en geschillen, een administratiekantoor, een conciërgewoning en niet minder dan 115 aan diamantfirma’s verhuurde kantoren.  

Na de Eerste Wereldoorlog nam de diamantindustrie een dermate hoge vlucht dat uitbreiding nodig was. Het gebouw werd daarom in 1919 voorzien van een extra verdieping die plaats bood aan nog eens 35 kantoren. Het ontwerp werd geleverd door de vroegere medewerker van Van Arkel, H.J. Breman. In 1956 brandde deze bovenverdieping uit. De huidige dakopbouw dateert uit 1990.

De Diamantbeurs was een internationaal centrum van de diamanthandel en tevens het hart van de Amsterdams-joodse gemeenschap. Vóór de oorlog was vijfennegentig procent van de diamantbewerkers joods. Op 13 februari 1941 vond in de Diamantbeurs de eerste bijeenkomst plaats van de door de Duitsers ingestelde Joodse Raad. Bij die gelegenheid werden joodse burgers opgeroepen vuur-, slag- en steekwapens in te leveren. De meeste beursleden zijn tijdens de oorlog omgekomen. Ondanks het na-oorlogse herstel van de diamantmarkt, werd de beurs nooit meer het levendige handelscentrum van weleer. Geleidelijk vestigden zich steeds meer firma’s in het gebouw die niet direct bij de diamanthandel betrokken waren. Het gebouw voldeed niet meer aan de moderne gebruikseisen en ook de beveiliging werd steeds meer een probleem. In 1989 verhuisde de Diamantbeurs naar een nieuw onderkomen in Amsterdam Zuid-Oost. Het gebouw aan het Weesperplein werd gekocht door een bouwmaatschappij die het ten dele in de oude staat terugbracht en deels moderniseerde. De voormalige Diamantbeurs is nu in gebruik als kantoorpand van de gemeentelijke dienst Milieu en Bouwtoezicht.

Architectuur

De Diamantbeurs is gebouwd op een L-vormige plattegrond, met de korte poot aan het Weesperplein, de lange langs de Nieuwe Achtergracht en telde boven een souterrain aanvankelijk vijf, vanaf 1919 zes bouwlagen. Het gebouw was een vroeg voorbeeld van een betonconstructie, maar de gevels waren, boven een natuurstenen plint, opgetrokken uit baksteen met fijne voegen. Op begane grondniveau zijn de bakstenen felrood, afgewisseld met decoratief aangebrachte groen gekleurde bakstenen, daarboven overheerst een oranje-lichtbruine kleur. De markante hoektoren, een kenmerk van veel door Van Arkel ontworpen gebouwen, had halfronde erkers op twee bovenverdiepingen, een uurwerk met fraaie wijzerplaten, en een groenkoperen koepel. De werking van de toren werd door de toevoeging van de extra verdieping in 1919 ernstig geschaad. De toren is echter pas goed in de verdrukking gekomen door het aangrenzende universiteitsgebouw Weesperstaete uit 1972. De hoekpartij bevatte de hoofdingang met siertegels aan weerszijden, met rechts een uitbeelding van een gevleugelde Mercuriusstaf en links een slijpmolen met twee slijparmen en twee ingeklemde diamanten.

Naast de hoofdingang bevond zich op de eerste verdieping een balkon met fraai sierhek. Drie getoogde ramen in het rechtergedeelte correspondeerden met de korte zijde van de beurszaal. Een ingang in het basement op de hoek met de Nieuwe Achtergracht (inmiddels dichtgezet) gaf toegang tot de safe en de Incassobank. 

De gevel langs de Nieuwe Achtergracht, met de ingang naar de kantoren, liet strak gegroepeerde vensterreeksen zien, slechts onderbroken door twee erkers over twee verdiepingen die een middenpartij suggereren. Ten behoeve van een gelijkmatige belichting op het noorden, stonden destijds geen bomen langs de Nieuwe Achtergracht.  

Achter de hoofdingang was het met zwart en wit marmer beklede trappenhuis gelegen, met balustraden voorzien van smeedijzeren sierhekken en zware trapleuningen van messing. Op de bel-etage bevond zich de beurszaal waarvan de korte zijde op het Weesperplein uitkeek en de lange zijde op de Nieuwe Achtergracht. Het houten cassettenplafond rustte op rijk geornamenteerde kolommen, de ramen waren omlijst met groen geglazuurde verblendsteen. Veel zorg was ook besteed aan de inrichting van de bestuurskamer, waarvan de betimmering en meubelen door de Incassobank waren geschonken. Tot aan de verhuizing van de diamantbeurs in 1989 was de bestuurskamer min of meer intact gebleven.

Neergang

Na de oorlog geraakte het gebouw geleidelijk in verval. De beurszaal bleef bijna ongebruikt en werd in tweeën gesplitst en het plafond werd verlaagd. De grote boogramen gingen hiermee ook verloren en werden vervangen door kleinere rechthoekige ramen voor respectievelijk de bel-etage en de tussenverdieping. Van de bewerkte kolommen bleef ook niets meer over en de kroonluchters, bij de opening geschonken door de beursleden, verdwenen stuk voor stuk. Het laatste exemplaar dat in de hal hing, werd tijdens de restauratie van 1990 gestolen.

detailvan de toren

De restauratie werd in opdracht van een bouwmaatschappij verricht door het architectenbureau ZZ&P in Amstelveen. De meest opvallende ingrepen aan de buitenkant waren de verplaatsing van de hoofdingang die zich nu onder het balkon met het sierhek bevindt en de nieuwe dakopbouw. De bovenste verdieping springt in, waardoor de gevel lijkt te eindigen bij twee overhuivingen op ronde kolommen. Hierdoor komt ook de toren weer wat beter tot zijn recht. In het interieur is het oorspronkelijke trappenhuis nog intact. In de hal bevindt zich nog een marmeren gedenksteen die verwijst naar het leggen van de eerste steen in 1910. In een deel van de voormalige beurszaal is nu de Van Arkelzaal ingericht, met dezelfde hoogte als destijds de beurszaal. Van de oorspronkelijke inrichting van de beurszaal is echter niets meer over. Het souterrain biedt nu plaats aan een parkeergarage.