Burcht van Berlage

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Burcht van Berlage

25 januari 2008

"De Burcht van Berlage"
Anbd-vakbondsgebouw (1899-1900)
Henri Polaklaan 9
H.P. Berlage
Rijksmonument

voorgevel

Het gebouw van de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond (ANDB) is het oudste vakbondsgebouw in Nederland. Het werd in de periode 1898-1900 op initiatief van de bondsvoorzitter Henri Polak (1868-1943) gebouwd door H.P. Berlage die ook de inrichting voor zijn rekening nam. De schilderingen in het gebouw zijn van de hand van R.N. Roland Holst (1868-1938). Na opheffing van de diamantbond in 1958 werd het gebouw in gebruik genomen door de destijds eveneens door Polak opgerichte Metaalbedrijfsbond. Sinds 1991 is het in gebruik als Nationaal Vakbondsmuseum. Na een in drie fasen uitgevoerde restauratie is het vakbondsgebouw in vrijwel oorspronkelijke staat teruggebracht.

Bouwgeschiedenis

De ANDB werd in 1894 opgericht en telde drie jaar later al zoveel leden dat tot de bouw van een eigen bondsgebouw kon worden overgegaan. De vakbond had hiervoor het voorterrein gekocht van de Plantage Schouwburg aan de Plantage Franselaan, sinds 1946 Henri Polaklaan geheten. De bondsvoorzitter Henri Polak vroeg de socialistische geestverwant H.P. Berlage (1856-1934) het vakbondsgebouw te ontwerpen. Dat Berlage tegelijkertijd aan de Beurs werkte, het bolwerk van het Kapitaal, vormde kennelijk geen beletsel. Berlage ging er vanuit dat de beurs slechts tijdelijk als zodanig dienst zou doen, en in de toekomst de functie van volkspaleis zou gaan vervullen. Aan het beeldprogramma van de Beurs lag daarom dezelfde utopistische strekking als aan dat van het ANDB-gebouw ten grondslag.

Het eerste ontwerp, daterend uit 1898, werd door de gemeente om brandveiligheidsredenen afgekeurd. Het tweede ontwerp uit 1899 werd wel uitgevoerd. Op 1 augustus 1900 werd het nieuwe bondsgebouw, het eerste in Nederland, in gebruik genomen. Vanwege zijn robuuste uitstraling stond het gebouw al direct bekend als de ‘burcht van de arbeid’, kortweg De Burcht. De inrichting nam nog een tijd in beslag. Toen een delegatie van het Internationale Socialistische Congres, onder wie Rosa Luxemburg en Karl Kautsky, het gebouw in 1904 bezochten, waren de schilderingen in de grote Bondsraadzaal van R.N. Roland Holst nog niet af. In 1913 maakte Berlage ontwerpschetsen voor uitbreiding van het gebouw tot aan de Plantage Parklaan, wat bijna een verdubbeling van de ruimte had betekend. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en de geleidelijke neergang van de diamantindustrie zijn de uitbreidingsplannen nooit tot uitvoering gekomen.

entree met het logo daarboven

Het voorportaal van het arbeidersparadijs

Als eerste vakbondsgebouw in Nederland vervulde het nieuwe ANDB-gebouw een voorbeeldfunctie. Het moest krachtig uitdrukking geven aan de idealen van de socialistische beweging en reeds een inzicht geven van het arbeidersparadijs dat aan de horizon gloorde. Schoonheid en harmonie vormden derhalve een integraal deel van het ontwerp. In zijn openingstoespraak typeerde voorzitter Polak het gebouw als “een symbool van de arbeidersbeweging, uitbeeldende haar schoonheid en haar kracht. Het ideaal was dat de arbeiders zouden vinden in hun gemeenschappelijke tehuis hetgeen eerst in de toekomst, in een nieuwe samenleving alle mensen voor zich zouden bezitten: een ideale woning’’.

Net als voor de Beurs zocht Berlage zijn inspiratie bij de middeleeuwse Italiaanse raadhuizen die hij tijdens een studiereis door Italië had gezien. Deze raadhuizen uit de periode van de Italiaanse stadstaten waren voor Berlage symbool van de volkssoevereiniteit.

Exterieur

Overeenkomstig de Italiaanse voorbeelden heeft het gebouw een massief karakter, met een sobere, vlakke gevel waarin monogrammen de enige decoratieve elementen vormen, met kantelen en een toren die uit het bouwlichaam oprijst. Zoals stadsbestuurders in Italië zich vanaf de “ringhiera’’, het sprekerspodium, tot het volk richtten, zo konden de vakbondsleiders vanaf de hoge frontale stoep de arbeiders toespreken. Stilistische verwijzingen naar het verleden zijn echter, wederom net als bij de Beurs, achterwege gebleven.

De gevel is opgetrokken uit bakstenen van ongewoon groot formaat, die aan de middeleeuwse kloostermoppen doen denken en de benaming De Burcht alle eer aandoen. De hoofdverdiepingen laten een herhaling zien van verticale vensters in groepjes van drie. De ingangen tot het souterrain, waarin vroeger de zetterij, de drukkerij en de portiersloge waren gevestigd, bevonden zich onder de hoge bordestrap. Op de bel-etage bevond zich het voornaamste vertrek, de Bondsraadzaal. Op de verdieping daarboven waren kantoren en de bestuurskamer ondergebracht, en op de bovenste verdieping het archief, de bibliotheek en de leeszaal; goede lectuur maakte onderdeel uit van het streven naar verheffing van de arbeidersklasse. In verband met lichttoetreding zijn de vensters van de bibliotheekverdieping hoog geplaatst. Ze worden onderling verbonden door een doorlopende natuurstenen latei. Onder de kantelen zijn de initialen van de vakbond aangebracht. Op de zolderverdieping bevond zich het gastenverblijf.

De toren en de hoge, door natuurstenen palen geflankeerde stoep geven aan waar zich in het gebouw de hal en het trappenhuis bevinden. Boven de ingang prijkt het monogram van de vakbond, terwijl een venster hoog in de toren als embleem de vorm van een geslepen diamant heeft gekregen.

overzicht van hal en trappenhuis

Van het donker naar het licht; het interieur

De entree tot het gebouw beoogde een uitgesproken theatraal effect. Na het opgaan van de hoge frontale stoep komt de bezoeker via de zware ingangsboog in een donker overwelfd portaal. Des te groter is de verrassing bij het betreden van de centrale hal waar een warm, van boven uitstralend licht door de glazen koepel naar binnen valt. De contrastwerking was een treffende metafoor voor de weg van de arbeidersbeweging ‘van het donker naar het licht’.

De hal wordt over alle verdiepingen omringd door balustraden en bogen waarachter het trappenhuis schuil gaat. De wanden bestaan uit gele en witte geglazuurde bakstenen, wat de lichtheid van het geheel onderstreept, afgewisseld met wit blauwe stroken die afsteken tegen de natuurstenen (tussen)zuilen en balustraden. De fraaie lamp in de hal is in 1919 ontworpen door Jan Eisenloeffel. Het zandstenen reliëf (1908) met de voorstelling “één van wil, één van daad’’ tegenover de ingang is van de hand van Lambertus Zijl. Een steen aan de zijkant met de leus “Proletariërs aller landen, vereenigt u’’ is vervangen door een herdenkingsplaquette voor de 2000 joodse diamantarbeiders die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd.

Richard en Henriette Roland Holst

Aan de achterzijde van de bel-etage bevindt zich de langwerpige raadzaal van de bond. Tijdens een recente restauratie is het oorspronkelijke houten plafond aan het licht gekomen dat achter een later aangebracht verlaagd plafond schuilging. De houten kinderbalken rusten op stalen moerbalken die op hun beurt door natuurstenen consoles worden gedragen. De klok achter de voorzittersstoel is in 1907 ontworpen door Berlage. De glas-in-loodramen en de wandlampen zijn ook nog oorspronkelijk. Tussen 1904 en 1907 schilderde R. N. Roland Holst veertien muurschilderingen die, vergezeld van versregels door Henriëtte Roland Holst het Verleden, Heden en Toekomst van de socialistische beweging uitbeeldden. Reeds spoedig na oplevering begonnen de schilderingen af te bladderen. In 1919 werden ze, op advies van Berlage, weggetimmerd achter grenenhouten lambriseringen. Roland Holst vervaardigde negen nieuwe wandschilderingen. Deze schilderingen, waarvan het raamwerk en kleurstelling nauwkeurig op de rest van de zaal waren afgestemd, kwamen pas in 1937 gereed.

Op de tweede verdieping bevindt zich de bestuurskamer. De inrichting was een geschenk - evenals vele andere interieuronderdelen van het gebouw - van jonge vakbondsleden naar aanleiding van de invoering in 1911 van de achturige werkdag voor diamantbewerkers die mede door de inspanningen van het bestuur tot stand was gekomen. Berlage ontwierp de eikenhouten betimmering, de lampen, de meubels, het tapijt, het parket, de gordijnen en de voorzittershamer. De ontwerpen zijn uitgevoerd in het meubelmagazijn `t Binnenhuis waarvan Berlage medeoprichter was geweest. De drie schilderingen van Roland Holst uit 1912 brengen de ‘ideale dagindeling’ van de arbeider in beeld: de Krachtige Uren van de Arbeid, de Zachte Uren van de Ontspanning en de Diepe Uren van de Slaap.

hal 1e verdieping

Verbouwing en restauratie

De verbouwing van kantoorpand tot Nationaal Vakbondsmuseum werd verricht door Atelier Pro; hoofdarchitect was Hans van Beek. Op de eerste en tweede verdieping kwamen expositieruimtes, in het souterrain een bibliotheek, een auditorium en een café. Op last van de brandweer moest een tweede trappenhuis worden aangebracht. Tegelijk werd begonnen met de restauratie van het gebouw in de oorspronkelijke staat. De stoeppalen die omwille van parkeerruimte waren verwijderd, werden teruggeplaatst. De glasplaten in de trapportalen werden vrijgelegd zodat het licht uit de glazen koepel weer in het souterrain kon doordringen.

Tijdens de restauratie van 1999-2002 werd na verwijdering van een verlaagd plafond het oorspronkelijke plafond in de Bondsraadzaal weer zichtbaar. Achter de in 1919 aangebrachte lambriseringen kwamen de in verschillende tinten groen geglazuurde bakstenen tevoorschijn en de muurschilderingen van 1904-1907 van Roland Holst. De schilderingen zijn gerestaureerd. De lambriseringen en de schilderingen die de oorspronkelijke muurschilderingen hadden vervangen, zijn naar het souterrain overgebracht. Tijdens de restauratie is ook de dubbele deur die vanuit een vestibule naar de Bondsraadzaal leidde, teruggekomen.