Burgerweeshuis

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Burgerweeshuis

25 januari 2008

Amsterdams Historisch Museum
Burgerweeshuis (1632-1635)
Nieuwezijds Voorburgwal 357/Kalverstraat 92
H. de Keyser, P. de Keyser, J. van Campen e. a.
Rijksmonument

voormalige meisjesbinnenplaats

In 1960 verhuisde het Burgerweeshuis van de Nieuwezijds Voorburgwal naar een nieuwe vestiging aan het IJsbaanpad, ontworpen door Aldo van Eyck. Het lege gebouwencomplex werd aangekocht door de gemeente die het liet restaureren en inrichten tot Amsterdams Historisch Museum.
In 1975 werd het museum in gebruik genomen. De architectuur van het oude Burgerweeshuis is nog voor een groot deel intact. Ook de regentenzaal is in originele staat bewaard gebleven.

Van klooster tot weeshuis

Het Burgerweeshuis ligt tussen de Kalverstraat, de Sint Luciënsteeg, de Nieuwezijds Voorburgwal en het Begijnhof. Tot aan de Alteratie van 1578 stonden hier het nonnenklooster van Sint Luciën en het Oudemannenhuis. De twee instellingen werden van elkaar gescheiden door een sloot, de Begijnensloot, die naar het aangrenzende Begijnhof liep. In 1580 werd het klooster ontruimd en als weeshuis ingericht. De resterende nonnen werden ondergebracht in huisjes langs de Sint Luciënsteeg. Het eerste Burgerweeshuis dateerde uit ongeveer 1520 en was schuin aan de overzijde van de Kalverstraat gevestigd, ter plekke van het huidige nummer 71.

De bestemmingsverandering vereiste geen grootscheepse verbouwingen. Veel gemeenschappelijke ruimtes van het klooster konden ook voor het weeshuis worden gebruikt. De wezengemeenschap was verdeeld in drie strikt gescheiden groepen: kleine kinderen tot een jaar of twaalf, grote jongens en grote meisjes. Elk van deze groepen had een eigen verblijf. Slechts de huishoudelijke ruimten, zoals de keuken en voorraadkamers, dienden voor de hele gemeenschap.

tekening van de meisjesbinnenplaats

Rond 1590 werd een nieuwe vleugel op de kade van de Nieuwezijds Voorburgwal gebouwd. Een kleine eeuw later werd deze vervangen door de huidige architectuur. Hier bevonden zich onder andere de ziekenzalen. De gevel rees direct uit het water op totdat de Nieuwezijds Voorburgwal in 1883 werd gedempt.

Hendrick de Keyser

In 1598 bouwde Hendrick de Keyser langs de Begijnensloot een nieuwe vleugel voor de kleine kinderen. Het gebouw had een galerij met een gebeeldhouwd fries met voorstellingen uit het leven van de weeskinderen. In 1632 kon het weeshuis worden uitgebreid met de aangrenzende gebouwen van het voormalige Oudemannenhuis aan de andere zijde van de Begijnensloot. Deze uitbreiding vormde het begin van een grote verbouwing die het huidige aanzien van het gebouwencomplex grotendeels heeft bepaald.

Poorten

Het Burgerweeshuis vormde een naar binnen gekeerd gebouwencomplex. Het ging bijna geheel schuil achter huizenrijen, deels huurhuizen in het bezit van het weeshuis. De enige gevelwand, die aan de Nieuwezijds Voorburgwal, was het summum van eenvoud. Om passanten toch op het bestaan van het weeshuis te attenderen, werden aan de Kalverstraat en later aan de Sint Luciënsteeg fraaie ingangspoorten gemaakt. De poort aan de Kalverstraat, de hoofdingang van het weeshuis, werd in 1581 ontworpen door Joost Jansz. Bilhamer (1540-1590) en stond aanvankelijk vrij aan een trapeziumvormig voorplein.
detail uit de poort

In 1642 werd de poort geïncorporeerd in een gevelfront versierd met het stadswapen, omgeven door festoenen en bekroond door een fronton. Boven de ingang prijkte een groot reliëf met de duif, symbool van het weeshuis, omringd door een achttal weeskinderen. Later werden hieraan versregels van Joost van den Vondel toegevoegd, die de bezoekers aanspoorde tot het doen van giften. Naast de ingang stond een collectebus, het zogenaamde offerblok. In de zijgevels van het voorplein zijn reliëfs aangebracht van weeskinderen in nissen die een geschreven bord vasthouden waarin ook tot financiële steun wordt opgeroepen.

Tijdens de verbouwing van de binnenplaats werd ook besloten een eigen uitgang naar de Sint Luciënsteeg te maken. Twee huurhuizen werden gesloopt ten behoeve van een voorplein met poort. Hoewel ze het jaartal 1634 draagt, was de poort niet nieuw, maar dateerde uit het laatste kwart van de zestiende eeuw. Waarschijnlijk is het oorspronkelijk een van de toegangen tot de stadstimmerwerf geweest.

Binnenplaatsen

Direct achter de poort van de Kalverstraat liep een galerij langs de jongensbinnenplaats. Deze was in 1632 gecreëerd toen het voormalige Oudemannenhuis bij het weeshuis getrokken kon worden. Boven de galerij bevond zich de jongensschool. Op de begane grond was een timmerwerkplaats ingericht die op de plaats kwam van de koeienstal van het weeshuis. Nu is er een restaurant gevestigd.
De galerij bestaat uit hoge Dorische zuilen met bogen, om zoveel mogelijk licht toe te laten naar de timmerwerkplaats die aan deze zijde vensters bezat. De bovenverdieping kent een geleding van Dorische pilasters op consoles. Ontwerp van galerij en jongensschool wordt toegeschreven aan Pieter de Keyser (1595-1676).

Het voormalige Oudemannenhuis was als jongensonderkomen ingericht. Op de begane grond waren een eetzaal en een kantoor voor de boekhouding, op de verdieping en op de zolder de slaapplaatsen. In 1739 kreeg het gebouw een nieuwe gevel. Het zandstenen ingangsportaal, ontworpen door de beeldhouwer Jan van Logteren is een vroeg voorbeeld van de Lodewijk XV-stijl in Amsterdam. Typerend hiervoor is de sluitsteen in de vorm van een rocaille.

kastjes jongensplaats

In 1762 werd achter de huizen aan de Kalverstraat een kastjesgalerij aangebracht. In de kastjes konden de jongens hun gereedschappen en persoonlijke bezittingen opbergen. De lagere bebouwing aan de zuidzijde van de binnenplaats diende als woning voor de schoolmeester.

De jongensbinnenplaats werd door de Begijnensloot van de meisjesbinnenplaats gescheiden. In de sloot loosden de toiletten van het weeshuis, ook de riolen van de huizen aan de Kalverstraat kwamen hierop uit. In de zeventiende eeuw werd de sloot ten dele overkluisd, en in 1865 gedempt. Nu is het een overdekte openbare passage waar groepsportretten van schutters worden getoond. Deze schuttersgalerij is een unieke museale opstelling; een stukje openbare straat dat als overdekte museumgalerij is ingericht.

De meisjesbinnenplaats is gelegen op het terrein van het vroegere Sint Luciënklooster. In de korte vleugel rechts, aan de kant van de Sint-Luciënsteeg bevond zich de regentenzaal. Het hoofdgebouw bevatte onder andere de meisjeseetzaal en de handwerklokalen. De twee overige vleugels waren voor de kleine kinderen bestemd. Tussen een van deze vleugels en het Begijnhof bevond zich een derde binnenplaats, waarvan een deel als speelplaats voor de kleine kinderen diende, en een deel als bleekveld.

detail zuil van Van Campen

Jacob van Campen

In 1634 verrezen aan de binnenplaats drie zeer moderne en monumentale gevels naar een ontwerp van Jacob van Campen (1595-1657). Opvallend zijn de pilasters in de kolossale orde met Ionische kapitelen. Pilasters over twee verdiepingen waren nog nauwelijks gebruikt in ons land. Bij de uitwerking van de details liet Van Campen zich leiden door het ordeboek uit 1615 van de Italiaanse architect Vincenzo Scamozzi. Daaraan is onder andere het typische Ionische kapiteel ontleend met de overhoekse en gespleten voluten. Dit kapiteel is bekend geworden als het ‘Van Campen-kapiteel’ en heeft veel toepassing gevonden. Het kinderhuis van Hendrick de Keyser uit 1598 werd in 1744 vervangen door nieuwbouw. De gevel werd in precies dezelfde stijl als de drie andere gevels aan de meisjesbinnenplaats opgetrokken.

Cas Comptoir

Via de ingang aan de meisjesbinnenplaats wordt rechts het voormalige Cas Comptoir (geldkantoor) bereikt. Het vertrek is voorzien van een decoratief beschilderd plafond waarbij een indeling in cassetten wordt gesuggereerd. Rondom het achtkantige 'middenvak' zijn symbolen van de vier jaargetijden aangebracht. Aan de wand hangen diverse borden met de namen van de regenten van het voormalige Burgerweeshuis.

regentenzaal

Regentenzaal

In de regentenzaal is veel van het oorspronkelijke interieur bewaard gebleven. De schoorsteenwand werd als één geheel ontworpen naar plannen van Van Campen. De marmeren Ionische zuilkapitelen van de schouw hebben dezelfde overhoeks gespleten voluten als die op de binnenplaats. Op de zijkanten van de schoorsteen zijn op beschilderde panelen voorstellingen van kandelabers aangebracht. In de 18de eeuw werd onder de rookkap van de schouw een lagere schoorsteen van marmer geplaatst ten behoeve van een betere rookvang. Op de boezem van de schouw en boven de deuren aan weerszijden bevinden zich voorstellingen van een zeeslag, getiteld de 'slag op het Slaak', in 1633 geschilderd door een kunstenaar met de toepasselijke naam Abraham de Verwer (ca. 1585-1650). Het driedelige tafereel werd speciaal voor deze plek gemaakt.

Vier andere schilderijen werden eveneens speciaal voor deze zaal vervaardigd: aan de noordwand een doek van de hand van Abraham de Vries (ca. 1590-ca. 1655) eveneens uit 1633 met daarop de regenten die verantwoordelijk waren voor de vernieuwing van de meisjesafdeling. Aan dezelfde wand hangt - boven de met ebbenhout opgewerkte eiken kast uit de tweede helft van de 17de eeuw - een door Arnold Boonen (1669-1729) geschilderd regentenstuk uit 1716. Daarnaast een schilderij uit 1663 van Jurriaan Ovens (1623-1678) met een afbeelding van regenten in deze zaal, met de monumentale schouw zichtbaar op de achtergrond. Aan de korte oostwand hangt een omstreeks 1634 voor deze zaal vervaardigd regentessenstuk door Jacob Backer (1608-1651).

In 1656 werd het houten zaalplafond van schilderingen voorzien. De decoratieve bloemranken werden geschilderd door Mattheus van Pillecum (ca. 1638-1679), die ook het beschilderde plafond in het voormalige Cas Comptoir en de decoraties op het fries van de schoorsteenmantel vervaardigde. De figuratieve schilderingen op het plafond werden aangebracht door de kunstschilder Cornelis Holsteyn (1618-1658).

In het dichtst bij de schouw gelegen achtkant wordt het kleden van de weeskinderen verbeeld met de begeleidende woorden 'Wy syn barmhartich.' In het andere achtkant wordt de vrijgevigheid geïllustreerd in het collecteren voor de weeskinderen en de woorden 'Weest mildadich.' Het ronde middenstuk met de zes wapenschilden en naamlinten van de regenten uit 1656 is een personificatie van de liefde met het devies 'Liefde ist Fondament.'

wapenschild met naamlinten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1732 werd de regentenzaal gemoderniseerd. Bij die gelegenheid werden onder meer de 17de-eeuwse kruiskozijnen vervangen door de huidige schuiframen. Aan de vensterwand bevindt zich tegen de eerste muurdam een naambord met wapenschilden in een lijst uit 1737 van de hand van Van Logteren. De rijk vergulde lijst is uitgevoerd in een zeer vroege Lodewijk XV-stijl. Aan de muurdam in het midden hangen een wandklok op console uit het derde kwart van de 18de eeuw en de wapenschilden met de namen van het regentencollege uit 1732. Daarnaast een pendant van het eerstgenoemde wapenschild met naamlinten uit 1861. Boven de deur van de oostwand tenslotte is nog een naam- en wapenbord uit 1847 te bewonderen.