Opgravingen VOC-werf Oostenburg 2002
In juni 2002 is de derde van een reeks van archeologische opgravingen op Oostenburg van start gegaan. Hier op het voormalige Stork-terrein bij de Czaar Peterstraat bevond zich van 1660 tot 1800 de scheepswerf van de VOC. In de negentiende eeuw vestigde Werkspoor er zijn fabrieken waar stoomschepen, locomotieven, spoorwegmaterieel en motoren werden geproduceerd. In 1954 fuseerde het bedrijf met de Verenigde Machinefabriek Stork.
De nieuwe Rijksmonumenten Van Gendthallen.
Het fabrieksterrein is in 1998 verkocht en zal in de komende tijd opnieuw worden ingericht door Heijmans IBC Vastgoedontwikkeling. Het is bijzondere stuk stad, ingeklemd tussen het oude centrum en nieuwe woonwijken aan het IJ, dat nog de sfeer ademt van de negentiende- en twintigste-eeuwse industriële geschiedenis van Amsterdam. Op initiatief van de Stichting Werk Spoor hebben kunstenaars en wetenschappers de unieke kwaliteiten en achtergronden van het gebied in kaart gebracht als kader voor toekomstige bestemmingen en bebouwing.
De werkput in een van de Van Gendthallen.
Een nieuwbouwproject van de Werf Binnenstad bood in 2000 en 2001 de eerste gelegenheid tot archeologisch onderzoek. De opgravingen waren bedoeld om gegevens te verzamelen over de inrichting van de VOC-werf en het werkterrein voorafgaand aan de laat-negentiende-eeuwse industriële bebouwing. Ondanks diepe verstoringen vanwege machinehallen en zware installaties zijn toch allerlei overblijfselen uit die periode teruggevonden. De zeventiende-eeuwse oever van het IJ is blootgelegd met de restanten van twee scheepshellingen waar honderden VOC-schepen zijn gebouwd.
De opgravingen van 2002 richten zich op de fabriekshallen van Werkspoor aan de zuidwest kant van het terrein die tussen 1897 en 1905 door het bureau van ingenieur-architect A.L. van Gendt zijn gebouwd. Deze Van Gendthallen zijn in 2001 tot monument verklaard maar de herinrichting van het interieur biedt gelegenheid tot bodemonderzoek. Naar verwachting kunnen de oevers van de drie werkeilanden van het VOC-complex met de tussenliggende grachten worden vrijgelegd. Hopelijk kunnen ook de fundamenten van het VOC-Zeemagazijn worden opgespoord dat meer dan 200 meter lang en 7 verdiepingen hoog was en zich langs de gehele zuidrand van de werf uitstrekte. Tijdens een kort vooronderzoek zijn in een van de grachten muurresten van dit gigantische bedrijfsgebouw teruggevonden, die daar terecht kwamen toen het pakhuis in 1822 instorte.
Beschoeiing van een van de werkeilanden van het VOC-complex.
Een prent van Lamberts toont het ingestorte Zeemagazijn.