De Dolphijn

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

De Dolphijn

21 februari 2008

De Dolphijn (circa 1660)

Singel 140-142

H. de Keyser (vermoedelijk)

Rijksmonumenten

De Dolphijn

De Dolphijn, Singel 140-142, is waarschijnlijk de eerste grote particuliere opdracht die Hendrick de Keyser heeft uitgevoerd, ergens tussen 1599 en 1602. De eerste eigenaar was de koopman en dichter Hendrick Laurensz. Spieghel. Het huis ontleende zijn naam De Dolphijn aan het embleem van Spieghel, de luit spelende Arion op een dolfijn. In het fries ter weerszijden van de ingang waren twee dolfijnen afgebeeld.

In 1609 ging het huis over in handen van de reder en later burgemeester Volckert Overlander, heer van Purmerland en Ilpendam. Diens dochter huwde in 1630 met Frans Banninck Cocq, die wereldberoemd is geworden dankzij de Nachtwacht (1642) van Rembrandt. Op het schuttersstuk neemt Banninck Cocq samen met Willem van Ruytenburch de centrale positie in. Banninck Cocq (1605-1655) zou later nog een aantal aanzienlijke posten bekleden. Zo werd hij benoemd tot respectievelijk schepen, burgemeester en tot kolonel van de burgerij. Van zijn schoonvader erfde hij de heerlijkheid Purmerland en Ilpendam.

Architectuur

De Dolphijn werd gebouwd op een dubbel perceel met een breedte van 50 voet en moet aan het begin van de zeventiende eeuw een van de grotere huizen van de stad zijn geweest.

 tekening uit het grachtenboek van Caspar Philip Jacobszoon
Uit: het Grachtenboek van Caspar Philip Jacobszoon, 1768-1771

Het huis had twee trapgevels en telde vijf vensterassen met de ingang in het midden. Aanvankelijk strekte het erf zich uit tot aan de Herengracht, toen nog een binnengracht aan de stadswal. Later verrees daar een apart huis, maar De Dolphijn behield een uitgang aan die gracht. De gevel liet de voor die tijd karakteristieke kleurige afwisseling zien van geslepen oranje rode baksteen en zandstenen banden (‘speklagen’), aanzet- en sluitstenen en maskers. Boven de kelderverdieping verhieven zich twee verdiepingen met rechte ramen, de kleinere boogvensters op de derde verdieping werden verbonden door gekoppelde pilasters. Daarboven verrezen de twee trapgevels met afsluitende frontons.

 

De gevel is niet geheel overeenkomstig het oorspronkelijke ontwerp uitgevoerd. Dat ontwerp is bekend van het tractaat  Architectura Moderna ofte Bouwinge van onsen tijt uit 1631 waarin alle ontwerpen van Hendrick de Keyser stonden afgebeeld. Het was de bedoeling dat de gevels rijk voorzien werden van classicistische motieven zoals pilasters en kroonlijst. Waarschijnlijk zijn deze alle op last van de opdrachtgever geschrapt. Wat overbleef was de kleurige afwisseling van geslepen rode baksteen en aanzet- en sluitblokjes en maskers van zandsteen.

De deur gaf toegang tot het voorhuis; rechts daarvan was een bouwmuur die over de volle diepte van het pand doorliep van voor naar achter en het linkerdeel afscheidde van een smaller deel rechts. Spieghel zelf heeft een beschrijving van zijn huis gegeven in het gedicht Hertspiegel. Daarin maakt hij melding van een zaal, keuken, en een eetkamer met uitzicht op de tuin. In het huis hingen overal schilderijen met leerrijke opschriften, het huys vol schildery, al beeldschrift zinrijk-tuchtig. De noordwand van de zijkamer rechts was beschilderd met een tafereel van de aardegodin Cybele.

De beschrijving van Spieghel kon tijdens de restauratie van 1967 met bouwkundige gegevens worden aangevuld. Er zijn toen enkele sporen van de oorspronkelijke balklaag teruggevonden, bestaande uit moer- en kinderbalken op sleutelstukken en zandstenen consoles. De consoles waren helaas afgehakt zodat hun profiel niet meer vastgesteld kon worden. Het vierde balkvak was zeer smal, slechts 1.40 meter en kon plaats bieden aan bedstede of kasten.

Een dubbelhuis herenigd

Het huis is, vermoedelijk kort na het overlijden van de weduwe van Banninck Cocq in 1674 gesplitst. Splitsing was goed mogelijk aangezien de deelmuur al aanwezig was. Zo ontstond een groot huis links, De Vergulde Dolphijn, en een kleiner huis rechts, van respectievelijk drie en twee vensterassen breed. Laatstgenoemde pand heette voortaan De Kleine Dolphijn. In 1863 werd De Kleine Dolphijn van de trapgevel beroofd en kwam er een rechte lijstgevel voor in de plaats. Hierdoor ontstond een zeer ongelijk beeld tussen de voormalig verbonden huizen. Maar bij de restauratie van 1967 werd de trapgevel weer in ere hersteld. Dat gebeurde op initiatief van de nieuwe eigenaar Paul Guggenheim. De restauratie werd uitgevoerd onder leiding van H.Th. Oudejans. De vereenvoudigde gekoppelde pilasters van de eerste verdieping rusten op de brede pilasters van de begane grond. Achter de nu gemeenschappelijke toegang bleef de interne splitsing van het huis echter gehandhaafd.