Het gebouw “De Zeevaart” werd ontworpen door de Friese architect IJme Gerardus Bijvoets Gzn. (1837-1901) die zich in 1866 als bouwkundige in Amsterdam had laten inschrijven. Het merendeel van de woon- en winkelpanden die Bijvoets in Amsterdam heeft gebouwd, is inmiddels gesloopt. Het gebouw “De Zeevaart” is slechts ten dele bewaard gebleven. Een gedeelte van de gevel aan de Oostertoegang, het voormalige nummer 104, is in verband met de verbreding van de aangrenzende spoorwegen in 1994 afgebroken. Het resterende bouwblok is met de korte zijde naar De Ruijterkade gekeerd, en de lange zijde naar de Oostertoegang, de verbindingsweg die onder het spoorviaduct doorloopt.
“De Zeevaart” had een gecombineerde woon-werkfunctie. Op de begane grond was een remise met werkplaats alsook een goed geïsoleerde ijskelder: zo was er een goed geïsoleerde ijskelder waarin ‘s winters ijs werd opgeslagen om ook in de andere jaargetijden vlees en vis langer te kunnen bewaren. Op de begane grond een remise met werkplaats en de bovenverdiepingen werden als woningen ingericht. In 1924 werd “De Zeevaart” gekocht door de Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij die het pand liet verbouwen tot kantoor met conciërgewoning. In latere tijden heeft de begane grond dienst gedaan als onder andere garage, werkplaats, reisbureau, en als café-restaurant. Tegenwoordig is hier een fietsenmaker gevestigd. Er bestaan echter plannen om het pand op te nemen in een museum annex attractiepark onder de naam “De Chocoladefabriek”.
Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen plus een kapverdieping. Binnen het bouwblok vormt nummer 105 aan de Oostertoegang een symmetrisch opgezette, zelfstandige eenheid met een winkelpui geflankeerd door deuren.
De architectuur is een voorbeeld van de Hollandse neorenaissance stijl die in het laatste kwart van de negentiende eeuw haar hoogtepunt bereikte. Typerend hiervoor is de gevel die verlevendigd wordt door speklagen (baksteen afgewisseld door natuurstenen banden), reliëfs, en een rijk uitgewerkte trapgevel. De over de verdiepingen doorlopende hoekerker rust ogenschijnlijk op sierconsoles met reusachtige acanthusbladeren. Een fries tussen de consoles laat een speelse voorstelling zien van kindjes die vis uit een zeilschip lossen onder het toeziend oog van de handelsgod Mercurius, die ook als kind is uitgebeeld. Boven de dakkapel van de hoekerker verheft zich een koepelvormig dak met een vlaggenmast die door een smeedijzeren sierhek wordt omgeven.
De korte gevel aan de De Ruijterkade telt drie vensterassen waarvan één als tussenlid fungeert tussen de hoekerker en een gevel die wordt afgesloten door een dakkapel met fronton en sierelementen. De brede deur aan deze zijde is van recente datum.
Op de eerste verdieping zijn gelijkvormige boogvensters waarvan de ronding is voorzien van glas-in-loodramen met sierlijke florale motieven die reeds de Jugendstil aankondigen. Op de borstweringen tussen de verdiepingen zijn respectievelijk tegelversieringen en blokjes met verticale gleuven aangebracht.
De verschillende elementen van deze druk gelede gevelcompositie worden samengevoegd door het ononderbroken hoofdgestel met geornamenteerd fries en getande kroonlijst.