De Duif

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

De Duif

21 februari 2008

"De Duif"
R.K. Kerk Sint Willibrordus binnen de Veste (1857)
Prinsengracht 756
Th. Molkenboer
Rijksmonument

De Duif

De Sint Willibrordus binnen de Veste, beter bekend als De Duif, was de eerste rooms-katholieke parochiekerk in Amsterdam die werd gebouwd nadat in 1848 de nieuwe grondwet in NL werd aangenomen waarbij - voor het eerst sinds de Alteratie van 1578 - Katholieken weer op zichtbare wijze hun geloof mochten belijden. De kerk werd niet in de gangbare neogotische stijl opgetrokken maar in een stijl verwant aan die van de Italiaanse barokkerken. Op 6 januari 1974 vond de officiële laatste kerkdienst plaats. Het bisdom Haarlem had besloten de onrendabele kerk te sluiten. Daarop gingen verontruste parochianen zelf diensten organiseren en zetten reddingsacties op touw. Uiteindelijk werd de kerk in 1998-2002 met behulp van het Amsterdams Monumenten Fonds gerestaureerd. Behalve als kerk fungeert De Duif nu ook als cultureel en maatschappelijk centrum.

Voorgeschiedenis

De huidige kerk is de derde op rij met de naam De Duif. De eerste was een huiskerk die in 1671 gebouwd was tegen de achtergevels aan van vijf huisjes aan de Kerkstraat, vlakbij de Spiegelstraat. De toegang tot de kerk bevond zich in een van die huisjes, Het Vredesduifje geheten.

Toen de Bataafse Republiek in 1795 vrijheid van godsdienstuitoefening afkondigde, maakte pastoor Offermans van De Duif hier direct gebruik van. Op 5 februari 1795, nauwelijks een maand na de Franse inval, diende de pastoor al een verzoek in voor de bouw van een nieuwe kerk. Zijn verzoek was, zo luidde het oordeel,  ‘geheel en al op de openlijk erkende Rechten van de Mensch’ gegrond. De pastoor mocht een kerk bouwen waar en zoals het hem goeddunkte. Zo werd De Duif de eerste niet-gereformeerde kerk die sinds de Alteratie van 1578 in alle openbaarheid werd gebouwd. In 1796 verrees de kerk op het braakliggende terrein van een afgebrande suikerraffinaderij, aan de Prinsengracht 754-756. Van de oude huiskerk aan de Kerkstraat verdwenen de laatste herinneringen toen in 1958 ter plekke een postkantoor werd gebouwd.

De nieuwe kerk was een vrij bescheiden, bakstenen gebouw, maar wel met koepel, iets wat in voorgaande eeuwen bij een rooms-katholieke kerk ondenkbaar was geweest. Rooms-katholieke kerken mochten immers als zodanig aan de buitenzijde niet herkenbaar zijn. Toen De Duif in 1857 werd aangewezen als een van de elf parochiekerken van Amsterdam, was dit aanleiding om de kerk te vervangen door een nieuwe representatieve kerk. Wederom had De Duif de primeur, want ze was de eerste van de reeks nieuwe parochiekerken van na de parochiale indeling van 1857.

Architectuur

De Duif werd ontworpen door Theo Molkenboer (1796-1863), een productief architect die tal van kerken op zijn naam heeft staan. Molkenboer was een typische vertegenwoordiger van de zogenaamde stukadoorsgotiek. Een bouwstijl die alleen de uiterlijke vormen van de gotische bouwkunst imiteerde, niet het materiaalgebruik en de constructiewijze. Voor De Duif koos Molkenboer bij wijze van uitzondering een andere stijl als vertrekpunt, die van de barok.

Naar voorbeeld van barokke kerken zoals die in Rome werden gebouwd, kreeg De Duif een hoog ingangsportaal geflankeerd door lagere zijdeuren en nissen met beelden; pilasters met hoofdgestel, en ter afsluiting een driehoekig fronton. De zandstenen bekleding doet de gevel nog meer lijken op haar barokke voorbeelden. Karakteristiek is de verdubbeling van pilasters die de gevel een rijk effect verlenen: Dorische pilasters beneden, daarboven pilasters van de Ionische orde. De overgang van de zijschepen naar het veel hogere middenschip wordt gevormd door klauwstukken met festoenen, gevleugelde engelenhoofdjes en obelisken. In de nissen staan beelden van respectievelijk Sint Willibrordus, de patroonheilige van de kerk, en van Sint Sergius (de paus, die Willibrordus tot bisschop heeft gewijd). De beelden zijn uitgevoerd in het atelier van Pieter Jozef de Cuijper in Antwerpen. In het timpaan in de geveltop prijkt de duif die hier een dubbele symbolische functie vervult: als verwijzing naar de naam van de oorspronkelijke huiskerk en als vredessymbool. Boven de ingang is een mozaïek met Christus, in 1948 vervaardigd door pater W. Randag. De inscriptie In loco isto dabo pacem (‘Op deze plek zal ik U vrede schenken’) komt overeen met die van de vorige kerk.

Interieur

Het interieur vertoont, weer in overeenstemming met de barokke kerkbouw, een combinatie van centraalbouw en basilikale aanleg. Een kort, breed middenschip, geflankeerd door galerijen, leidt naar de hoofdruimte in de vorm van een achthoek. Achter deze hoofdruimte bevindt zich het verhoogde priesterkoor.

interieur de Duif

De galerijen hebben een gemarmerde eiken balustrade met rijk beeldhouwwerk, in 1877 vervaardigd in het atelier van De Cuijper. Hier kwam ook de preekstoel (1861) vandaan. Het hoogaltaar alsmede het Maria-altaar en het Willibrordus-altaar in de zijnissen zijn in 1905 uitgevoerd in het atelier van de Vlaamse beeldhouwer P.E. van den Bossche. Het beeld van Maria met Kind op een wolk boven het Maria-altaar is echter een 18de-eeuws beeld uit de Italiaanse stad Modena, dat in 1858 werd geschonken door de consul van Sardinië. Het Jozefaltaar, sinds 1929 in bruikleen van het Rijksmuseum, is afkomstig van een kerk in het Noord-Brabantse Leur. Het is een van oorsprong 17de-eeuws altaar met toevoegingen uit latere tijd. Het orgel van de Brabantse firma Smits kwam tussen 1862 en 1882 in fasen tot stand. De gebrandschilderde ramen in het transept zijn in 1889-1891 vervaardigd in het atelier van F. Nicolas te Roermond.

indruk van plafond

In 1883 kreeg architect A.C. Bleys opdracht een ontwerp te leveren voor  schilderingen van de Twaalf Apostelen rondom het koor. Ook de nissen van de zijaltaren werden van schilderingen voorzien, maar werden wegens hun geschonden staat in 1911 vernieuwd om kort daarna achter asbestplaten te verdwijnen. Bij de recente restauratie zijn ze weer gedeeltelijk tevoorschijn gekomen.

Restauratie

Nadat de kerk meer dan 25 jaar met stutten ingepakt had gestaan, werd in 1998 gestart met de restauratie die in november 2002 werd voltooid. Er is voor gekozen om de (deel)decoraties uit diverse perioden naast elkaar te tonen, als illustratie van de veranderingen in smaak en stijl door de jaren heen. De restauratie van het beroemde Smits-orgel werd voltooid in juli 2006.