De Cineac is in 1934 gebouwd als journaalbioscoop, destijds een nieuwe vorm van commerciële nieuwsverspreiding op celluloid met een doorlopende gevarieerde programmering, goedkoop en voor jong en oud geschikt. Nog niet iedereen had een tv in huis. De nieuwsvoorziening werd voornamelijk verzorgd door het filmbedrijf Polygoon. Een bezoek aan de Cineac was altijd een belevenis. Van verre was de enorme constructie op het dak zichtbaar, waarop de neonletters CINEAC 's avonds rood opgloeiden. In de glazen cabine boven de hoekentree draaiden de Philips ‘blocprojectoren’ die werden bediend door ‘operateurs’ in Cineackleding. Gezien de beperkte ruimte in het gebouw stonden de bezoekers in de Regulierssteeg in rijen opgesteld onder een verwarmde luifel. Een kaartje was verkrijgbaar aan de los opgestelde kassa onder de luifel van de entree op de hoek. Op de geleidehekjes waren stoplichten gemonteerd en de deuren openden automatisch. Eenmaal binnen kon het publiek zelf een plaats uitzoeken in de oplopende zaal of op het balkon.
De bioscoopruimte was bijzonder vanwege de akoestische kwaliteiten. De zaal had een paraboolvormige doorsnede, waartoe gebruik was gemaakt van een bijzondere schaaldakconstructie.
Het ontwerp voor de Cineac is van de hand van Jan Duiker (1890-1935), die onder architectuurliefhebbers grote bekendheid geniet. Zijn gebouwen bestaan uit innovatieve constructies van ijzer, beton en glas. Zijn oeuvre past binnen het Nieuwe Bouwen dat gekenmerkt wordt door een minimalistische, geometrische vormentaal. Dit staat in contrast met de rijk gedecoreerde Tuschinski bioscoop aan de andere zijde van de straat.
Duiker kreeg de bijzondere opdracht van Reginald Ford, die vanuit Parijs een keten van journaalbioscopen introduceerde in vrijwel alle Europese hoofdsteden onder de naam Ciné-Actuel. Als liefhebber van moderne bouwkunst was Ford vermoedelijk ingeseind over Duikers ontwerpstudies van bioscopen en het sanatorium Zonnestraal in Hilversum, waarvan hij zeer onder de indruk was. Ford was ook enthousiast over het ontwerp voor de Cineac, waar het ingewikkelde Franse programma van eisen door Duiker op een geheel eigen wijze was vertaald op het kleine onregelmatige grondoppervlak in de Reguliersbreestraat.
Er is in de jaren dertig van de vorige eeuw weinig gebouwd in de stijl van het Nieuwe Bouwen, vanwege de toen geldende esthetische normen, de tegenwerking die architecten kregen van schoonheidcommissies en de economische achteruitgang. Om onder meer die reden lag Duikers Openluchtschool in de Cliostraat in Amsterdam Zuid nog verborgen in een bouwblok. De Cineac ligt echter volledig in het zicht, omdat de straat was vrijgegeven voor alle
mogelijke gebouwen met een gevarieerde bestemming. De strakke lijnvormig, het koele grijs en de enorme neonletters waren uiteindelijk een regelrechte confrontatie met het droompaleis Tuschinski aan de overzijde van de straat.
Duikers gebouwen zijn samengesteld uit kwetsbare constructies van ijzer, beton en glas. Vanwege de complexe bouwfysische factoren zijn de restauraties uitermate ingewikkeld. Een geslaagd voorbeeld is de restauratie van het hoofdgebouw van het sanatorium Zonnestraal. De ingrepen zijn beperkt gebleven; het ‘uiterlijk’ is weer teruggebracht in de staat van 1931 en het grondplan is intact gebleven.
Bij de Cineac kon de bioscoopfunctie niet behouden worden en is de bestemming helaas gewijzigd. De ingrepen, hoe beperkt ook, vinden hun weerslag in het in- en exterieur. Het verwijderen van de stoelen en het rechttrekken van de oplopende vloer op de begane grond zijn voor puristen een ware aanslag op het ontwerp en dus een verlies van architectuurhistorische waarden. Dit geldt ook voor het maken van een nieuwe hoekentree tussen de twee smalle bioscoopentrees. Daar tegenover stond dat de karakteristieke onderdelen konden worden gereconstrueerd. De constructie, beplating, detaillering van ijzeren ramen en reconstructie van de reclame-uitingen zijn de belangrijkste onderdelen die het beeld van 1934 completeren.
Het gebouw bleek voor de restauratie bouwfysisch gezien erg vochtig te zijn door de afsluiting van de gevelplaten. Daardoor waren de ijzeren gevelplaten die in de jaren zeventig van de vorige eeuw waren afgedekt door houten panelen, aan de onderzijde verroest. Alle platen moesten worden vernieuwd. Om corrosievorming in de toekomst te voorkomen is ervoor gekozen om de ijzeren gevelplaten los te koppelen van de constructie. Ook is er een ruimte van drie millimeter gehouden tussen de platen onderling.
De kwaliteit van de reconstructies van de verschillende bouwonderdelen is hoog. Het zijn exacte kopieën. Het hoge naambord aan de voorgevel had in de tijd van Duiker het enorme gewicht van 3000 kilo. Er is in dit uitzonderlijke geval voor gekozen dit naambord in aluminium uit te voeren en in de oorspronkelijke kleur te schilderen.
Het interieur is zoveel mogelijk hersteld, hoewel de bioscooponderdelen zijn verwijderd.