Koninklijk Theater Carré

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Koninklijk Theater Carré

25 januari 2008

Amstel 115-125
Het circustheater van Oscar Carré/Koninklijk Theater Carré (1887)J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk
Rijksmonument

Carrè Amstelzijde

Diverse circustenten

Al vanaf 1866 kreeg de familie Carré toestemming om in Amsterdam circusvoorstellingen te geven. Dat gebeurde in tenten in het (Wertheim)park, op het Amstelveld of in de omgeving van het Paleis voor Volksvlijt. Toen in 1875 in Amsterdam de kermis (tijdelijk) werd afgeschaft maakte Oscar Carré (1846-1911) plannen om een permanent circus in de stad bouwen. Hij vond een terrein aan de oever van de Binnen-Amstel, destijds een summier bebouwd en rustiek gedeelte langs de rivier.

Een houten theater

Architect J.A. van Gorselen ontwierp in 1879  een circustheater met een ronde plattegrond dat geheel in hout werd opgetrokken. Drie jaar eerder had Van Gorselen voor Carré al een tijdelijk theater, eveneens van hout, ten zuiden van het Paleis voor Volksvlijt gebouwd. De gemeente Amsterdam verleende slechts vergunning tot mei 1881, vanwege het brandgevaar dat de houten constructie opleverde. Carré wist de dreigende sluiting uit te stellen door voor het gebouw een stenen façade op te laten trekken. Maar in 1884 viel de slopershamer definitief voor het inmiddels succesvolle theater.

monogram Oscar CarrèOp de plek van het afgebroken houten circus liet Oscar Carré een nieuw gebouw optrekken, dit keer helemaal van steen. Architecten van dit permanente gebouw waren J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk. De bouw duurde onwaarschijnlijk kort: slechts 8 maanden. Op 3 december 1887 opende het nieuwe Circustheater Carré, het gebouw zoals we het nu kennen, zijn deuren.

Het ontwerp van Van Rossem en Vuyk

Toen het houten theater aan de Amstel in opdracht van de gemeente in 1884 werd afgebroken, waren de voorbereidingen voor een nieuw theater al in volle gang. Carré formuleerde een zwaar programma van eisen. Op het relatief kleine perceel moest zowel een circuspiste als een variététheater worden gebouwd. Op de tribunes moest plaats zijn voor tweeduizend toeschouwers. In juni 1885 werden de bouwplannen ingediend.

kapiteelDe inspiratie voor Carrés plannen vormde zijn eigen Circus Carré in Keulen dat in 1878 was gebouwd naar een ontwerp van H. Nagelschmidt. In dat theater konden tegelijkertijd, maar ook los van elkaar, de piste en het toneel worden gebruikt. Een bijzonderheid was de kap, die bestond uit acht ijzeren gebogen spanten met elk een spanwijdte van 35 meter, naar men zei de grootste overspanning van Europa.

Het theater aan de Amstel is vrijwel identiek aan het Keulse theater: een ronde piste met een toneelvloer met daaromheen drie vleugels. Het hoofdgebouw staat aan de Amstel, haaks daarop staan twee zijvleugels. De ruimte die door de drie bouwdelen ontstaat wordt ingenomen door de piste. De achtergevel stond in het water van de Onbekendegracht, daar waren de paardenstallen en kleedkamers ondergebracht.

Als hoogtepunt in het ontwerp gold de kapconstructie die met een spanwijdte van 37 meter de kap van het theater in Keulen naar de kroon stak. Momenteel is de kap van het theater in Amsterdam uniek, omdat Carré’s theater in Keulen verloren is gegaan.

circus- en clownskoppen

Theater voor de Amsterdammers

Bij de opening van het circustheater prees de pers de sfeer in de weelderige foyers die verlicht werden door majestueuze gaslampen, men prees de decoraties, de loges en de zaal zelf. Ook de bezoekers waren enthousiast. De Amsterdammers hadden er een bijzondere vaste attractie bij, waarvan de groeiende burgerij het gehele jaar door kon profiteren. Centraal in het circusprogramma van Carré stond de dressuur met Trakhener hengsten, waarmee Carré tot ver over de grenzen bekend was.

detail fronton

De populariteit van het nieuwe circustheater was groot en Carré deed zijn best om het Amsterdamse publiek enthousiast te houden, door spectaculaire circusnummers te tonen. Na de dood van Oscar Carré in 1911, werden ook andere voorstellingen in het theater geprogrammeerd, zoals variété, opera, operette en volkstoneel. Na de Tweede Wereldoorlog deden ook de musical en de onemanshow er hun intrede.

In de loop der tijden heeft het Theater Carré verschillende grote successen gekend  en heeft het te kampen gehad met minimale kaartverkopen en grote verliezen. Het heeft het er in 1968 zelfs op geleken dat Carré zijn deuren moest sluiten en dat het pand gesloopt zou worden. Om dat te voorkomen heeft de gemeente het bestemmingsplan aangepast, waardoor het geplande nieuwe hotel er niet kon komen. Sinds 1976 is het theater eigendom van de gemeente. Sinds het eeuwfeest in 1987 heet het “Koninklijk Theater Carré”.

Classicisme

Het ontwerp van Van Rossem en Vuyk laat zich kenmerken als classicistisch. Niet alleen de gebruikte bouwelementen zijn sterk klassiek, maar ook de verregaande symmetrie duidt op een klassieke invloed. De façade is opgebouwd uit een begane grond, met imitatie hardstenen blokken die in feite gepleisterde bakstenen zijn. Hierop rusten twee verdiepingen en een mezzanino (halve verdieping) met vierkante vensters. Een kroonlijst en een timpaan met het stadswapen sluiten de gevel af.

 classicisme voorgevel

In de middenrisaliet bevindt zich de hoofdingang waarboven twee gekoppelde zuilen zijn geplaatst. De bakstenen gevels zijn voorzien van decoratief pleisterwerk in portlandcement. Hiervoor werden Italiaanse stukadoors en marmerwerkers ingehuurd, die het geheel een roomwit aanzicht gaven. Op de eerste verdieping bevindt zich over de gehele breedte van de voorgevel een balkon, als een foyer in de buitenlucht.

De opgeblazen, bolle kap bepaalt voor een groot deel het silhouet van het gebouw en herinnert aan de vorm van een circustent. De hoge en open kap was daarnaast functioneel voor de trapezenummers.

Interieur

Toen het circustheater was opgeleverd, bevonden zich op de begane grond van de Amstelvleugel (achter de entree) een vestibule met aan weerszijden het restaurant en de koffiekamer. Op de eerste verdieping waren foyers en de directeurswoning gesitueerd. De derde verdieping (de mezzanino) was volledig bestemd als woonruimte.

Achter de entree bevonden zich aan weerszijden van een hal de trappenhuizen naar de zitplaatsen die rond de piste waren gegroepeerd. Deze piste was volmaakt rond en zodoende geschikt voor de paardennummers in de circusvoorstellingen. Het verhoogde toneel lag van de zaal gescheiden door een toneelboog.

Het circuskarakter van de zaal werd voornamelijk bepaald door de open kap. De metalen spanten waren omtimmerd en beschilderd. Tussen de spanten was groen doek aangebracht waarop fel gekleurde banden waren geschilderd, die de bogen en lijnen van het koepeldak versterkten. Hierdoor werd de suggestie van een werkelijke circustent gewekt. In het midden van de koepel bevond zich de lantaarn.

Decoraties

uitspringende paarden

De beelddecoraties in zowel het ex- als het interieur van Carré kwamen voor rekening van beeldhouwer Bart van Hove (1850-1914), professor aan de Rijksacademie. Van Hove nam voor zijn decoraties het circusleven als thema. In de voorgevel zijn bijvoorbeeld enkele clownskopjes te zien en een aantal circuspaarden.

Tijdens de restauratie en verbouwing in 2004 zijn een aantal schilderingen ontdekt.

Kritiek op Van Rossem en Vuyk

In tegenstelling tot de lovende reacties in de pers en van het publiek werd in de vakliteratuur vanuit verschillende kanten kritiek geuit op het ontwerp van Van Rossem en Vuyk. Vooral de onvolmaaktheid van de aansluitingen van de cirkelvormige piste op het vierkante perceel werden negatief beoordeeld. De architecten stonden volgens vakgenoten in de schaduw van de Van Gendts, die met constructieve oplossingen excelleerden in het Concertgebouw, de Hollandsche Manege en de arcade in de Raadhuisstraat. Ook Berlage verweet in het Bouwkundig Weekblad van 1912 dat Van Rossem en Vuyk teveel eerbied hadden voor de kunst van vroegere tijden.

Grafmonument Zorgvlied

Ondanks de kritiek van vakgenoten kregen Van Rossem en Vuyk enkele jaren later opnieuw een opdracht van Oscar Carré: het ontwerp voor een familiegraf op de begraafplaats Zorgvlied. In 1891 werd het graf gebouwd. Oscar werd er later samen met zijn drie echtgenotes en zijn kinderen begraven. De eerste die er een rustplaats vond was Carrés vrouw Amalia die in 1891 om het leven kwam bij een treinongeluk in een Duitse circustrein.

 

familiegraf Carre op ZorgvliedIn hun ontwerp voor het grafmonument maakten Van Rossem en Vuyk een welhaast humoristische verwijzing naar de naam van de familie. Het graf lijkt een vrijwel exacte kopie van de best bewaarde Romeinse tempel die in Nîmes staat: het Maison Carrée.

Wijzigingen

In de loop der tijden zijn verschillende wijzigingen in het theater doorgevoerd. Zo zijn de kleinere foyers op de eerste verdieping samen met de directeurswoning tot één grote foyer gemaakt en zijn er verschillende nieuwe trappen geplaatst. In 1919 vond een ingrijpende wijziging van de zaal plaats: het kenmerkende open koepeldak werd dichtgezet. Een van de belangrijkste redenen daarvoor was de intense kou in de winter. Een decoratief stucplafond van gips werd ingebracht, dat in de jaren vijftig  door een ‘modern’ systeemplafond werd vervangen. Hiervoor moest het timpaan boven de toneelboog wijken en dienden de vensters in de mezzanino te worden dichtgezet. Het belangrijkste offer dat gebracht werd met het verlaagde stucplafond was de sfeer: de zaal had niet langer meer de beleving van een circustent. Een ingrijpende wijziging  betrof de vergroting van de toneelopening in de zaal in 1992, die dezelfde decoratie kreeg als de smallere voorganger. Bij de verbouwing in dat jaar werd de geleidelijke verandering van Carré van een circustheater in een allround theater met circusfaciliteiten feitelijk voltrokken. In het exterieur springt de aanbouw van een nieuwe toneeltoren (eveneens 1992) achter het hoofdgebouw  het meest in het oog.

Recente restauratie

Bij de restauratie en verbouwing van het theater in 2004, evenals de verbouwing van 1992 een ontwerp van Greiner, Van Goor, Huijten, Architecten bv, is het casco van het hoofdgebouw herstelt en zijn de facilitaire voorzieningen uitgebreid en vernieuwd. De zaal heeft echter zijn vertrouwde uitstraling behouden. Door de verhoging van het plafond met circa drie meter kon er weer een klein timpaan worden aangebracht boven de toneelboog. In het nieuwe plafond is een beloopbare vloer gelegd voor de theatertechnische installaties. De sterrenhemel en de kroonluchters (geïnspireerd op oude afbeeldingen) zijn teruggebracht, samen met de vensters van de mezzanino. De spanten van de koepel zijn weer in het zicht, zijn omtimmerd en beschilderd in de oorspronkelijke kleuren. Tijdens de restauratie werden decoratieve schilderingen uit verschillende perioden aangetroffen. Onder het rode velours van de tribuneschotten die de rangen in de zaal van elkaar scheiden vond men meerdere lagen van de oude bespanning, waaronder lagen met schilderingen. Eén van de reeksen schilderingen is gemaakt op doek en sierde het theater hoogstwaarschijnlijk in de periode 1909-1919. Deze reeks bestaat uit acht weelderige cartouches met daarin putti met attributen. Historisch nog waardevoller is de decoratie die zich onder deze geschilderde putti bevindt. Op doek zijn papieren medaillons genageld waarop vrouwenfiguren zijn geschilderd in diverse exotische kledingstijlen. De schilderingen dateren rond het bouwjaar 1887 en zijn mogelijk aangebracht door de decoratieschilder Bredon uit Berlijn.  De doeken hebben na een terughoudende restauratie een plek gekregen in de voormalige garderobe. Het meest spectaculair en nieuw is de foyer in de kap. Door een deel van het dak door glas te vervangen heeft men vanuit deze foyer een schitterend uitzicht over de Amstel en de binnenstad.

Feestelijke heropening

Op maandag 15 november 2004 werd het theater feestelijk heropend; koningin Beatrix verrichtte de openingshandeling door de neonletters op het dak te ontsteken, waarna een vuurwerk de lucht inging.