Beurs van Berlage (1898-1903)
Beursplein 1/Damrak 243
H.P. Berlage
Rijksmonument
De Beurs van Berlage, oorspronkelijk de Koopmansbeurs geheten, wordt gerekend tot de topmonumenten in Nederland. Het gebouw is het meesterwerk van de architect H.P. Berlage, grondlegger van de twintigste-eeuwse architectuur in Nederland. Berlage zocht in zijn ontwerp naar een hecht verband tussen constructie, materiaal, decoratie en functie. Tegelijk deed hij afstand van het bouwen in neostijlen zoals in de negentiende eeuw gebruikelijk was geworden.
Tegenwoordig worden in de Beurs tentoonstellingen, concerten, congressen en evenementen georganiseerd. Het grootste gedeelte van het gebouw dient als repetitie- en kantoorruimte van het Nederlands Philharmonisch Orkest.
De Beurs van Berlage was in Amsterdam het derde beursgebouw op rij. Het eerste werd in 1611 gebouwd door Hendrick de Keyser en stond aan de Vijgendam, ter plekke van het huidige gebouw Industria, op de hoek van Dam en Rokin. In 1845 verrees een nieuw beursgebouw naar een ontwerp van J.D. Zocher dat aan de noordzijde van de Dam kwam te staan, waar zich nu de Bijenkorf bevindt. Na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 beleefde Amsterdam een enorme economische opleving en ontstond een behoefte aan een groot, modern gebouw waar alle beursactiviteiten ondergebracht konden worden. In 1884 schreef de gemeente Amsterdam daarom een internationale prijsvraag uit voor het ontwerp van een nieuw beursgebouw. Tot de inzenders behoorde H.P. Berlage (1856-1934) die samen met zijn toenmalige compagnon Th. Sanders een ontwerp leverde. Geen van de ontwerpen werd echter uitgevoerd omdat onenigheid ontstond over de vraag waar het nieuwe gebouw moest komen te staan. Even leek het hele nieuwbouwproject zelfs afgeblazen te worden en werd de architect A.W. Weissman gevraagd een renovatieplan op te stellen voor het oude beursgebouw van Zocher. Maar de daadkrachtige wethouder van Publieke Werken, M.W.F. Treub, doorbrak de malaise en zette zich actief in voor nieuwbouw.
BerlageOp voorspraak van Treub werd Berlage tot lid van de Beurscommissie benoemd, waaruit bijna automatisch volgde dat hij ook de nieuwe beurs zou ontwerpen. Op Berlage’s advies zou het gebouw op een tot aan de Oudebrug gedempt stuk Damrak verrijzen. Hierdoor kon een kostbare en langdurige onteigeningsprocedure worden vermeden.
De bouwwerkzaamheden namen in mei 1898 een aanvang. Vijf jaar later, op 27 mei 1903, verrichtte koningin Wilhelmina de officiële opening van de nieuwe Koopmansbeurs. De hoofdhuurders die er hun intrek namen waren de Goederenbeurs (met ingang aan Beursplein en Damrak), de Graan- en Effectenbeurs (met ingangen aan de Oudebrugsteeg), de Schippersbeurs, en de Kamer van Koophandel die de zaal boven de hoofdingang aan het Beursplein betrok (nu Berlage Zaal). Verder waren er ruimten voor telefoon- en telegraafloketten, vergaderzalen, een politiebureau en een conciërgewoning. Onder de hoofdingang aan het Beursplein was de toegang tot het Safe Deposit waar particulieren en bedrijven een kluis konden huren.
'Gelagkamer is de beurs van de gezelligheid'
De Beurs is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen architect en kunstenaars van verschillende disciplines. Voor het beeldhouwwerk waren L. Zijl en J. Mendes da Costa verantwoordelijk, A. Derkinderen ontwierp de gebrandschilderde ramen, A.N. Roland Holst vervaardigde de schilderingen en J. Toorop de figuratieve tegeltableaus. Berlage zelf ontwierp de meubelen en andere objecten.
Een inventarisatie, uitgevoerd in 1991, leverde niet minder dan ruim 650 door Berlage ontworpen objecten op, meubels, lampen, klokken, tapijten, deurmatten, gordijnen. Zelfs details als deurkrukken en meubelbeslag ontsnapten niet aan zijn aandacht.
In dit samenwerkingsverband kreeg alles een nauw omschreven plaats en functie in het geheel toebedeeld. Om “eenheid in de veelheid” te waarborgen hanteerde Berlage een ontwerpsysteem op geometrische grondslag dat aan architectuur, ornamentiek en meubilair ten grondslag lag. Het meetkundige schema hanteerde Berlage ook ter stilering van de ornamenten. Berlage zocht, in navolging van de Engelse Arts and Crafts movement, zijn voorbeelden voor de ornamentiek veelal in de wereld van bloemen en planten.
Een belangrijke bron van inspiratie was het boek Kunstformen der Natur van de Duitse zoöloog E. Haeckel. Door de verbetering van de microscopische technieken was Haeckel erin geslaagd de meest elementaire levensvormen af te beelden. Berlage werd hierdoor sterk aangesproken. Zo zijn de ornamenten van sterren met puntjes in het plaveisel van de vergaderzaal van de Kamer van Koophandel afgeleid van de structuur van eencellige organismen die in het boek van Haeckel stonden afgebeeld.
Het uitgebreide beeldprogramma voor de Beurs is in overleg met Berlage opgesteld door Albert Verwey, een dichter die tot de vernieuwende literaire Beweging van Tachtig behoorde. De door hem bedachte voorstellingen waren gezien de functie van het gebouw op zijn minst ongebruikelijk te noemen en leidden herhaaldelijk tot wrijvingen met de beurshandelaren. Berlage en Verwey waren namelijk sociaal bewogen kunstenaars en beschouwden de beurshandel als een noodzakelijk kwaad. Volgens hen deed de Beurs slechts tijdelijk als zodanig dienst. In de toekomstige klassenloze maatschappij zou geld geen rol meer spelen. Het gebouw kon dan als gemeenschapshuis gaan fungeren, net zoals indertijd de middeleeuwse raadhuizen van Italiaanse stadsrepublieken die Berlage zozeer bewonderde.
Jan Toorop, Het Verleden
Reliëfs, schilderingen, glas-in-loodramen, tegeltableaus en in door Verwey geschreven kwatrijnen sporen de beurshandelaren aan om over de zin van hun bezigheden na te denken. Drie grote tegeltableaus van de hand van Jan Toorop in de vestibule van de hoofdingang (nu een café), getiteld Verleden, Heden, Toekomst vormen als het ware een beknopte samenvatting van het hele beeldprogramma. Het Verleden wordt gesymboliseerd door de ruil van een vrouw voor wapens, het Heden (het middelste tableau) heeft de emancipatie van de vrouw tot thema, terwijl de Toekomst (het rechter tableau) een paradijselijke toestand te zien geeft, gesymboliseerd door een samen dansende man en vrouw. Toorop vervaardigde ook tegeltableaus voor de Graanbeurs en Effectenbeurs. Andere symbolische voorstellingen waren de muurschilderingen “Industrie & Handel’’ van Richard Roland Holst, en de glas-in-loodramen van Antoon Derkinderen, aangevuld door verzen van Albert Verwey die in de muren staan gebeiteld.
De vier gevels van de Beurs verschillen naar gelang de functie van de achterliggende ruimten en de stedelijke context. De hoofdingang bevond zich aan het Beursplein waar de gevel wordt geflankeerd door twee ongelijke torens: een forse klokkentoren op de hoek met het Damrak, en een lagere met tentdak bekroonde toren op de hoek met de Beursstraat. De ingang bestaat, naar het voorbeeld van het voormalige stadhuis aan de Dam, uit zeven ronde ingangsbogen. De sluitstenen van de bogen laten reliëfs zien die de menselijke Arbeid, de Handel en het Verkeer als onderwerp hebben. Het reliëf boven de deuren, van de hand van Lambertus Zijl, stelt het Paradijs, de Toekomst en de Bedorven Beschaving voor.
De 150 meter lange gevel die zich langs het Damrak uitstrekt, is opgedeeld in vrij smalle traveeën die in maat overeenkwamen met de huisgevels aan de overzijde van de straat. Iedere travee bevat dubbele tweelichtvensters en wordt bekroond door een puntgevel. De brede ingangspartij in het midden wordt geflankeerd door twee traptorens, met bovenin ovale gaten van de heteluchtverwarming. Het opschrift van Verwey boven de ingang geeft uitdrukking aan het ideaal van een Volkenbond.
De noordelijke gevel, die over het water van het Damrak op het Centraal Station uitziet, heeft een gevarieerd silhouet. Van afstand gezien lijkt de gevel een gecomprimeerde stad, compleet met poortgebouwen, stadsmuur, geveltoppen en torens.
De gevel aan de smalle Beursstraat dankt zijn karakteristieke vorm aan het onregelmatige terrein waarop de Beurs is gebouwd. De rooilijn volgt het schuine tracé van de Beursstraat, maar binnenin het gebouw is van deze onregelmatigheid niets te merken. Dit contrast is goed te zien bij de drie boognissen in het midden, die in de richting van het Beursplein steeds ondieper worden.
|
|
Drie van de vier hoeken van het gebouw worden gemarkeerd door beelden van de hand van de beeldhouwer Lambertus Zijl. Op de hoek van Beursplein en Damrak staat een beeld van Gijsbrecht van Aemstel, de legendarische grondlegger van de stad. Aan de noordgevel staan beelden van respectievelijk Jan Pietersz. Coen, de grondlegger van de Hollandse macht in Oost-Indië, met het wapenschild “Dispereert niet”, en van Hugo de Groot, een van de grondleggers van het volkenrecht. De manier waarop de beelden zijn opgenomen in het muurvlak illustreert Berlage’s streven naar volledige integratie van architectuur en andere kunstvormen. Ook kozijnen, deuren, trappen steken nergens buiten het muurvlak uit zodat de eenheid van de gevelvelden in tact bleef.
De kern van het gebouw wordt gevormd door de voormalige Goederenbeurszaal of de Grote Zaal. Deze zaal maakt een overweldigende indruk door zijn afmetingen (45,6 bij 22,8 meter) en schitterende licht-, kleur- en ruimtewerking. De door bogengalerijen doorbroken bakstenen wanden roepen herinneringen op aan de grote zalen van middeleeuwse Noord-Italiaanse raadhuizen, zoals het Palazzo della Ragione in Padua, of de zogenaamde Basilica in Vicenza. De constructie van een glazen zadeldak op ijzeren boogspanten was echter geheel eigentijds. De booglijn van de spanten wordt fraai voortgezet in de machtige consoles waarop de spanten rusten.
Grote Zaal
De ingebouwde nissen en de aan de pijlers bevestigde klapstoeltjes zijn nog aanwezig. Ook een deel van de verlichting is nog origineel. De reliëfs zijn vervaardigd door Lambertus Zijl, op het balkon kwam een beeld van Mercurius te staan, de god van de handel.
In verband met verzakkingen moesten de brede bogen op de begane grond in 1909 in kleinere bogen worden onderverdeeld. Tegelijk werd de kap toen van trekstangen voorzien.
De Graanbeurs onderscheidt zich door de gele baksteen en door een zaagdak, met alle ramen op het noorden. In de noordwand is verder nog een groot raam aangebracht. Door de openingen op het noorden werd een gelijkmatige belichting verkregen en dat was van belang voor het keuren van graanmonsters. Eventueel konden de beursklanten uitwijken naar een open binnenplaats aan de noordzijde van de Graanbeurs. Omstreeks 1960 werd deze binnenplaats overdekt. Tegeltableaus van de hand van Toorop beelden de verschillende stadia uit die van graanoogst tot de consumptie van brood leiden.
De Schippersbeurs was strategisch gesitueerd tussen de Goederen- en de Graanbeurs. De beursklanten konden zo direct met de Schippersbeurs onderhandelen over de verscheping van de verhandelde goederen. In 1907 werd de Schippersbeurs verbouwd tot PTT-kantoren. De schippers vertrokken toen naar het gedeeltelijk gesloten koffiehuis en vervolgens naar de Effectenbeurs.
Burgemeesterszaal
De vergaderzaal van de Kamer van Koophandel, gelegen boven de vestibule aan het Beursplein, doet denken aan een statige Italiaanse middeleeuwse raadzaal. De associatie hiermee was nog sterker geweest als Derkinderen de geplande wandschilderingen had kunnen realiseren. De complete inrichting en aankleding van de zaal zijn, net als in de andere stijlkamers, door Berlage ontworpen.
Onder de hoofdingang aan het Beursplein bevond zich de toegang tot het Safe Deposit met de kluizen. De kluizen werden geleverd door de firma Lips en lagen in een grote stalen bunker die via ontvangstkamers en voorruimten bereikt kon worden.
Kluisjes
De beurs bleek al snel te klein. In 1912 vertrokken de effectenhandelaren naar een nieuw beursgebouw op Beursplein 5 ontworpen door Jos Cuypers. De handel in graan verdween in 1970 uit het gebouw, de assurantiehandel in 1982. Tussen 1978 en 1987 werd de Beurs gebruikt door de Optiebeurs. De laatste beurshandel, de zogenaamde Agrarische Termijnmarkt, vertrok in 1998 uit het gebouw.
In 1985 had de gemeente besloten dat het gebouw een openbare culturele functie moest krijgen, voor concerten, congressen en andere evenementen. Het gebouw werd vervolgens min of meer in twee delen opgesplitst. De zalen aan de noordzijde, voorheen de Graanbeurs en de Effectenbeurs, werden door de architect P. Zaanen veranderd in concertzalen. De zaal in de voormalige Effectenbeurs is de vaste repetitieplek voor het Nederlands Philharmonisch Orkest. In de Graanbeurs werd een glazen zaal geconstrueerd speciaal bestemd voor kamermuziek. Dit bijzondere ontwerp van Zaanen en constructeur Mick Eekhout trok internationaal de nodige aandacht. Dankzij het glas blijft het zicht op de oorspronkelijke structuur van de zaal behouden. De grote zaal van de Goederenbeurs wordt nu gebruikt voor tentoonstellingen, congressen en andere evenementen.
Detail klok
In het zuidelijk deel van het gebouw vestigde zich de Stichting Beurs van Berlage die aanvankelijk de tentoonstellingen organiseerde op gebied van architectuur en toegepaste kunst. De verschillende zalen dienen nu voor uiteenlopende commerciële en culturele evenementen. Het Safe Deposit dient tegenwoordig als tentoonstellingsruimte.
In 2002 ontwierp de kunstenaar Marc Ruygrok het café in de voormalige vestibule aan het Beursplein. De in grote verlichte letters geschreven tekst rond de bar “We zijn hier’’ zijn een antwoord op de teksten die op de klokkentoren van de Beurs zijn te lezen, “Beidt uw tijd’’ en “Duur uw uur’’.
In 2001 kreeg de Beurs een nieuwe fundering; de dragende functie van meer dan 4.000 houten palen werd overgenomen door 717 groutinjectiepalen. De nieuwe palen staan niet onder de bouwmuren maar zijn het fundament van een nieuwe keldervloer. Tegelijk werd toen de kelder met het Safe Deposit gerestaureerd.