De zogenaamde Cromhouthuizen zijn vier naast elkaar gelegen panden aan de Herengracht nabij de Leidsegracht. Ze zijn in 1660-1662 door Philips Vingboons gebouwd in opdracht van de rooms-katholieke koopman Jacob Cromhout. In twee van de panden, op nummer 368 en 366, is het Bijbels Museum gehuisvest.
In 1614 kocht Hendrick Cromhout erven aan de Herengracht dichtbij de toenmalige grens van de stad. Hier legde hij een grote tuin of lusthof aan met een poort aan de Keizersgracht. Zijn zoon Jacob Cromhout vatte in 1660 het plan op de erven te bebouwen met huizen naar ontwerp van Philips Vingboons (1607-1678). Een moeilijkheid hierbij was dat de erven niet een aaneengesloten geheel vormden. Midden op het terrein van Cromhout stond het huis met bedrijf van de houtkoper Cornelis Jansz. Kerfbijl die in eerste instantie weigerde zijn bezit te verkopen. Vingboons kon hierdoor niet een uniform huizencomplex ontwerpen. Rechts van Kerfbijl was het mogelijk om twee grotere huizen te bouwen, maar links bleef slechts ruimte over voor een kleiner huis met een breedte van 20 voet. Tijdens de bouw veranderde Kerfbijl van gedachten en was hij alsnog bereid zijn bezit te verkopen. Het was toen echter te laat om de plannen ingrijpend te wijzigen. Het resultaat was een complex van twee grotere huizen rechts en twee kleinere links. In het tweede huis rechts, nummer 366, nam Cromhout zelf zijn intrek. De andere huizen werden verhuurd. Tot circa 1800 bleven de huizen in handen van de nazaten van Jacob Cromhout.
De vier Cromhout huizen hebben, ondanks verschillen in grootte, min of meer identieke halsgevels opgetrokken uit Bentheimer zandsteen. Ze zijn ieder drie vensterassen breed. Het smalle middenrisaliet loopt door in de hals van de gevel. Links en rechts zijn boven respectievelijk de deuringang en het venster op de bel-etage driehoekige frontons aangebracht. Ook de halsgevels worden door frontons bekroond. Op de borstwering boven de bel-etage zijn jaartalstenen aangebracht, met uitzondering van het huis van Cromhout, op nummer 366. Hier prijkt een gevelsteen met een krom stuk hout, een verwijzing naar de naam van de bouwheer. De ornamentiek concentreert zich in het bovenste deel van de gevels. Hier zijn gebeeldhouwde cartouches rondom de ovale vensterlichten aangebracht en festoenen op de klauwstukken en aan weerszijden van de hijsbalken.
In tegenstelling tot de vier afzonderlijke gevels aan de grachtzijde, vormt de tuingevel één geheel onder een gezamenlijke kap en kroonlijst. Het middengedeelte dat ook de breedte inneemt van het kleinere buurhuis ter linkerzijde behoorde bij het woonhuis van Cromhout.
De plattegrond van de twee grotere huizen is spiegelbeeldig, met dit verschil dat het achterhuis van nummer 366 links achter het kleinere buurpand op nr. 368 doorloopt. Dankzij de aldus verkregen breedte bestond hier de mogelijkheid om, naar Frans voorbeeld, een zaal met ontvangkamer (de anti-chambre) aan te brengen.
Op de bel-etage leidde een royale gang langs voor- en achterkamer naar de binnenplaats en trappenhuis. Vanaf hier leidden enkele treden omlaag naar de keukens op de begane grond van het achterhuis. Een korte brede steektrap leidde omhoog naar een bordes van waaruit men links de grote zaal of recht vooruit de zijkamer kon betreden.
Rond 1717 werd het woonhuis aan de Herengracht 366 in Lodewijk XIV-stijl verbouwd. Uit die tijd dateert het weelderige ovale trappenhuis met kunstig gesneden leuningen en balusters. In de balkvakken van de zaal werden tien op doek geschilderde voorstellingen van Jacob de Wit (1695-1754) aangebracht. Ze dateren van 1718 en behoren tot de vroegste plafondschilderingen van de hand van De Wit in Amsterdam. Uitgebeeld zijn Olympische goden en tekens van de dierenriem. Sinds de restauratie van eind jaren negentig van de vorige eeuw bevindt zich ook in de achterkamer van het voorhuis een plafondschildering van Jacob de Wit, die echter tot zijn laatste (1750) werken behoort. De schildering was afkomstig van het pand Herengracht 440 en beeldt ‘Apollo en de vier seizoenen’ uit. Het doek heeft veertig jaar in opgerolde toestand op een nieuwe bestemming gewacht.