De eerste zerken zijn zichtbaar in een sonderingssleuf door de betonvloer
Van 22 maart tot 26 april 2005 werd in de Nieuwezijds Kapel aan het Rokin een archeologisch onderzoek uitgevoerd naar aanleiding van een aanstaande verbouwing. Het nieuwbouwplan voorzag in een gedeeltelijke verwijdering van de vloer voor een nieuwe fundering. Op de betreffende locatie was sprake van een hoge archeologische verwachting: onder de betonnen vloer van de huidige kapel uit 1912 konden zich overblijfselen van de Kapel ter Heilige Stede uit 1347 en de 15de-eeuwse opvolger bevinden. Gedurende het archeologisch onderzoek werd uiteindelijk, na het verwijderen van de betonnen vloer en een laag zand, stof en cement, een complete zerkenvloer blootgelegd.
Na het opbreken van de betonvloer moest een grote hoeveelheid zand en stof uit de kapel verwijderd worden voordat de zerkenvloer kon worden gedocumenteerd.
Dit betrof geen middeleeuwse vloer, maar de zerkenvloer van na de Alteratie van 1578, toen de protestanten het stadsbestuur van de katholieken hadden overgenomen. Na 1578 is de kapel enige tijd verhuurd als paardenstal en opslagruimte, maar in 1595 herkreeg het gebouw als Nieuwezijds Kapel zijn, toen protestantse, religieuze functie. De oudste gedateerde grafzerk die is teruggevonden dateert dan ook uit 1595, de jongste uit 1862. Tijdens de sloop in 1908 van de middeleeuwse kapel, die aanzienlijk groter was dan de huidige, is de vloer in het westdeel en in het koor verwijderd. Het middendeel van de vloer is bewaard gebleven en bestaat uit ruim 200 zerken. Tweederde van de zerken bleek voorzien van een grafnummer bestaande uit een nummer met de hoofdletter K. Het laagste nummer was K234, het hoogste K502.
Zerk met een huismerk.
Een van de zerken met een rijk geornamenteerde cartouche.
Van de bewaarde zerken waren 54 voorzien van inscripties en cartouches. Behalve de zerken waren in de vloer ook acht basementen van de pijlers van het middenschip bewaard. Deze stammen waarschijnlijk uit de laatste herbouw- en uitbreidingsfase van de kerk die rond 1500 was voltooid na verwoesting door de stadsbrand van 1452.
Blik in de sonderingsput voor het funderingsonderzoek nadat het losse botmateriaal uit de knekelput grotendeels was verwijderd.
Vrijleggen van de eerste complete grafkisten in de sonderingsput.
Tegelijk met de documentatie van de zerken is een funderingsonderzoek van een van de pijlerbasementen uitgevoerd waarbij de bodemopbouw onder drie zerken in kaart kon worden gebracht. Hier bleek uit dat zich onder een zerk gemiddeld zeven lagen begravingen bevinden. De vondst van enkele crucifixen en van geschilderde kruizen op grafkistdeksels duidde op de voortzetting van katholieke gebruiken en begrafenisrituelen in de protestantse tijd.
Crucifix gevonden tussen de grafresten
Grafkist met geschilderd kruis op de deksel.
De fundering van het basement bleek af te wijken van de in de 15de eeuw gebruikelijke roosterconstructies op kleef. Het metselwerk rustte op brede houten platen die weer waren ondersteund door dwarsbalken op heipalen. Tevens waren de basementen in de lengte richting van de kerk aan elkaar geschakeld met een zware muur. Een dergelijk funderingswijze wijst op een grondige aanpak waarbij zware voorzieningen waren getroffen. De historische fundering bleek solide genoeg voor het nieuwe funderingsplan zodat geen verdere verbouwingsingreep nodig was en de complete zerkenvloer met de onderliggende begravingen onbeschadigd ter plekke bewaard bleef. Het onderzoek wees uit dat tijdens de sloop van 1908 verschillende knekelputten zijn aangelegd waarin beenderen van geruimde graven zijn herbegraven.
Zware verbindingsmuur tussen de originele basementen van de 15de-eeuwse kapel.
Ten behoeve van fysisch antropologisch onderzoek door het AAC zijn monsters van skeletten uit dertien grafkisten en twee knekelputten verzameld. Deze vindplaats kan nieuwe gegevens bieden over het wel en wee van de Amsterdamse bevolking. Hoewel het onderzoek nog lang niet is afgerond, zijn er, ondanks het geringe aantal individuen, veel aanwijzingen voor een slechte gezondheid. Op het botmateriaal zijn naast sporen van infecties en aantasting door tumors opvallend veel gevallen van rachitis, Engelse ziekte, geconstateerd. Deze aandoening is het gevolg van slechte levensomstandigheden met eentonige voeding en te weinig zonlicht. Aangezien de ziekte vooral bij de armere klassen in de samenleving voorkomt, weerspreekt deze uitkomst de verwachting dat in kerken over het algemeen de meer welgestelden werden begraven. Ook zouden deze feiten erop kunnen duiden dat rachitis in de 19de eeuw ook onder de rijkere lagen van de Amsterdamse bevolking voorkwam.
Vanwege het bijzondere karakter van de vondst, werd geïnteresseerden de gelegenheid geboden om de vloer met eigen ogen te aanschouwen voordat de verbouwing voortgezet werd. Op 11 en 12 april kwamen circa 2.500 mensen een kijkje nemen, waaronder een aantal schoolklassen. Ondertussen gingen de werkzaamheden gewoon door.
BMA organiseerde de openstelling in samenwerking met de betrokken partijen, te weten architectenbureau Rappange en Partners, opdrachtgever Merlin Entertainment Ltd. en aannemer Schakel en Schrale BV.