Documenteren van het profiel door de buitenmantel van de stadswal
Na de sloop van discotheek de iT is van 7 tot 10 februari 2006 een archeologische opgraving uitgevoerd ter hoogte van Amstelstraat 20-22. Het onderzoeksterrein lag in een deel van de stad dat bij de stadsuitbreiding van 1592-1596, de Tweede Uitleg, is ontstaan. Er werd toen een stadswal met vijf bolwerken aangelegd volgens de toen geldende principes van het Oudnederlandse vestingstelsel. Een belangrijk verschil met de middeleeuwse vestingwerken van stenen muren was dat nu aarden wallen hun intrede deden. De opgraving bood de mogelijkheid om informatie te verzamelen over de bouw en samenstelling van dergelijke omwallingen. Een interessant gegeven is dat het stadsbestuur in 1583 verordonneerde om bij de opbouw van de versterking stadsvuilnis te gebruiken. Dit was nodig vanwege een tekort aan natuurlijke grondstoffen als aarde, klei- en veenzoden. Vanaf het begin van de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam bestond een grote behoefte aan ophogingsmaterialen om leefruimte voor de inwoners op het water en het inklinkende veen te winnen. Met het uitdijen van de stad bereikte men uiteindelijk de gebieden die in de middeleeuwen al waren afgegraven.
Westprofiel met de kleimantel, rechts ligt de vulling van de stadswal zelf. Door het gewicht van de wal is de natuurlijke ondergrond ingedrukt.
Bij het onderzoek werd op 1,50 m onder NAP de bovenkant van een stapeling van kleizoden aangetroffen die over een lengte van 17 m bijna parallel aan de Amstelstraat kon worden gevolgd. Deze kleizoden vormden een erosiebestendige buitenmantel van de stadswal. Een dergelijke versteviging was nodig omdat het talud van de wal niet uit aarde maar uit een mengsel van scherven- en botafval, humeuse compost en zand was samengesteld.
Een overzicht van vaatwerk dat eind 16de eeuw in Amsterdam in gebruik was. Scherven van dergelijke objecten zijn in het ophogingsmateriaal van de stadswal teruggevonden. De hier getoonde objecten zijn bodemvondsten uit Amsterdam en maken onderdeel uit van de studiecollectie van de afdeling Archeologie BMA.
De wal raakte door de stadsuitbreiding van 1660 overbodig en is toen grotendeels afgegraven. Met de vrijgekomen grond werd het buitengebied, ter hoogte van de voormalige gracht rond de schans, aangeplempt en opgehoogd. In de jaren 70 van de 17de eeuw werden op dit voormalige buitenterrein de percelen aan de nieuw gegraven Herengracht uitgezet.