U bouwt of ontwikkelt in Amsterdam? Dan kunt u te maken krijgen met archeologische vondsten. Met invoering van de nieuwe archeologie wetgeving zijn procedures vastgelegd over hoe er met archeologische waarden omgegaan moet worden. Hiermee worden zoveel mogelijk verrassingen voorkomen en tegelijkertijd de archeologische waarden beter beschermd.
Bij de aanvraag van een bouw- en/of aanlegvergunning kan duidelijk worden dat uw bouwproject bodemverstoring met zich meebrengt. In dat geval moet worden vastgesteld of er sprake is van een archeologische vindplaats. De bouwwerkzaamheden kunnen immers gevolgen hebben voor eventuele archeologische overblijfselen.
Volgens de Monumentenwet 1988 is de aanvrager van de aanleg- en bouwvergunning als bodemverstoorder verantwoordelijk voor het noodzakelijke archeologische programma.
Een dergelijke archeologische procedure verloopt in verschillende stappen die voorafgaand en tijdens uitvoeringswerkzaamheden kunnen plaatsvinden.
Voor advies op maat kunt u contact opnemen met Bureau Monumenten en Archeologie.
Archeologisch onderzoek is opgedeeld in stappen:
Dit is een waardenstelling om te bepalen of er sprake is van een archeologische vindplaats.
Dit is het veldwerk om archeologische overblijfselen te documenteren en te bergen.
Dit is een werkdocument om de kwaliteit van het archeologische veldwerk te borgen.
Deze producten kunnen door BMA worden geleverd.