Amstel Hotel

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Amstel Hotel

24 september 2010

Amstel Hotel (1866-1867)
Prof. Tulpplein 1
C. Outshoorn
Rijksmonument

Achtergevel aan Amstelzijde

Het Amstel Hotel is het oudste grand hotel van Amsterdam. Het werd in 1866-1867 gebouwd als onderdeel van de stadsuitbreiding die kort tevoren was ingeluid met de opening van het Paleis voor Volksvlijt aan het Frederiksplein. De stuwende kracht achter de stadsuitbreiding, de eerste sinds twee eeuwen, was de arts en filantroop Samuel Sarphati (1813-1866), oprichter van de Amsterdamse Bouw Maatschappij. Hoewel veel van zijn plannen niet verwezenlijkt zijn of onherkenbaar veranderd, heeft hij een duidelijk stempel gedrukt op het stadsdeel aan weerszijden van de Amstel waar nog steeds de mooiste voorbeelden van negentiende-eeuwse bouwkunst te bewonderen zijn: de huizen aan de Sarphatistraat, Weesperzijde en Frederiksplein, het theater Carré en het Amstelhotel.

De Amstel, spil van de nieuwe uitbreiding

In de visie van Sarphati moest de Amstel de spil van de nieuwe uitbreiding worden: ‘Wanneer men deze rivier vergelijkt met die welke andere steden van Europa doorloopen, zoo als de Seine, de Spree, de Senne enz., dan is het duidelijk dat de Amstel haar in breedte en frischheid verre overtreft, en zij zelfs met den heerlijken Alster te Hamburg groote overeenkomst heeft.’ Vooral de Alster als voorbeeld sprak Sarphati aan, ook omdat daaraan de ‘schoonste en grootste hotels van Europa’ stonden.

Veranderende wereld

Tot aan de bouw van het Amstelhotel beschikte Amsterdam nauwelijks over representatieve accommodatie. Dit in tegenstelling tot andere grote Europese steden waar het hotelwezen inmiddels een hoge vlucht had genomen. Volgens Sarphati behoorde ook Amsterdam tenminste over één hotel van allure te beschikken, om niet de aansluiting met de overige grote Europese steden te verliezen. De stad kreeg met de uitbreiding van spoorwegen en stoombootdiensten alsook door nieuwe trekpleisters als het Paleis voor Volksvlijt, Artis en andere openbare instellingen, steeds grotere bezoekersstromen te verwerken. Ruime, elegante hotels zouden daarom zeker in een behoefte voorzien.

Voorbereidingen bouw

In 1863 presenteerde Sarphati het plan voor de bouw van het Amstelhotel aan de Amsteloever ter plekke van het voormalige bolwerk Oosterblokhuis. Hoewel niet centraal gelegen, zou het hotel goed bereikbaar zijn door rijtuigverbindingen met het nabijgelegen Rhijnspoor (of Weesperpoort)station, als later ook met het Centraal Station.

Een steuncomité van vooraanstaande Amsterdammers onder leiding van mr. J. Messchert van Vollenhoven en de bankier A.C. Wertheim, plaatste op 29 december 1865 in de Amsterdamsche Courant een oproep om in te tekenen voor het hotelproject. De interesse hield echter niet over. Een poging van een Engelse beleggingsmaatschappij om een grand hotel in het centrum te stichten, was kort tevoren op niets uitgelopen en tegenover het hele idee van een grand hotel stond men nogal gereserveerd. Een aantal Amsterdammers die anoniem wensten te blijven, stuurde het actiecomité een open brief waarin het publiek voor de risico’s van de investering in het  hotelproject gewaarschuwd werd, daarbij opmerkend dat voor het benodigde bedrag ook 250 woningen gebouwd konden worden.

In een prospectus probeerde Sarphati de Hollandse zuinigheidszin tegemoet te komen door te stellen dat het hotel weliswaar ruim en comfortabel zou zijn, maar dat er geen sprake zou zijn van ‘noodelooze pracht en overtollige versiering’. Hoewel de geldwervingsactie 600.000 gulden opbracht, slechts iets meer dan de helft van het benodigde bedrag van een miljoen gulden, ging Sarphati toch over tot de oprichting van de Amstel Hotel Maatschappij om de bouw ter hand te nemen. Op 26 april 1866 werd de eerste steen gelegd, en op 16 juli 1867 kon het hotel in gebruik worden genomen. Sarphati zelf heeft door zijn voortijdig overlijden de opening niet meer mogen meemaken.

Cornelis Outshoorn

Het Amstelhotel is een ontwerp van Cornelis Outshoorn (1810-1875), die min of meer de huisarchitect van de Amsterdamse Bouw Maatschappij was en veel van Sarphatis’s bouwprojecten heeft gerealiseerd. Outshoorn maakte vooral naam door zijn ontwerp voor het spectaculaire, geheel uit glas en ijzer opgetrokken Paleis voor Volksvlijt (1859-1864), een van de meest opzienbarende gebouwen van de negentiende-eeuwse architectuur in Amsterdam.

voorgevel

Grand Hotel Hollandse stijl

Ook het Amstel Hotel werd direct herkend als een architectonische schepping van formaat. Toen het hotel er eenmaal stond, sloeg de aanvankelijke terughoudendheid van de openbare opinie om in trots en enthousiasme. Zo prijkte het hotel op het titelblad van een reisgids van Amsterdam door Witkamp uit 1869.

Grand hotels vormden rond het midden van de negentiende eeuw een nieuwe bouwopgave. Bij gebrek aan een stijltraditie knoopte men doorgaans aan bij de vorstelijke paleisarchitectuur uit het verleden. Het Amstel Hotel vormde hierop geen uitzondering. Outshoorn liet zich voor zijn ontwerp inspireren door de internationale, vooral Franse classicistische traditie, vanaf het Louvre tot en met het in 1849 gebouwde stadhuis van Parijs. Typerend daarvoor was de gevelindeling met de geprononceerde midden- en hoekpaviljoens, de over meerdere verdiepingen doorlopende pilasters en het overvloedig gebruik van het klassieke bouwelementen als frontons, festoenen en maskers.

Baksteen

Maar in materiaalkeuze betoonde Outshoorn zich zeer eigenzinnig door de Oud-Hollandse bouwtraditie in baksteen te doen herleven. Vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw, te beginnen met het stadhuis op de Dam, was het gebruikelijk om in navolging van het buitenland, gevels van representatieve gebouwen geheel of gedeeltelijk met natuursteen te bekleden. Outshoorn toonde aan dat ook met baksteen een helder gearticuleerd, monumentaal gebouw ontworpen kon worden.

Het voorbeeld van Outshoorn vond veel navolging en ook andere grote gebouwen in Amsterdam, zowel het Centraal Station als het Rijksmuseum, beide ontworpen door P.J.H. Cuypers, werd in baksteen opgetrokken.

Bij het Amstel Hotel wordt de rode Waalsteen afgewisseld met banden en lijsten van gele IJsselklinkers die ook voor de paviljoenpilasters werden gebruikt. De basementen en kapitelen van de pilasters zijn weer van witgeschilderde terracotta gemaakt. Het gebruik van natuursteen bleef beperkt tot de plinten, cordonlijsten en de vensterbanken met consoles.

Interieur

Het interieur is in de loop van de tijd voortdurend aan de nieuwe behoeften aangepast, maar de imposante, met pleisterwerk uitgevoerde ingangshal ademt nog de sfeer van de negentiende eeuw. De hal met omloop op de verdieping vertoont veel gelijkenis met het Grosvenor hotel in Londen dat in 1860 werd geopend. De oorspronkelijke tegelvloer werd in de jaren twintig van de vorige eeuw door een marmeren vloer vervangen, maar de centrale kroonluchter is nog origineel.

Rondom de centrale hal waren de dienstruimtes gegroepeerd, verschillende restaurants, een leeszaal, een bibliotheek en een rookkamer alsook enkele logeerkamers. Omdat een lift aanvankelijk ontbrak waren de kamers op de begane grond het meest geliefd en daarom ook het duurst: twee gulden per bed, terwijl een bed in de kamers op de bovenverdiepingen respectievelijk, fl. 1,50 en fl, 1,- kostten. Na de installatie van een hydraulische lift in 1885, werd het prijsniveau meer gelijk getrokken.

Vanaf 1917 beschikten de kamers over koud en warm stromend water. Aanvankeljk telde het hotel op een honderdtal kamers slechts veertien badkamers. Zelfs de sjah van Perzië, die in 1889 in het Amstel Hotel logeerde, beschikte niet over een eigen badkamer, maar moest, steevast door een stoet van tien bedienden omgeven, over de gang naar de badkamer schrijden.

Omliggende gebouwen

Aan de overzijde van het Prof. Tulpplein bevonden zich aan weerszijden van de Prof. Tulpstraat, tuinen waaraan een groot luxueus café lag, het Café Continental. Hier stond ook een houten stal- en koetshuis dat in 1872 door een stenen gebouw werd vervangen. Een gedeelte hiervan werd in 1892 afgebroken om plaats te maken voor een elektriciteitsgebouw dat het hotel van stroom voorzag.

Veranderingen

In 1899-1900 werd het hotel door de architect D.A.N. Margadant (1849-1915) met een verdieping verhoogd. De kroonlijst boven de derde verdieping geeft nog de oorspronkelijke hoogte aan. Ver gevorderde plannen voor een uitbreiding onder leiding van de architect Ed. Cuypers in 1904 hebben om onbekende reden geen doorgang gevonden.
Omstreeks die tijd werd door het hotel aan een deel van de Prof. Tulpstraat een rij kantoren gebouwd voor de diamanthandelaren die van heinde en verre in het Amstel Hotel waren neergestreken en dit tot een centrum voor de diamanthandel maakten.

Het hotel heeft uitwendig geen ingrijpende wijzigingen meer ondergaan. Het terras aan de Amstel werd in 1953 dichtgebouwd. In 1992 werd een nieuw overdekt terras gerealiseerd dat zich tot het water uitstrekt.