Op 1 februari 1999 is de gehele Amsterdamse binnenstad (binnen de Singelgracht) aangewezen als beschermd stadsgezicht. Om goed te kunnen omgaan met de historische stad moeten de bestaande kwaliteiten en zwakke punten helder zijn: wat moet worden behouden en beschermd en wat verbeterd en versterkt. Verschillende instrumenten bieden daarbij een helpende hand.
Zo worden de Amsterdamse "architectuurordenkaarten" en de daarbij behorende voorschriften gebruikt als toetsingskader bij het ontwikkelen en beoordelen van bouwplannen. Voor de binnenstad is de Waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht gemaakt. Op de kaarten is alle bebouwing van vóór 1940 gewaardeerd en afhankelijk van haar betekenis voor het stadsbeeld ingedeeld in drie orden.
Onder orde 1 vallen (toekomstige) rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Tot orde 2 behoren gebouwen die van groot belang zijn voor het stadsbeeld vanwege hun stedenbouwkundige of architectonische waarde. Behoud staat voorop. In orde 3 zijn panden opgenomen die geen bijzondere bijdrage leveren aan het stadsbeeld. Vervanging is mogelijk, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Daarnaast is er nog een categorie V (= vervanging gewenst): gedeeltelijk of geheel afgebroken gebouwen.
De Beleidsnota Waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht en de daarbij behorende kaart zijn op 19 april 2000 unaniem door de gemeenteraad vastgesteld (onder nr. 262-2000)
|
Waarderingskaart Binnenstad Beschermd Stadsgezicht
|