Opgraving aan het Rokin

Foto: Wim Ruigrok

Wethouder Herrema heeft op donderdag 6 maart het officiële startsein gegeven voor het archeologisch onderzoek bij het toekomstige station Rokin van de Noord/Zuidlijn.

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Opgraving aan het Rokin

16 september 2009

In 2008 startte op het Rokin een nieuwe fase van het archeologisch onderzoek in het kader van Noord/Zuidlijn. Hier liep tot 1937 de rivier de Amstel, daarna werd het water gedempt. Nu wordt er voor het toekomstige metrostation Rokin een werkput tot ca. 27 meter –NAP ontgraven. Tegelijkertijd voert het archeologisch team van BMA onderzoek uit. Het bijzondere van deze opgravingen is dat zo de volledige bedding van de stadsrivier kan worden onderzocht met de vele tienduizenden voorwerpen die daar in de loop der eeuwen in zijn gevallen.

Detailkaart Cornelis Anthonisz, 1544

De Amstel

Langs het Rokin en de Nes bevinden zich de oudste resten van bewoning in Amsterdam. Opgravingen in voorgaande jaren hebben aangetoond dat vanaf de 13de eeuw de oevers van de Amstel werden uitgebreid. Er werd land gewonnen door kadewerken op te schuiven en op te vullen met pakketten stadsafval. De houten beschoeiingen werden vanaf de 16de eeuw vervangen door zwaar gefundeerde, gemetselde bakstenen kades, waarvan de jongste nog uit de 19de eeuw stammen. Omdat veel stadsafval ook in de rivier werd gedumpt, werd de Amstel vanaf de 16de eeuw uitgebaggerd om de vaargeul op diepte te houden. Er kwamen ook verschillende steigers en vlonders als aanlegplaatsen voor de veren. In dit deel van de Amstel waren onder meer de veren naar Delft, Rotterdam en Den Haag gelegen.

Een deel van een profiel door de Amstelvuling. Duidelijk zichtbaar zijn de verschillende vullingen met zeer veel vondstmateriaal.

Stedelijke bebouwing

Het Rokin werd aan beide zijden ingeklemd door een dichte stedelijke bebouwing. De oostzijde was in de Middeleeuwen een gesloten front van kloostercomplexen en publieke instellingen. Ter hoogte van het huidige Fortis gebouw stond bijvoorbeeld het ziekenhuis het Sint Pietersgasthuis. De westzijde had een meer gevarieerde bebouwing van allerlei verschillende woonhuizen, werkplaatsen en handelshuizen. Ook stond er een kerk, de Nieuwezijds Kapel, die kort na het Mirakel van Amsterdam (1345) werd opgericht. Dit werd een belangrijk bedevaartsoord . Na de instelling van een protestants stadsbestuur (Alteratie, 1578) werden de kerkelijke bezittingen onteigend. Ook de gebouwen aan de oostzijde van het Rokin kregen nieuwe bestemmingen. Er kwamen woningen, maar ook steeds meer  bedrijfjes, en later in de 19de eeuw veel uitgaansgelegenheden (kroegen, bordelen).

Een van de funderingsplane van de 19de eeuwse kademuur, in de top van de eerste zandlaag op ca 13 m diep.


De opgravingen

Als vooronderzoek is in 2006 en 2008 het noordelijk deel van het Rokin tot een diepte van ca. 7, 5 m –NAP ontgraven. In maart 2008 begon de opgraving in de gesloten bouwput van ca. 190 x 25 m. Bij de eerste fase tot april werd tot zo’n 6 m diep ontgraven, bij de tweede fase in juni en juli tot ca 11 m diep. Dit was intensief werk aangezien op deze niveau’s namelijk sprake is van een opgevulde Amstel vol met materiaal dat hier eeuw na eeuw was verloren of weggegooid. Vondsten werden in de bouwput per vak verzameld. Op deze wijze zullen de vondsten gekoppeld kunnen worden aan de percelen op de oevers en de bewoners en hun activiteiten destijds. Vondsten werden niet alleen in de bouwput verzameld en gedocumenteerd, maar ook werd alle afgevoerde grond op de stortlocatie op vondsten nagelopen. Hierbij werden vooral metaaldetectoren ingezet.

Archeologisch onderzoek op 15 m diep: de eerste zandlaag, “daar waar Amsterdam op fundeert”.

De vondsten

De ontgraving van het Rokin heeft tot nu toe zo’n 1.500 zakken met vondsten, van het formaat vuilniszak, opgeleverd. De dateringen van de vondsten lopen van vooral de 19de en 18de eeuw door tot in de 13de eeuw.

Het overgrote deel van het vondstmateriaal bestaat uit aardewerk. Roodbakkend gebruiksaardewerk overheerst, maar ook andere soorten zoals steengoed, porselein en faience zijn goed vertegenwoordigd. Onder de scherven is veel compleet, of compleet reconstrueerbaar vaatwerk.

Steengoed uit Westerwald uit de 17de tot en met 20ste eeuw 

De tweede materiaalgroep is bot. De meeste vondsten zijn slachtafval. Opvallend is de aanwezigheid van grote hoeveelheden hoornpitten, die in concentraties langs de westzijde en oostzijde van het Rokin lagen.

Hoornpitten

Een derde grote groep zijn metalen voorwerpen. Deze collectie is zeer gevarieerd, bestaande uit gereedschap, wapens, sleutels en sloten, bestek of speelgoed.

Vervolg

Het archeologisch veldonderzoek aan de Noord/Zuidlijn zal nog voortduren tot 2010, afgestemd op de verschillende fases van CT-werk die voor de verschillende locaties zijn gepland.

Nieuwsgierig?

Regelmatig liggen er in de etalages van De Bazel (Vijzelstraat 32) weer nieuwe vondsten uit de Noord/Zuidlijn-opgravingen.

Meer over de Noord/Zuidlijn