Op een aantal plaatsen in de stad is noodonderzoek verricht om bij de aanleg van kelders of bij funderingsherstel aangetroffen beerputten te documenteren.
Verwijderen van bovenste puinlaag in de beerput
In de Derde Weteringdwarsstraat 1 is op 3 september 2003 een, na sloop bij toeval ontdekte, beerput onderzocht. Dit was aanleiding tot een archeologisch noodonderzoek dat in verband met de geplande bouwvoortgang nog diezelfde dag werd uitgevoerd. De beerput had een ovale vorm, met een doorsnede van 2,30 - 2,80 m. De beerput is tot circa 1 m onder maaiveld ontgraven waarbij de bodem niet is bereikt. In de bovenste 60 cm was nog veel puin aanwezig. Sporen van een stortkoker ontbraken. Desalniettemin wees een vondstconcentratie erop dat deze aan de oostkant gezeten moest hebben. 
Oorkommen met ringeloorversiering gevuld met vettige zalf
De 18de-eeuwse vulling betrof een uitgebreid en gevarieerd vondstcomplex. Een groot deel van de keramische vondsten bleek (archeologisch) compleet. Onder de vondsten waren een serie slibversierde oorbakjes (met een vet of zalfachtige substantie) en een bonte verzameling Engels industrieel aardewerk, typerend voor 18de- en 19de-eeuwse huishoudens. Vanwege de geringe mate van fragmentatie van het vondstmateriaal is aan te nemen dat de put, toen deze vol was geraakt, niet is geleegd, zodat het breekbare aardewerk onbeschadigd bleef.
Huisraad geproduceerd in Engeland.
Bij werkzaamheden ten behoeve van funderingsherstel in het pand Keizersgracht 355 is op 27 oktober 2005 een beerput aangetroffen. De put was een rechthoekige houten constructie van verticale, zij aan zij geplaatste planken. De ligging, in de noordoosthoek van het pand, ingesloten tussen de achtermuur en noordelijke zijgevel, was opmerkelijk. Bouwsporen in de vrijgelegde fundering evenals het opgaande muurwerk wijzen er evenwel op dat de put oorspronkelijk buitenshuis gelegen was, maar bij een verbouwing inpandig is komen te liggen. De noordelijke en oostelijke begrenzing zijn niet aangetroffen, deze bleken te zijn doorsneden door een kort tevoren aangebrachte damwand. Het grootste deel van de put, met afmetingen 1,80 x 0,72 m, was echter nog aanwezig.
Ceramiekscherven in de beerput.
Twee vullingslagen waren te onderscheiden, een donkergrijze beer met veel eierschalen en een daaronder gelegen grijze zandige vondstloze beer. De geringe hoeveelheid vondsten in de zuidelijke helft stak schril af tegen die in de noordelijke helft. De grote hoeveelheid vondsten in de noordoosthoek duidde erop dat hier de stortkoker gezeten moet hebben.
Een deel van het vondstcomplex uit het tweede kwart van de 17de eeuw.
Bij funderingsherstel van Herengracht 12 is op 23 februari 2006 naast het achterhuis een grote beerput aangetroffen. De put heeft een gemetseld gewelf, meet 1,80 x 2,80 m en blijkt 2,30 m diep. De vulling bestaat voor een deel uit beer met daarop een dikke zandlaag. De bouw van het woonhuis is dendrochronologisch gedateerd op 1615. De beerput is waarschijnlijk gelijktijdig aangelegd, maar is tussentijds geleegd, aangezien het aardewerk in de put uit 1650-1750 dateerde.
Na het verwijderen van het zandpakket kwamen flessen boven drijven.
Enkele van de vele flessen die min of meer gaaf uit de beerput kwamen.
Een glazen karaf na restauratie.
Bij funderingsherstel aan de panden Keizersgracht 242-252 werden in april 2006 onder meer een dubbele waterkelder en een beerput gedocumenteerd. Op de bodem van de beerput van Keizersgracht 244 was nog een restant van huishoudelijk afval aanwezig uit de periode 1675-1750.
Op de bodem van de put worden nog veel objecten gevonden.
Flessen, een lepel en een P-kruik uit de beerput van Keizersgracht 244.